Als er hoop is, is er toekomst

Remke van Staveren zette een link op LinkedIn over een artikel dat verschenen is in het Tijdschrift voor Psychologie. Het artikel, dat geschreven is door Martijn Kole (ervaringsdeskundige) en Tom Kuipers (psychiater), heeft als onderwerp ‘Passiviteit bij psychose’. In dit artikel doet Martijn een aantal uitspraken die betrekking hebben op zijn eigen ervaringen als cliënt in de GGZ. Een aantal van deze uitspraken raakte mij, ik herkende ze. Dit terwijl ik absoluut niet dezelfde ervaring als Martijn heb in de GGZ. Martijn heeft er een stuk langer mee te maken gehad dan dat ik dat heb, dus wat hij heeft meegemaakt is niet te vergelijken met wat ik heb meegemaakt in mijn korte carrière als cliënt in de geestelijke gezondheidszorg. Maar toch was er herkenning.

Kole zegt onder andere “dus de goede bedoelingen van anderen om mij aan te sporen om iets van mijn dagen te maken stuiten op de muur van zelfbescherming en existentiële angst voor meer verlies.”  Vlak daarna zegt hij dat hij “meer verlies niet kon dragen”. In het artikel geeft hij aan dat zijn passiviteit een manier was om zichzelf te beschermen tegen de angst voor hopeloosheid, want dat was de veroorzaker van zijn gedachten om uit het leven te stappen. In deze fase (zelfbescherming) boezemt het denken of dromen over een toekomst angst in. Zonder toekomst geen hoop en zonder hoop geen toekomst. In het artikel doet hij ook een uitspraak die voor mij een groot deel van mijn leven bepaald heeft “uiteindelijk liet ik het ook na om beslissingen te nemen; die vielen immers toch niet in goede aarde.”

Een groot deel van mijn leven deed ik wat anderen dachten wat verstandig was, mijn beslissingen vielen toch altijd verkeerd. In mijn leven heb ik ooit de beslissing genomen dat alles wat ik zou doen verkeerd zou aflopen, anderen wisten het beter dus dan kon ik daar ook beter naar luisteren. Mijn eigen waarde was ver beneden 0. Mijn schuldgevoel zorgde ervoor dat ik mijn eigen “ik” begroef en als een gestuurde ik mijn leven weer oppakte. Gestuurd door schuld; straf en boetedoening was het thema geworden (maar dat wist ik toen nog niet). Martijn Kole zegt in het artikel dat hij het gevoel had dat hij zijn gevoel ontkoppelde van zichzelf. In die fase heb ik ruim 30 jaar gezeten, al die tijd zonder emoties en gevoel, ondertussen gewoon functionerend.

De uitspraak van Kole over de muur van zelfbescherming en de angst voor meer verlies blijken voor mij ook van toepassing, als er een bres geslagen wordt in mijn muur dan is de angst voor meer verlies erg groot. De angst kan dan zorgen voor paniek, gevolgd door verwarring en chaos. Wat mij in die situaties helpt is contact zoeken met lotgenoten, studiegenoten en hulpverleners. Dan blijkt maar weer dat lotgenotencontact, geduld, steun en herkenning een belangrijk deel uitmaken van mijn herstel. En behalve het ondersteunen in het weer herstellen van mijn muur, komt er dan ook af en toe iemand die er voor zorgt dat je weer stof tot nadenken krijgt (dank je wel Remke), een nieuwe stap in het proces.

Als ik het verhaal van Martijn Kole op deze manier koppel aan mijn eigen ervaring dan bevestigd dat voor mij dat het niet uitmaakt welke aandoening je hebt, het proces is hetzelfde. Ongeacht welke behandeling of opname je hebt gehad, je vindt altijd herkenning in elkaars verhalen. Dat geeft steun, dat geeft hoop. En als er hoop is, is er toekomst.

Koos

Straf en boetedoening

Zo, weer wat om over na te denken. Net een gesprek gehad die mij weer erg aan het nadenken zet. Als mijn gesprekspartner gelijk heeft dan gaan er wel weer wat kwartjes vallen. Het maakt in ieder geval een aantal dingen duidelijk voor mij.

Ik weet dat ik moeite heb met het omgaan met complimenten, eigenlijk met alles wat positief gericht is naar mij als persoon. Nu komt naar boven dat dit niet alleen gaat om invloeden van buitenaf, maar ook van binnenuit. Als ik iets positiefs ervaar, gevoel etc., dan ga ik dat ontwijken of ontken het gewoon. Als het dan om een combinatie gaat van positieve gebeurtenissen van buitenaf en positieve gevoelens van binnenuit, dan breekt voor mij een woelige tijd aan. Ik kan dat niet tegelijkertijd aan, ik kan het dan niet ontkennen of ontwijken. Het gevolg is dan een warrig, chaotisch denkpatroon waar ik de weg in kwijtraak. Met alle gevolgen van dien.

Een van de dingen waar ik dan last van heb is angst. Eigenlijk wist ik dat wel, maar na dit gesprek ben ik het mij ook bewust. Ik ben dan bang om dingen kwijt te raken, te verliezen. Ik ben dan ook bang om bevestiging te vragen, bijvoorbeeld in vriendschap. Stel je voor dat er een teleurstellend antwoord komt. Maar goed, dan blijft dus de twijfel of ik de vriendschap wel waard ben.

Ik weet dat mijn zelfbeeld niet optimaal is en mijn schuldtrauma nog steeds een rol in mijn leven speelt. Maar ik dacht dat ik dit wel een plekje gegeven had, er mee om had leren gaan. In het gesprek werd mij duidelijk dat er nog wel wat aan gewerkt moet worden. Ik straf mijzelf herhaaldelijk, aan de ene kant ben ik vaak op zoek naar bevestiging dat ik het goed doe terwijl ik aan de andere kant niet goed weg weet met positieve dingen die met mijzelf te maken hebben. Want ik mag geen plezier hebben, ik mag geen positieve gevoelens ervaren, ik mag geen geluk zoeken, ik mag niet blij zijn. Het is denk ik wel duidelijk dat dit niet mag van mijzelf. En waarom mag ik dat niet? Gewoon omdat ik er geen recht op heb, omdat mijn onderbewustzijn zich nog steeds schuldig voelt, omdat ik het niet waard ben. Maar ik wil het wel, ben wel op zoek naar blij zijn, plezier hebben en genieten. Gevolg is dus een innerlijke strijd, een strijd die soms tot op het mes uitgevochten wordt.

In mijn werk als ervaringsdeskundige kom ik regelmatig mensen tegen die streng zijn voor zichzelf, te streng. Mensen die zichzelf straffen omdat ze van zichzelf iets niet mogen, ze het niet waard zijn. Als ik met hen in gesprek ben dan probeer ik ze te ondersteunen, ze te laten zien dat ze zeker waard zijn om iets positiefs voor zichzelf te aanvaarden. Je mag mild en lief voor jezelf zijn, gewoon om wie je bent. Ik vertel ze dat ze af en toe best een compliment van een ander mogen aanvaarden, het fijn mogen vinden als anderen laten merken dat zij ertoe doen. Soms geef ik ze een compliment, omdat ze het verdienen, maar soms ook omdat het iets in ze los maakt waar we het over kunnen hebben. Ik voel met ze mee, ik begrijp hun gevoel. Nu weet ik ook waarom.

Straf en boetedoening. Ja, ik doe al meer dan 30 jaar boete voor wat ik toen veroorzaakt heb. Het gaat wel steeds beter, soms heb ik plezier, soms ben ik blij, dus er zit vooruitgang in. Maar het gaat langzaam en de weg is soms erg moeilijk, maar de weg gaat wel omhoog. En dat is waar het omgaat.

Koos

Aan vakantie toe

Ik had niet gedacht dat ik het ooit zou zeggen, maar ik ben aan vakantie toe.

Vorig jaar heb ik vier weken vakantie gehad, ik wilde minder maar werd min of meer gedwongen (sterk geadviseerd) om er vier te nemen. Ik heb er erg tegenop gezien, vier weken niks doen, hoe ga ik dat overleven. Ik heb de vier weken gebruikt om in huis aan de slag te gaan. Met de nodige hulp ben ik gaan verven, sauzen en schoonmaken. Daarna gewoon weer lekker aan de slag.

Dit jaar ligt het even anders. Ik heb zelf de periode van vier weken weer opgegeven, en deze zelfs vorige week een week laten vervoegen. Voor mij een onbegrijpelijke stap, maar ik heb het toch gedaan. Blijkbaar ben ik het nodig, ben ik eraan toe. Ik merk aan mijzelf dat ik moe ben, mijn concentratievermogen erg achteruit gaat, mijn stemming minder wordt en ik steeds minder meekrijg wat er gebeurd met mij of in mijn omgeving. Dit is erg verwarrend en irriterend.

Het is verwarrend omdat ik het niet snap en het voor mij (blijkbaar) erg moeilijk is om dit te accepteren. Het is voor mij verwarrend omdat mijn gevoel en mijn verstand verschillende signalen afgeven. Mijn gevoel (en mijn lichaam) geven aan dat ze er even genoeg van hebben. Mijn verstand wil alleen maar doorgaan, er moet nog zoveel gebeuren en er staan ook zoveel leuke dingen opstapel, dus waarom nu tijdelijk stoppen. En daarbij, als ik rust in mijn hoofd krijg nemen de suïcidale gedachten weer hun plek in.

Het is ook verwarrend, en zeer irriterend, dat ik signalen aan mijn omgeving geef die ik zelf niet in de gaten heb. Normaal weet ik heel goed welke signalen ik laat zien, maar nu ligt dat toch even wat anders. Dit zorgt ervoor dat ik reacties krijg die mij overvallen, en, je raad het al, dus in de war maken. “Wat heb ik gezegd” of “wat heb ik gedaan” zijn dan de vragen die in mijn hoofd blijven hangen. Meestal gaan die dan gepaard met het woordje verkeerd. Kan ik die vragen normaal gesproken wel beantwoorden, nu heb ik daar de hulp van anderen bij nodig. Ik ben overal open een eerlijk in, maar soms zijn er ook dingen waarvan het beter is die eerst even bij mijzelf te houden, eerst te analyseren en te onderzoeken. Ik wil per slot van rekening wel de controle over mijzelf houden, niet gestuurd door mijn verstand of mijn gevoel, maar door een combinatie. Het feit dat ik dus warrig en chaotisch ben (meer dan normaal) geeft aan dat ik het gevoel heb de controle te verliezen en daarvoor de hulp van anderen moet vragen. En dat irriteert mij dan weer. De vicieuze cirkel?

Hoe moeilijk, verwarrend en onbegrijpelijk het ook is om te zeggen, ik doe het toch: “Ik neem vakantie.”

Koos