Gebrek, schaamte en zoektocht bij suïcidaliteit

Mijn leven is doorspekt met suïcide, op alle mogelijke manieren. Ook wel een beetje logisch want ik zet mij in voor mensen met suïcidale gedachten en gedrag, hun naasten of nabestaanden en hun omgeving. En ik ben natuurlijk zelf ook niet vrij van suïcidale gedachten.

Wat mij opvalt is dat ik nog vaak situaties tegenkom waarin de persoon met suïcidaal gedrag of gedachten over zelfdoding niet serieus genomen wordt. Opmerkingen als “dit komt omdat je depressief bent. Kijk eens naar de positieve dingen, je zult zien dat het dan vanzelf over gaat” komen nog vaak voor. Er wordt vanuit de maatschappij niet adequaat gereageerd, volgens mij wordt dit veroorzaakt door handelingsonbekwaamheid. Hiermee bedoel ik het niet beschikken over de kennis die nodig is om met het thema suïcide om te gaan. Terwijl we een groot gedeelte van de kennis eigenlijk allemaal wel hebben, zomaar, van nature.

De kennis waar we allemaal over beschikken zit in het gedeelte menselijkheid. De mens is, over het algemeen, vanuit het mens zijn in staat in gesprek te gaan over allerlei onderwerpen. Wij kunnen met elkaar in gesprek gaan over hypotheken, het huishouden, financiële zaken, liefde, ziekte, werk, noem het maar op. Het enige dat ons op een aantal gebieden tegenhoudt is angst en schaamte. De angst komt voort uit een “gebrek” aan kennis, schaamte komt voort uit de houding van de huidige maatschappij (“de anderen zullen wel denken dat ik een loser ben, een zwakkeling”).

Het gebrek

Het gebrek aan kennis zoals wij dat ervaren kan voor een gedeelte op een vrij eenvoudige manier opgelost worden. Net zoals je kennis opdoet over het opvoeden van een kind. Je kunt informatie opzoeken, zelfs cursussen volgen, waarmee je kennis opdoet. Maar het grootste gedeelte van de kennis doe je op in de praktijk. Je ziet wat er gebeurt en handelt. Je kind huilt en je pakt het op om te troosten en te onderzoeken waarom hij huilt. Je doet kennis op.

Dit geld ook voor kennis op het gebied van suïcidaliteit. Je kunt informatie zoeken, zelfs trainingen volgen, waarmee je kennis opdoet. Maar ook hier leer je het meest in de praktijk. Door te praten met mensen die te maken hebben met suïcidale gedachten of gedrag. Als je een timmerman iets ziet doen wat je niet begrijpt dan vraag je waarom hij dat doet. Waarom zou je dan iemand met suïcidale gedachten niet vragen waarom hij of zij die gedachten heeft, want je begrijpt het niet toch? Ik zeg hierbij niet dat iedereen maar even de psycholoog uit moet gaan hangen, alstublieft niet, maar ga gewoon in gesprek en luister naar wat er gezegd wordt, zonder oordeel of advies te geven. Je geeft de timmerman ook geen advies lijkt mij.

“van erover praten ga ik niet dood, van er niet over praten misschien wel”

De schaamte

Schaamte speelt een grote rol bij het in gesprek gaan over suïcidaliteit. Je wilt (als persoon met suïcidale gedachten) het liefst over je gedachten praten, maar dat is moeilijk. Door de houding die er in de maatschappij heerst dat je sterk moet zijn, dat je succesvol moet zijn, dat je jezelf moet kunnen redden (zelfregie) ga je niet te koop lopen met iets wat je zelf als zwakte ervaart. Stel je voor dat mensen je gaan ontlopen, vermijden, roddelen omdat ze vinden dat je een zwakkeling bent, raar bent, “verward” bent of zelfs gek bent. Je gaat dan jezelf buiten de maatschappij plaatsen door je af te zonderen, zoveel mogelijk mensen te vermijden. Met als gevolg eenzaamheid en het versterken van je suïcidale gedachten. Dat wil je niet, je wilt in de maatschappij, door je omgeving en je naasten gezien worden als een normaal functionerend persoon. Dus zeg je niks. Met als gevolg dat je intern eenzaam wordt en je de gedachten weg probeert te stoppen, vaak met het tegenovergestelde als gevolg.

Is die schaamte terecht? Volgens mij niet. Maar ik weet uit eigen ervaring dat die wel aanwezig is. Het je schamen voor het hebben van gedachten over zelfdoding zou niet terecht moeten zijn. Jammer genoeg zijn er veel situaties die de schaamte versterken. De eerdergenoemde uitspraak wijst daar wel op. En wat denk je van uitspraken als “joh, hoe kan dat nou, je hebt alles zo mooi voor elkaar, er zijn er die het veel slechter hebben geregeld.” Of “kijk eens naar alle positieve dingen om je heen, hoe kan je dan zo raar denken.” Dan ga je al snel terug in je schulp en zwijgt. Kennelijk ben je niet normaal, zie je het verkeerd, begrijp je het verkeerd, voldoe je niet aan de standaard die de maatschappij stelt. En ja, je hebt het eigenlijk best goed geregeld en er zijn veel mensen die dat niet hebben, dus mag je eigenlijk niet klagen. Hierbij schuif je aan de kant dat het daar helemaal niet omgaat, het goed geregeld hebben van dingen, het gaat om hele andere zaken. Maar de mensen zien het als zeuren en klagen. En je wilt niet dat mensen dat gaan denken. Dus zwijg je en krop je alles op. En dan wordt het alleen maar moeilijker.

Zoektocht

Buiten het gebrek en de schaamte speelt ook het vinden van de juiste hulp een struikelblok. Want welke hulp heb je nodig, welke hulp is er, welke hulp is voor jou geschikt en, niet geheel onbelangrijk, waar vindt je die hulp. Het uitzoeken van welke hulp jij nodig bent is al een hele zoektocht waarin de uitspraak “al doende leert men” een belangrijke rol speelt. Want vaak weet je pas of iets voor jou helpend is als je het gaat toepassen. En dat is een valkuil, want als blijkt dat het toch geen passende hulp is, is er kans op een verslechtering in plaats van een verbetering. En wat als je al een behoorlijk aantal dingen geprobeerd hebt en er nog steeds geen verbetering is, niet echt motiverend dacht ik zo. Dus is de zoektocht naar goed passende hulp een behoorlijk karwei, waarbij een beetje ondersteuning geen kwaad kan.

Als je duidelijk hebt wat jij nodig bent komt de volgende zoektocht, waar vindt je die hulp. Verwijzingen vinden vaak plaats via de huisarts of POH GGZ, zij verwijzen naar de specialistische GGZ, terecht denk ik. Maar dan begint het, want je hebt suïcidale gedachten en bent daardoor waarschijnlijk depressief. Dus gaat men als eerste proberen je uit de depressie te halen, want dan zal de suïcidaliteit waarschijnlijk ook verdwijnen of verminderen. En dat zal in de meeste gevallen inderdaad zo zijn. Maar het kan ook voor een tijdelijke vermindering zorgen, het lijkt dan of de hulp gewerkt heeft en succesvol is, maar na een tijdje komen de gedachten weer terug (en dan vaak sterker) en dus ook de depressiviteit. Het zou beter zijn (in mijn ogen) dat er eerst gekeken wordt of de depressie wel de veroorzaker is van de gedachten. Het zou zo maar kunnen zijn dat het bipolair zijn, de psychosegevoeligheid of de persoonlijkheidsstoornis de eigenlijke veroorzaker is van de suïcidale gedachten. Dan zou daar de prioriteit op moeten liggen en niet op de depressie. Dit vergt veel kennis en inzicht van de hulpverlener en veel bereidwilligheid van de persoon waarom het gaat. Ik denk (en hoop) dat er situaties zijn waar op die manier gewerkt wordt, in de meeste gevallen een zwaar en langdurig proces lijkt mij. Maar ze zijn wel moeilijk te vinden, hulpverleners die op die manier werken. Niet omdat de hulpverleners dat niet willen, volgens mij willen zij dit zeker wel maar krijgen zij er vaak gewoon de ruimte niet voor. En dat vind ik jammer, en niet alleen in het kader van suïcidaliteit.

In gesprek gaan

Suïcidepreventie begint volgens mij met het in gesprek gaan met mensen die suïcidale gedachten/gedrag hebben, hun naasten en met nabestaanden. Pas door het in gesprek gaan kun je kennis opdoen over hoe je het beste kunt handelen bij suïcidaliteit. Dit kun je het beste leren vanuit praktijkervaringen, aangevuld met theorie uit een boekje. Niet alleen het een of het ander, maar door het samenvoegen van kennis uit de praktijk met wetenschappelijk verkregen kennis. Het een kan niet zonder het ander. En gesprekken zijn toch altijd onderdeel van de onderzoeken die de theoretische kennis vaststellen, dus is het in gesprek gaan erg belangrijk volgens mij.

Naast het in gesprek gaan is het ook belangrijk wie die gesprekken voert. In mijn ogen zijn ervaringsdeskundigen nodig bij het in gesprek gaan met mensen met suïcidale gedachten of gedrag en hun naasten/nabestaanden. Zij weten wat het is, hebben hier zelf ervaring in opgedaan tijdens hun proces. Deze ervaringsdeskundigen voelen wat de ander zegt en bedoeld, kunnen herkenning geven en begrip. Zij bouwen dus makkelijker vertrouwen op en krijgen daardoor andere antwoorden dan de “professionele” hulpverlener. Meer waarheidsgetrouw. En met deze antwoorden, deze kennis kan gewerkt worden om het doel te bereiken waar we met zijn allen naar toe willen. ZERO SUÏCIDE, of in ieder geval een zo laag mogelijk aantal.

Koos de Boed

Foto: René van Hoof / artikel omroep Brabant

Dromen hoeven geen bedrog te zijn; landelijke dekking crisis/hulpkaart

Het schakelteam personen met verward gedrag, onbegrepen gedrag of personen met “gedoe” (het ligt er maar net aan wie je spreekt), is in oktober gestopt. Een van de resultaten die het team heeft opgeleverd is de Hulpkaart. De kaart is bedoeld als hulpmiddel voor mensen die in situaties terechtkomen waarin ze even de weg kwijt zijn (verward zijn, verward gedrag vertonen, onbegrepen gedrag vertonen, etc.). Om de te hulp schietende mensen duidelijk te maken wat er moet gebeuren wordt van tevoren door de kaarthouder, samen met een opgeleide kaartconsulent, op papier gezet wat de wensen zijn van de kaarthouder. Door gebruik te maken van de kaart kan er veel onnodig “gedoe” en leed voorkomen worden.

Hmm, dat heb ik al eens eerder ergens gelezen. De al bestaande crisiskaart heeft hetzelfde doel. Dus waarom nu een nieuwe kaart? Er is eigenlijk alleen maar verschil in de gebruikte tekst, de hulpkaart maakt gebruik van wat “simpelere” tekst. Beter, want hierdoor begrijpelijker, makkelijker en dus toegankelijker. Maar waarom dan niet gewoon de crisiskaart aanpassen?

Maar goed, het is nu eenmaal zo en we kunnen daar niets meer aan veranderen. Wat dan wel weer jammer is, is het feit dat het gedropt wordt door het schakelteam, maar er vervolgens geen budget is om de landelijke uitrol verder te ontwikkelen. Dus het uiteindelijke resultaat is dat er twee kaarten zijn die mensen met onbegrepen gedrag kunnen ondersteunen die beide niet over budget beschikken om voor een landelijke dekking te zorgen.

Er zijn in Nederland een aantal projecten (al dan niet gefinancierd door ZonMw) die de crisiskaart aan het implementeren zijn. Door het dichtdraaien van de geldkraan is er nu geen landelijke sturing meer. Resultaat; kleine eilandjes die zelfstandig in hun regio bezig zijn met de kaarten. Geen landelijk overleg, geen landelijke sturing en dus waarschijnlijk geen landelijke eenduidigheid. Er zullen waarschijnlijk overal in de projecten verschillen ontstaan in de procedure en in het uiterlijk. Het samen verder ontwikkelen is een droom die bijna vervlogen is.

Er komt hopelijk verandering in deze situatie. Bij ZonMw is een subsidieoproep “Evaluatie en doorontwikkeling van de hulpkaart” verschenen. Het project moet door een kennisinstelling aangevraagd worden omdat het eigenlijk een onderzoeksubsidie is, en dat is dan weer jammer. In mijn ogen zou het verstrekken van een subsidie die betrekking heeft op het doorontwikkelen van de hulpkaart aan een praktische instelling verleend moeten worden. Maar ook hier is niet veel aan te veranderen.

Omdat ik van dromen hou en van mening ben dat dromen geen bedrog hoeven te zijn gaan wij, vanuit Boedies (maatschap onafhankelijke ervaringsdeskundigen), samen met de medewerkers van het crisiskaartproject Veluwe & Veluwevallei en de Stichting Herstelproces, een poging doen om de droom van een landelijke dekking van de crisis/hulpkaart waar te maken. De ondersteuning vanuit ZonMw zou daarin helpend zijn.

Nu nog opzoek naar een kennisinstelling die dit wil ondersteunen zodat we samen een aanvraag kunnen indienen bij ZonMw.