Bestaansrecht en geluksmomenten

Ik heb de laatste tijd veel gesprekken gevoerd over bestaansrecht. Het houdt mij erg bezig en dankzij de gesprekken voel ik dat ik mij hierin aan het ontwikkelen ben. Het voelen dat ik eigenlijk geen recht hebt om te bestaan (voortkomend uit een schuldgevoel) begint zich heel langzaam om te buigen, te veranderen. Mijn gevoel dat ik bestaansrecht heb wordt steeds iets sterker en ik ben dan ook hard hiermee aan het werk. Dus ga ik analyseren, een slechte gewoonte van mij, maar voor mij een vorm van zelfreflectie. Wat maakt nou dat dit gevoel bij mij aan het veranderen is.

Een groot gedeelte van deze verandering (misschien wel geheel) is het gevoel dat iemand je kan geven dat je iets waard bent. Daarbij is het voor mij dan blijkbaar erg belangrijk wie het zegt en laat blijken. Er zijn genoeg mensen die mij ervan proberen te overtuigen dat ik het waard ben om te leven, en ik geloof hun ook, maar meer vanuit mijn verstand. Vanuit mijn gevoel blijft dit erg moeilijk, het besef druppelt maar langzaam binnen. Nu ben ik iemand tegengekomen die in staat is geweest om de druppels om te zetten in een straaltje. Ik vind die betreffende persoon erg bijzonder en speciaal, maar ik had niet verwacht dat dit mijn gevoel omtrent bestaansrecht zo zou beïnvloeden. Hoe verwonderlijk werkt mijn brein.

Het vreemde hieraan is, voor mij dan, dat dit meteen ook een kentering heeft gebracht in mijn zoektocht naar welke gevoelens erbij welke emotie horen. Op een of andere manier vind ik dat niet zo belangrijk meer om te weten. Ik ben mij, vanuit dezelfde gesprekken, erg bewust geworden van het feit dat het gaat om het gevoel te durven accepteren en niet om het bepalen bij welke emotie dit gevoel nu hoort.

Ik heb gisteren (Goede Vrijdag) een geweldige dag gehad en durf nu zelfs te zeggen dat ik ervan heb genoten. En wat het nog meer bijzonder maakt is het feit dat ik er, als ik eraan terugdenk, nog steeds van kan genieten. En die bewustwording voelt super! Dit is nieuw, dit ken ik niet. Meestal ga ik ervan uit dat er wel weer iets negatiefs zal gaan gebeuren als tegenpool van een positieve ervaring. Dus durf ik er niet van te genieten. Nu durf ik dat gewoon! En ik durf het ook gewoon hardop te zeggen. Een giga stap in mijn persoonlijke ontwikkeling. En dus in mijn gevoel rondom mijn bestaansrecht. Ik merk dat de ontkenning van mijn bestaansrecht zich aan het omzetten is naar het twijfelen aan mijn bestaansrecht. Ik ben er dus nog niet, maar wel erg goed op weg (al zeg ik het zelf).

En dat brengt mij meteen naar geluksmomenten. Ik heb al eens beschreven dat ik niet weet hoe dat voelt, wat dat is dat ‘gelukkig’ zijn. In mijn zoektocht, door middel van analyse, wilde ik denk ik te graag weten wat het is om gelukkig te zijn, welke emotie hoort daarbij en vooral welk gevoel. Hoewel ik altijd tegen iedereen vertel dat je niet te hard naar iets moet zoeken omdat je het dan moeilijk kunt vinden, ben ik zelf net zo hard teveel op zoek gegaan. Ik ben daarbij voorbij gegaan aan het feit dat je het niet moet zoeken, niet moet willen verklaren, maar moet ervaren en accepteren. Bij het overlijden van mijn vader had ik het eerste besef van een geluksmoment. Toen ik zag dat zijn geest overging, in vrede en harmonie, en wat dat voor hem betekende, was dat voor mij een geluksmoment. Ik ben mij nu bewust dat ik gisteren een paar van die momenten heb gehad. Gewoon op een terras, winderig weer maar met af en toe zonnetje, glaasje wijn en prettig gezelschap. Ik genoot en voelde mij op dat moment helemaal goed en prettig, een geluksmoment denk ik dan.

Ik merk nu ook hoe fijn het is om dit gewoon te laten zijn, zonder het dood te willen analyseren. Mijn psycholoog en een spirituele coach waarschuwden mij laatst dat ik moest oppassen omdat ik mij aan het dood analyseren was. Dat was de eerste aanzet, alhoewel ik niet begreep wat ze duidelijk wilden maken. Door de gesprekken over bestaansrecht ben ik gaan begrijpen waarvoor ze mij wilden waarschuwen. Door deze bewustwording ben ik weer een stukje verder in mijn herstel. En ik ben er nog blij mee ook!

Koos

Bestaansrecht en voelen dat je leeft

Ik vind kennis van het herstelproces belangrijk voor mensen die in herstel zijn. Wat ik tot de ontdekking ben gekomen is het feit dat het afhankelijk is van je interpretatie van de fasen of het voor iemand ook wat kan betekenen. Als je twijfelt aan je eigen bestaansrecht, in welke fase zit je dan? Om maar even een voorbeeld te benoemen. Zit je dan in de eerste fase, die van overweldiging, of is de tweede fase, de worsteling, dan meer passend.

Zoals iemand zei: “als je vindt dat je geen bestaansrecht hebt, ben je dus eigenlijk niks. Als je niks bent, waarvan moet je dan herstellen?”. Met andere woorden, je zit dan nog in de fase van overweldiging. Mijn interpretatie zet hetzelfde in fase twee, want ik “weet” dat er iets niet klopt (iets met eigenwaarde, zelfbeeld) en ben nu aan het worstelen met de wetenschap dat ik er ben, maar daar eigenlijk het recht niet op heb (mijn beleving). Ik ben dus op een zoektocht naar manieren om dit feit te accepteren en er vervolgens wat aan te gaan doen.

Het hebben van bestaansrecht, het voelen dat je het waard bent om op deze aarde rond te lopen, heeft volgens mij ook te maken met het voelen dat je leeft. Want kun je voelen dat je leeft als je van mening bent dat je geen bestaansrecht hebt? En wat is dan voelen dat je leeft, en wat voor gevolgen heeft dat. Ik ervaar soms dat ik leef, maar dat is geen positief gevoel. De pijn, de teleurstelling (of de angst daarvoor) laat mij ervaren dat ik leef, maar versterkt dan ook mijn gevoel dat ik dat dus liever niet wil ervaren. Het versterkt mijn gevoel dat ik niet het recht heb om te bestaan. Ik weet wel waar dat gevoel vandaan komt en ergens zegt mijn verstand ook dat dit niet (meer) terecht is. Dat het nu zo langzamerhand wel genoeg is geweest, dat ik mijzelf voldoende straf gegeven heb. Maar mijn gevoel is het daar nog niet echt mee eens.

Voel ik dan alleen dat ik leef vanuit negatieve ervaringen? Nee, dat ook weer niet. Sinds kort ben ik tot het besef gekomen dat ik ook het gevoel heb dat ik leef als ik mooie en fijne persoonlijke gesprekken heb. Gesprekken die mij aan het denken zetten over het zijn, de essentie van het leven en wat dat voor mij inhoudt. Vragen als “wat heb jij nodig om te voelen dat jij leeft” zijn daarin voor mij erg cruciaal. Het triggert mij, daagt mij uit om buiten mijn comfort zone te denken. Gisteren werd ik mij, tijdens zo’n gesprek, bewust van het feit dat ik heel goed ‘out of the box’ kan denken, maar dat dit iets anders is dan buiten je comfort zone denken. Mijn comfort zone is voor mij veiligheid maar tegelijkertijd een belemmering. Een belemmering in het nastreven van mijn droom, en die droom is weer essentieel voor mijn bestaansrecht (ik kan door de droom voor mijzelf mijn bestaansrecht rechtvaardigen o.i.d.). Wil ik werken aan mijn bestaansrecht, moet ik de belemmeringen wegvagen en mijn droom nastreven. Dus mij buiten mijn comfort zone begeven. Mijn ‘veiligheid’ opgeven en gaan voor het avontuur.

Ik stel mijzelf dan de vraag of het hebben van onveiligheid voor mij dan het gevoel oplevert dat ik leef. Heb ik het avontuur nodig om voor mijzelf te rechtvaardigen dat ik leef en daar ook ‘gewoon’ recht op heb. Dus bestaansrecht heb? Het doet mij een beetje denken aan het kinderboekje over Rupsje Nooitgenoeg.  Deze bleef maar doorgaan (in dit geval met eten) totdat hij uiteindelijk de transformatie kon maken tot een mooie vlinder. Ik blijf, of liever gezegd moet blijven, doorgaan totdat ik eindelijk de transformatie kan doormaken. De tansformatie houdt voor mij dan in dat ik mijzelf bestaansrecht gun en een leven kan leiden in plaats van een leven lijden.

Wil het voelen dat ik het recht niet hebt om te bestaan dan ook zeggen dat ik niet wil leven? Nee, ik wil niet dood, maar ik hoef ook niet te leven. Dat is al wel een positieve ontwikkeling in mijn gedachten, eerder wilde ik gewoon niet leven. Ik accepteer het leven als iets dat nou eenmaal zo is. Dit is ook gebaseerd op het feit dat mijn pogingen om eruit te stappen (bewust en onbewust) tot nu toe altijd verhinderd zijn. Ik ga er, voor mijn gemak, dan maar vanuit dat ik nog iets moet doen op deze aarde voordat ik weg mag. Wil dit zeggen dat ik geen suïcidale gedachten meer heb, nee, deze blijven gewoon aanwezig. Ik heb ze geaccepteerd, het hoort (voorlopig) gewoon bij mij. Doe ik pogingen? Nee, in ieder geval niet bewust. Het overvalt mij soms, vanuit het niets, maar dat is hooguit 2 of 3 keer per jaar. En aangezien ik mij daar toch niet op voor kan bereiden laat ik het maar met rust.

Om het weer even terug te brengen naar het herstelproces. Gesprekken zoals gisteren brengen mij een stukje wijsheid en inzicht. Ik besef nu dat ik wat betreft het stukje bestaansrecht nog niet zover ben als dat ik dacht. Dat ik, wat dat ene stukje betreft, nog gewoon in fase twee zit. Ik ben dan wel aan het worstelen, maar ik kom zeker boven. Luctor et Emergo.

Koos