Alle berichten van herstelproces

het leven is nooit makkelijk

Het beste ervan maken in een moeilijke omgeving.

“Het leven is niet altijd makkelijk” is een uitdrukking die door veel mensen wordt gebruikt als ze horen dat het niet goed met je gaat. Iemand met een depressie zal dit regelmatig horen uit de mond van zijn of haar hulpverlener of mensen uit de omgeving. En die uitspraak klopt, het leven is inderdaad niet altijd makkelijk. Iedereen heeft in het leven te maken met tegenslagen, daar is niet aan te ontkomen. Maar voor mensen die te maken hebben met depressieve gedachten gaat deze uitspraak niet op. In hun gedachtegang is het meer “het leven is nooit makkelijk”.

Tegenslagen hebben altijd impact op je leven, soms kun je ervan leren maar soms moet je het gewoon accepteren en kun je er niks mee. Dat is normaal, maar mensen die depressief zijn, zijn in dat opzicht niet normaal. Zij denken niet zoals iemand zonder depressie. Een tegenslag is er in vele proporties, het verliezen van een dierbare heeft een andere impact dan het verliezen van een pen. In de meeste gevallen heeft het verliezen van een dierbare een veel grotere impact op je leven dan het verliezen van een gebruiksvoorwerp. Dat laatste is jammer, maar je koopt een nieuwe en gaat weer verder.

Toch kan het verliezen van een pen voor mensen die te maken hebben met een kwetsbaarheid een net zo grote impact hebben dan voor anderen het verliezen van een dierbare. Kun je nagaan wat het verliezen van een dierbare dan teweeg kan brengen. Het gebruiken van zinnen zoals ‘iedereen heeft te maken met tegenslagen’ en ‘het leven is niet altijd makkelijk’ is voor mensen met een kwetsbaarheid dan ook vaak nietszeggend en erg demotiverend. Ook depressieve mensen, zoals ik, weten dat het leven nou eenmaal tegenslagen brengt en dat het leven bij niemand over rozen gaat. Dat hoeft niemand ons te vertellen. Ook niet in het kader van normalisering, een veel gebruikte term in de psychiatrie.

Dat er gekeken moet worden naar wat normaal is en wat niet, is in mijn ogen logisch. Niet alles wat er gebeurd heeft te maken met je kwetsbaarheid, ook bij kwetsbare mensen zijn er normale reacties. Het is alleen zaak om die reacties te kaderen, dus bepalen of dit te maken heeft met je kwetsbaarheid. Is je reactie op een gebeurtenis normaal of wordt het veroorzaakt door je kwetsbaarheid, je gedachtenpatroon.

Als ik het even bij mijzelf houd, dan kan ik het volgende als voorbeeld gebruiken. Bij berichten over een suïcide is het normaal dat je hier even door geraakt wordt. Afhankelijk van de manier waarop en de manier waarop het naar buiten gebracht wordt. Op wat voor manier het raken plaats vindt is daar erg afhankelijk van. Gaat het om een ‘aanrijding met een persoon’ dan gaan de gedachten eerst vaak uit naar de machinist (erg logisch, zeer menselijk) en daarna naar de naasten van de persoon in kwestie. Het raken kan verontwaardiging zijn (hoe kun je nou andere mensen dit aandoen), kan boosheid zijn (wat een egoïst, wat een lafaard, nou kom ik te laat) en kan ook verdriet zijn (maar dan vaak gericht op de achterblijvers). Daarna gaat iedereen weer over naar de orde van de dag.

Als ik het hoor gaat mijn gedachte direct naar de persoon in kwestie, ik word erg verdrietig (wat zal hij/zij eenzaam zijn geweest aan het eind) en boos (dat het op deze manier heeft moeten gebeuren). Pas daarna gaan mijn gedachten naar de machinist en de achterblijvers (wat zullen zij hieraan overhouden, wat zullen zij hier verdrietig over zijn). Ik heb dan ook altijd de gedachte dat ik het jammer vind dat de persoon in kwestie geen contact met mij heeft gehad, met het besef dat dit absoluut geen garantie had gegeven want ook ik kan geen wonderen verrichten.

Het doet mij altijd pijn als ik hoor dat iemand suïcide heeft gepleegd. Het doet mij pijn omdat het iets is wat mij persoonlijk raakt. Ik weet wat het is om in die situatie te zitten. Het is iets wat te maken heeft met mijn persoonlijke ervaringen, het is onderdeel van mijn kwetsbaarheid. Het komt voort uit mijn kwetsbaarheid. Ik ben op dit vlak erg kwetsbaar, iets in het kader van chronische suïcidaliteit. Het verloop in mijn gedachten is daardoor anders dan normaal. In dit geval dus erg duidelijk dat het meer impact op mij heeft dan op normale mensen.

Ook voor mij is het leven nooit makkelijk. Het lijkt misschien wel zo, ik ben stabiel en best wel zelfverzekerd. Het afgelopen jaar zijn er veel positieve dingen gebeurd en heb ik heel weinig negatieve ervaringen opgedaan. Maar toch durf ik niet te zeggen dat het niet makkelijk is, integendeel, het leven is altijd moeilijk. Maar ik maak er het beste van en dat lukt best wel goed. Ik heb gelukkig een aantal mensen om mij heen die mij hierin steunen, de reden waarom ik niet terugval en door kan gaan. En dat liefde hierin voor mij erg belangrijk is, is mij afgelopen jaar wel erg duidelijk geworden.

Koos

Darmen herstellen depressie?

Het blijkt uit de verschillende onderzoeken dat bacteriën die in ons lichaam thuishoren een grote invloed hebben op onze (geestelijke) gezondheid. Vlaamse wetenschappers kwamen tot de ontdekking dat mensen die te maken hebben met een depressie een sterk verminderd aantal bacteriën in hun darmen hadden (bron: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/02/04/vlaamse-wetenschappers-vinden-langverwachte-link-tussen-darmflor/?fbclid=IwAR1O46VjNGT6kWfW0_q_TG0lXIcGoASNqohmEID9XVqx5GrfEK5V5qzzlK4).

Het gaat hier om twee bacteriën; Dialister en Coprococcus. Ik ben een leek op dat gebied, maar omdat ik te maken hebben met depressie ben ik nieuwsgierig opzoek gegaan. Via Wikipedia kwam ik erachter dat de Coprococcus phylogenetisch overeenkomsten vertoont met de Lachnospira bacterie. Erg interessant, maar ik weet nog steeds niks. Dus ik ben verder gaan zoeken.

Ik kwam vervolgens een artikel tegen waarin het tekort aan Lachnospira bacteriën een mogelijke veroorzaker is van astma bij jonge kinderen (bron: https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/darmflora-essentieel-voor-bescherming-tegen-astma.htm). Een tekort aan deze bacterie is dus, op een of andere nog uit te zoeken manier, gelinkt aan in ieder geval twee aandoeningen (een lichamelijke en een geestelijke). Omdat ik met beide te maken heb ben ik uiteraard erg benieuwd hoe ik ervoor zou kunnen zorgen dat het aantal Lachnospira bacteriën in mijn darmen gaat toenemen. Want dat zou mij erg kunnen helpen lijkt mij.

Zoals gezegd ben ik een leek op het gebied van bacteriën en kan dus ook niks vinden op internet waarin staat hoe ik aan die betreffende bacterie kom. Bij elke zoekopdracht die ik geef kom ik alleen de bacterie Lactobacillus casei tegen. Nou vind ik persoonlijk dat die twee wel op elkaar lijken, dus misschien zijn ze dan ook wel aan elkaar verbonden? Met dit als uitgangspunt kan ik een snelle conclusie trekken. De beroemde melkdrankjes Yakult en Actimel en de zuivel van Danone bevatten deze bacterie. Dus kan ik dan stellen dat het gebruiken van deze producten een positieve invloed heeft op mijn astma en mijn depressie?

Het zou mooi zijn, maar ik vermoed dat ik te makkelijk denk. Misschien dat er iemand is die hier verstand van heeft en mij op het goede spoor kan zetten? Ik hoor het graag.

Ergens is dit wel heel erg positief nieuws. Het is meteen ook een twijfel brenger. Want als het missen van deze bacteriën te maken heeft met depressieve gedachten, hoe zit het dan met het gemis aan het geluksstofje. Zijn we dan te lang gefocust geweest op een stofje dat misschien uiteindelijk geen veroorzaker maar een gevolg is van depressieve gedachten?  Als dit klopt dan is dit wel een sof voor de farmaceutische industrie, ervan uit gaande dat de missende bacterie via een natuurlijk proces aangemaakt kan worden. Er is dan geen pilletje meer nodig die het gemis aan het geluksstofje moet compenseren. Als de aanmaak van de bacterie niet op natuurlijke wijze gestimuleerd kan worden dan hebben ze geluk, dan kunnen ze iets op de markt brengen waar weer aan verdiend kan worden.

De betreffende onderzoeken geven wel weer aan dat ons lichaam stoffen aanmaakt die zorgen voor geestelijke stabiliteit. Het goed onderhouden van die stoffenfabriek is dan ook erg belangrijk, daar moeten we goed voor zorgen. Dus gezond eten en bewegen is de manier om de fabriek te onderhouden of weer aan het werk te krijgen.

Dat voedingsstoffen invloed hebben op onze gemoedstoestand weten we eigenlijk al lang. Het spreekwoord ‘de liefde van de man gaat door de maag’ komt natuurlijk wel ergens vandaan. Het spreekwoord werd eerst uitgelegd als dat de vrouw zo aantoonde dat ze goed kon koken, een goede huisvrouw was. En dus haar man goed kon verzorgen, vertroetelen. Nu denk ik dat het gewoon komt door stofjes in het eten. Door de juiste stofjes aan te leveren wordt de gemoedstoestand van de man beïnvloedt op een positieve manier, dat het ook nog eens lekker smaakt is dan eigenlijk bijzaak. Maar door de ontwikkelingen in onze maatschappij zijn we dat vergeten en het paste toen natuurlijk heel goed in de onderdanige rol van de vrouw. Tegenwoordig zit het nog gecompliceerder in elkaar, want niet alleen de vrouw kookt voor haar man, nee de man kookt nu ook voor zijn vrouw (en uiteraard zijn er nog andere combinaties te maken). Daarnaast zijn we meer bereisd en zo in contact gekomen met voeding uit andere landen. Als we daar de ontwikkeling van ‘hoe meer hoe beter’ bij op tellen kan ik voor mij steeds beter verklaren waarom er steeds meer aan ons ‘mankeert’ zowel lichamelijk als geestelijk.

We zijn andere stoffen gaan innemen in sterk toenemende hoeveelheden. Dat is ons lichaam niet gewend. De normale stoffen waar ons lichaam mee te maken had werden vervangen door andere, vreemde stoffen. Ons lichaam moet leren daar mee om te gaan, moet er op ingesteld worden. Dit brengt een verandering mee in ons hele lichaamsproces, heeft invloed op elk onderdeel. En daar hebben we ons lichaam nooit goed de tijd voor gegeven. Als we kijken naar de ontwikkeling van de mensheid heeft elke fase een behoorlijke lange tijd in beslag genomen. Maar als we kijken naar de ontwikkeling van ons eetgedrag heeft dat, in vergelijk, een veel kortere tijd gevergd. Dus is het toch logisch dat ons lichaam, en dus onze geest, die verandering niet zo snel heeft kunnen implementeren? Of zie ik dit verkeerd?

Het geval (gevolg) is dat er nu onderzoek moet plaatsvinden naar wat ons lichaam mist en nodig heeft om ons weer op ons natuurlijke ‘zijn’ te brengen. Eigenlijk is dat triest, maar ik ben wel erg blij dat die onderzoeken er zijn, ze kunnen ons lichaam weer terugbrengen naar originele staat.

Nou lijkt het misschien uit bovenstaande dat ik een supergezond levend mens ben, die gezond en verantwoord eet en veel sport/beweegt. Laat ik jullie dan uit die waan halen. Ik eet goed, maar regelmatig ‘onverantwoord’ en ik sport niet, ik beweeg (eindje lopen, stap in en uit de auto, beweeg mijn armen en polsen bij het typen etc.) en voor de liefde heb ik het eten niet nodig. Maar ik besef wel steeds meer dat we ons lichaam in de afgelopen tijd erg verwaarloosd en genegeerd hebben. En misschien ga ik dit voor mijzelf nog wel eens aanpakken. Misschien.

Eerst maar eens kijken of ik erachter kan komen hoe ik de bacteriën in mijn darmen kan krijgen. En dan wel de goede, want die ziek makende griepachtige virussen en bacteriën ben ik zo langzamerhand wel zat.

Koos

Onderzoek lotgenotencontact bij suïcidaliteit

Er is nog altijd veel onduidelijkheid over de mogelijkheden van het inzetten van ervaringsdeskundigen bij suïcidaliteit. Er is een onderzoek gedaan door Annemiek Huisman en Diana van Bergen naar de stand van zaken in 2018. Tijdens het symposium waar zij hun onderzoeksresultaten bekend maakten kwamen zij onder andere tot de conclusie dat de inzet van ervaringsdeskundigen nog erg beperkt was en er eigenlijk nog meer onderzoek nodig was.

In mijn denkpatroon wil dit zeggen dat er nog erg veel onduidelijkheid is over de meerwaarde van ervaringsdeskundigen bij suïcidaliteit. Onderzoek hierna is belangrijk, wij houden nu eenmaal van wetenschappelijk vastgelegde resultaten. Maar je kunt alleen maar onderzoek plegen naar de meerwaarde en effectiviteit als er iets te onderzoeken is. Oftewel als er in de praktijk ook gebruik van wordt gemaakt. En dat gebeurt dus veel te weinig, heel veel te weinig.

Als we ons gaan afvragen hoe het komt dat er zo weinig gebruik gemaakt wordt van ervaringsdeskundigen zijn er volgens mij twee belangrijke aspecten te onderscheiden. We hebben te maken met onbekendheid met ervaringsdeskundigheid (“ervaringsdeskundigen zijn mensen die hun eigen verhaal vertellen”) en met angst. Die onbekendheid begint langzamerhand te verdwijnen, de inzet van ervaringsdeskundigen bij behandeling (ggz) en begeleiding/ondersteuning (ggz en sociaal domein) vindt steeds meer vaste grond, een olievlek die zich aan het verspreiden is. Maar die angst dat is nog wel een dingetje.

Angst is nog wel iets wat mij belemmerd om hem te vragen of hij veel aan de dood denkt.

Die angst heeft alles te maken met het thema suïcide. Het is nog steeds een taboe om er over te praten, de kennis over suïcide neemt maar langzaam toe en de bestaande kennis is geënt op wetenschappelijk en theoretisch onderzoek. Natuurlijk wordt er in de onderzoeken gebruik gemaakt van informatie die verkregen is uit gesprekken en ervaringen met suïcidale mensen, maar vervolgens wordt die informatie gekoppeld en verklaard om theoretische kennis te steunen of te ontwikkelen. Wij denken nu eenmaal graag volgens verklaarbare patronen en procedures, heel menselijk. De kennis die daarbij vergaard wordt komt meestal uit langlopende onderzoeken waarvan de opgedane kennis gedeeld wordt met de aangesloten instellingen en organisaties. Er komt aan het eind (soms ook tussendoor) een verslag waarin het resultaat wordt bekendgemaakt. Maar terug naar de angst.

Straks ben ik de gebeten hond, is het mijn schuld, ik kijk wel uit.

Mensen zijn bang, bang omdat zij niet weten wat zij er mee aan moeten, bang dat zij verantwoordelijk gehouden worden als er iets gebeurd, bang dat ze het erger maken, etc. Heel langzaam, echt heel langzaam, zie je hierin een voorzichtige verandering. De campagnes die er zijn (geweest) waarin het bespreekbaar maken van suïcide het thema is, werpen heel langzaam hun vruchten af. Ook trainingen die gegeven worden op het gebied van psychische kwetsbaarheden benoemen steeds meer suïcidaliteit, MHFA en Grip op Verwardheid zijn daar goede voorbeelden van. Maar waarom dan nog steeds angst voor de inzet van ervaringsdeskundigen?

In de meeste gevallen komt dit omdat de hulpverlener nog niet goed duidelijk heeft hoe het met de ervaringsdeskundige zelf zit. Ergens mooi, een stukje bezorgdheid naar collega’s is altijd fijn, maar het is niet zo dat de ervaringsdeskundige door gesprekken over suïcidaliteit zelf actief wordt om uit het leven te stappen. Als het goed is tenminste. Daarnaast speelt ook mee dat er nog veel gedacht wordt dat praten over suïcidaliteit de kans op daadwerkelijke zelfdoding groter maakt, ook binnen de hulpverlening. Laat staan dat we mensen met suïcidale gedachten bij elkaar zetten en als groep in gesprek laten gaan, dit zou (volgens die gedachtegang) rampzalige gevolgen hebben.

Op internet kan ik alles vinden wat ik wil weten, dus daar hoef ik het met jou echt niet over te hebben.

Er is veel angst dat kopieergedrag plaats vindt, dat de deelnemers aan zo’n groep elkaar negatief motiveren of stimuleren door mogelijkheden uit te wisselen. Een angst die volkomen onterecht is op het moment dat de groep begeleid wordt door een ervaringsdeskundige. Het uitwisselen van mogelijkheden is überhaupt geen belemmering, op internet is er veel meer informatie te vinden dan in een groep. Kopieergedrag of negatieve motivering is wel een aspect, daarom is het ook belangrijk dat er niet zomaar een ervaringsdeskundige voor de groep gezet wordt, de betreffende ervaringsdeskundige moet wel over een aantal competenties beschikken en zeker zelf stevig in zijn/haar herstel staan.

Het bestaansrecht van dit soort lotgenootgroepen is in Amerika al bewezen. Er is daar een langdurig onderzoek gedaan waarbij lotgenootgroepen voor mensen met suïcidale gedachten de basis waren. Het Didi Hirsch Suïcide Prevention Centre heeft dit onderzoek uitgevoerd op meerdere locaties met positief resultaat. Er is door het centrum dan ook een handleiding uitgegeven waarin ze duidelijk aangeven hoe zij dit soort groepen hebben opgestart en ondersteunen zo andere organisaties en instellingen die groepen rondom suïcidaliteit willen beginnen.

Dat lotgenootgroepen in Amerika goed werken wil natuurlijk niet zeggen dat het in Nederland ook goed werkt, wij denken meestal iets anders dan de Amerikanen volgens mij. Het zou dan ook mooi zijn als er in Nederland een soortgelijk onderzoek zou komen. De lotgenootgroepen zijn al in oprichting (eerste halfjaar 2019 een pilot in Friesland) dus alleen nog een Nederlands Onderzoeksinstituut die hier een onderzoek aan wil koppelen. Er is een subsidie van ZonMw waar dit onder kan vallen. Maar dan moet er wel voor half maart een projectplan ingediend worden.

Welke onderzoeker wil dit samen met mij proberen? Ik ben er klaar voor….

2018 ontwikkeling en voorbereiding – 2019 gewoon doen!

Het jaar loopt ten einde en dan is het wel een (goede) gewoonte om terug te kijken op het afgelopen jaar. Normaal kijk ik terug op mijn privéleven en op mijn werk, eigenlijk heel nauw aan elkaar verbonden. Nu kijk ik alleen even kort terug want eigenlijk is de toekomst veel belangrijker. Wat geweest is kun je niet meer veranderen, maar wat er komt is toch ergens wel te beïnvloeden.

2018 is voor mij een jaar geweest met veel inzichten en veranderingen op werkgebied. Ik heb de helft van mijn uren bij GGz Centraal ingeleverd om deel uit te gaan maken van Ixta Noa (Praktijkhuis Leeuwarden) en ben gestart als ZZP’er. Een voor mij goede stap in mijn ontwikkeling, het heeft mij veel inzicht gegeven in waar ik mij nou daadwerkelijk voor wil inzetten. Mijn focus is nu gelegd en het zal niet veel mensen verbazen dat het thema suïcide hierin een hoofdrol speelt.

Een van de stappen die ik vanaf januari 2019 hierin ga maken is het samenwerken met het Expertisecentrum Trauma en Verlies in Groningen. Vanuit de maatschap Boedies gaan wij bij het expertisecentrum in gesprek met mensen (ongeacht of ze bij het expertisecentrum in behandeling zijn of niet) die te maken hebben (gehad) met suïcidaliteit of die ondersteuning nodig zijn in verband met een psychische kwetsbaarheid.

Het is een project dat mede mogelijk wordt gemaakt door ZonMw (Implementeren met Impact). Er zijn 96 subsidieaanvragen ingediend en ons project behoort tot 1 van de 12 projecten die gehonoreerd zijn. Op het gebied van relevantie is het project door de commissie beoordeeld als zeer relevant en de kwaliteit van het project als goed. Ik ben erg blij met deze toekenning. Het zorgt ervoor dat wij heel laagdrempelig (gratis) bereikbaar zijn voor mensen in Groningen die gebruik zouden willen maken van onze diensten als ervaringsdeskundigen.

Behalve dat het laagdrempelig is zorgt het er (hopelijk) ook voor dat het praten over suïcide meer gewoongoed wordt. Er wordt landelijk met regelmaat aandacht gegeven aan het bespreekbaar maken van suïcidale gedachten, maar er wordt nog niet genoeg gelegenheid geboden om dat ook daadwerkelijk te doen. Ik hoop dat ons project in Groningen hier een steentje aan bij kan dragen.

Zoals ik in de titel al heb genoemd, 2019 wordt het jaar van het doen. Het eerste is natuurlijk het samenwerken met het Expertisecentrum Trauma en Verlies, het tweede is het daadwerkelijk opstarten van lotgenootgroepen voor mensen met suïcidale gedachten en groepen voor hun naasten. Dit plan zit al twee jaar in mijn hoofd, 2019 moet het jaar worden dat het gaat gebeuren. Ik ga het gewoon doen.

2019 moet ook het jaar worden waarin ik mijn droom vorm ga geven. Mijn droom is een Suïcide Preventie Centrum. Een plek (op locatie en digitaal) waar niet alleen alle kennis rondom suïcidaliteit vanuit theorie en praktijk (vanuit hulpverlening en mensen met ervaring) samengebracht wordt, maar waar ook daadwerkelijke ondersteuning geboden wordt. Ondersteuning vanuit samenwerking. Ondersteuning aan en vanuit mensen met suïcidale gedachten, hun naasten, ervaringsdeskundigen en hulpverleners. Een plek van waaruit gewerkt kan worden aan ontwikkeling van en onderzoek naar mogelijkheden om het aantal zelfdodingen zoveel mogelijk te verlagen. De basis hiervoor is al gelegd, nu de uitvoering nog. Maar ik ga het gewoon doen.

Ik hoop dat als ik in december 2019 terugkijk op het jaar, ik kan vertellen dat de projecten positief verlopen. Dat ik mijn uitspraak ‘ik ga het gewoon doen’ kan veranderen in ‘ik ga er gewoon mee verder’.

Koos de Boed

Bedankt Ad Kerkhof voor je afscheidsrede

Ik ken Ad Kerkhof (nog) niet persoonlijk, maar ik ben erg blij met zijn afscheidsrede. Hij breekt in zijn rede een lans voor het toepassen van de crisis- of hulpkaart (waarschijnlijk niet bewust, maar toch).

Hij heeft het in zijn rede over het hanteren van een veiligheidsplan bij mensen die na een poging tot suïcide in het ziekenhuis terechtkomen. Bij zijn omschrijving wat er in het plan benoemd moet worden denk ik direct CRISISKAART! De uitleg en motivatie die hij ter sprake brengt brengen mij in een zeer positieve stemming. Hij begrijpt het! Het samen opstellen van het veiligheidsplan (of een crisiskaart) is belangrijk, net zoals het betrekken van de naasten bij het opstellen daarvan belangrijk is. Ik ga er voor het gemak even vanuit dat Ad Kerkhof bij het samen opstellen het niet alleen heeft over psychologen en SPV’ers, maar ook de ervaringsdeskundigen hiermee bedoelt.

Onderstaand het stuk uit zijn rede waar hij het hier over heeft.

Prof. dr. A.J.F.M. Kerkhof

Rede uitgesproken bij zijn afscheid als hoogleraar Klinische Psychologie, Psychopathologie en Suïcidepreventie bij de Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam op 11 december 2018.

“Mijn aanbeveling is daarom dat er bij alle suïcidepogers die in het ziekenhuis komen tenminste een veiligheidsplan wordt gemaakt. Dat houdt in dat op papier, of op een app, door de patiënt samen met de hulpverlener een veiligheidsplan wordt opgesteld dat aangeeft: (zie dia’s) welke signalen kunnen bij jou een crisis aankondigen,wat kun je dan doen om rustiger te worden, waar vind je afleiding, bij welke personen uit je omgeving kan je terecht met je gevoelens, wie kan hulp bieden,en hoe zorg je dat je veilig bent en blijft in een crisis? Wie kan er voor je zijn uit je netwerk als je iemand nodig hebt, en welke hulpverlener kun je bereiken(tel. nrs zijn ingevoerd). Dit veiligheidsplan is in de gebruikelijke GGZ behandeling van suïcidale personen een belangrijke interventie. Mijn aanbeveling is om dit dus naar voren te halen en onmiddellijk toe te passen zodra de patiënt medisch gezien veilig is en voordat hij of zij het ziekenhuis mag verlaten. Bij alle patiënten na een suïcidepoging. De klassieke crisisinterventie past binnen dit veiligheidsplan, het praten met naasten eveneens. Het regelen van onderdak, het even uit de situatie halen eveneens. Bij mensen met borderline persoonlijkheidsstoornissen moeten ook meteen psychotherapeutische interventies worden toegepast, maar dat past allemaal in het kader van het veiligheidsplan.

Dit is een al langer bekend preventie-instrument dat door de WHO en door de IASP wordt aangeraden. In de VS hebben Stanley en Brown (2012) in verschillende cohorten aangetoond dat de toepassing van dit veiligheidsplan uitstekend werkt in het algemeen ziekenhuis. Patiënten voelen zich gehoord en begrepen, want het gaat onmiddellijk in op wat zij als belangrijkste angst hebben en wat hun grootste behoefte is. En het leidt tot minder recidive pogingen. Uit follow up bleek dat veel patiënten nog jaren na het voorval het veiligheidsplan bij zich droegen,het bewaarden op een speciale plaats, er af en toe in keken, en het raadpleegden in tijden van nieuwe crisissituaties. Uiteraard zijn vervolgcontacten met de GGZ onderdeel van dit veiligheidsplan. Wat patiënten erg konden waarderen is dat ze uit het ziekenhuis iets mee kregen. Bij een  gebroken been krijg je gips mee, bij een wondkrijg je verband mee, bij andere acute aandoeningen een pil, en nu kregen ze een veiligheidsplan mee, op papier of op een app. Dan hadden ze tenminste iets meegekregen waar ze zich aan vast konden houden. Een soort digitale buddy.

Terwijl ik dit zo uitspreek hoor ik verschillende mensen hier in de zaal denken: ja maar dat doen we toch al? We richten ons toch ook op het helpen de patiënt zich veilig te houden. En daar heeft u natuurlijk gelijk in bij de patiënten die u als het meest risicovol inschat. Maar lang niet bij alle patiënten en lang niet zo expliciet en systematisch als wanneer je met zijn tweeën zo’n veiligheidsplan op papier zet, of op een app intoetst. Liefst met de naasten erbij. Je helpt de patiënt zichzelf veilig te houden: wat kan hij of zij doen wanneer hij weer overweldigd dreigt te raken door de eigen krampachtige voorstellingen van zaken. Wat kan de patiënt zelf doen en wanneer kan hij zelf besluiten hulp in te roepen. Wat kan hij daarbij verwachten van zijn naasten. Daarmee bevestig je de patiënt dat hij wel degelijk zelf ook acties kan ondernemen om zich veilig te houden. Patiënten voelen zich daarmee veiliger.”

De crisiskaart biedt alles wat Ad Kerkhof in het veiligheidsplan benoemt. Waarom gaan we dan de crisiskaart niet aanbieden in de ziekenhuizen? Het ziekenhuis kan op vrij eenvoudige wijze de crisiskaart aanbieden aan hun patiënten. Het enige dat ze hoeven te doen is contact opnemen met de organisatie die de kaart in hun regio aanbiedt en met hen in gesprek gaan. Een prettige bijkomstigheid hierbij is dat de betreffende organisatie vaak ook in staat is om voorlichting en trainingen te organiseren voor de ziekenhuismedewerkers. Want het ontbreekt vaak aan voldoende kennis over het thema suïcide bij de medewerkers.

In zijn rede heeft Ad Kerkhof het ook over het gebrek dat hij ziet binnen de opleidingen. Hij geeft het advies om binnen de opleidingen veel meer aandacht te geven aan het suïcidethema. Ook dit is iets waar ik blij van word. Het ontbreekt in de meeste opleidingen aan een goede module rondom dit thema, dit terwijl er voldoende kennis in het land aanwezig is om dit opeen verantwoorde manier in opleidingen te implementeren. Ik zie hier ook kansen voor de opleidingsmodule die Annemiek Huisman en Diana van Bergen hebben ontwikkeld voor het inzetten van ervaringsdeskundigen bij suïcidaliteit. Deze module is weliswaar gericht op de opleidingen voor ervaringsdeskundigen, maar zou in mijn ogen ook heel goed gebruikt kunnen worden in de andere hulpverlenersopleidingen.

Ad Kerkhof zegt in zijn rede hier het volgende over:

“De vaak afwijzende houding van medische hulpverleners weerspiegelt een verkeerd begrip van suïcidepogingen en de aanleidingen daartoe en daarmee  samenhangend een gebrek aan opleiding. De grootste fout is dat deze hulpverleners denken dat suïcidepogingen uit vrije keuze worden ondernomen: ze kiezen er immers toch zelf voor. En dan irriteren ze zich aan de mensen die zichzelf het letsel of de vergiftiging hebben toegebracht, vaak nog vanwege schijnbare flut aanleidingen,zoals een vriendje dat het uitmaakt. Dat is voor hen vaak niet te verteren.Kortom, nogal wat verpleegkundigen en artsen begrijpen er weinig tot helemaal niets van. En dat leidt tot onprofessioneel handelen. Dat is niet bevorderlijk voor een goed herstel. Daarom vind ik dat ziekenhuismedewerkers die met suïcidale patiënten werken geschoold moeten worden. Ik zou willen aanbevelen om deze opleiding op te nemen in erkenningsvoorwaarden van SEH en IC afdelingen en in de criteria voor opname van verpleegkundigen en SEH / IC personeel in het BIGregister.”

Hierbij neem ik dan de vrijheid om te vermelden dat dit niet altijd het geval is, dat er zeker ook medische hulpverleners zijn die wel weten hoe om te gaan met mensen na een suïcidepoging. Maar dat hier in de ziekenhuizen nog veel winst te halen valt is wel duidelijk.

Nogmaals, ik ken Ad Kerkhof niet persoonlijk, maar na het lezen van zijn rede heb ik de indruk dat hij een man naar mijn hart is.

Dus Ad Kerkhof, bedankt!

Koos de Boed

Stabiel !!??

Wat is stabiel zijn eigenlijk?

“Stabiliteit. Een situatie waarin zonder verstoring geen verandering zal plaatsvinden.”

“sta·biel (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)

  • standvastig; = onveranderlijk: stabiel weer
  • vast, stevig: een auto met stabiele wegligging”

(vandale.nl)

Stabiel zijn wil dus zeggen dat je in balans bent, zo langer geen verstoring plaatsvindt. Komt er een verstoring, dan dus ook een verandering en vervolgens ben je uit balans, instabiel. En dan is er weer werk aan de winkel. Gelukkig gaat dit op voor iedereen.

Voor mij gaat dit uiteraard ook op, als er een verstoring plaatsvindt dan moet ik even weer opzoek gaan naar balans. Ik moet een manier vinden waarop ik met de verandering om kan gaan zodat ik weer in balans raak.Over het algemeen gaat mij dit goed af, ik voel mij best wel stabiel en kennelijk straal ik dit ook uit, anders zouden mensen dat niet benoemen lijkt mij.

Dat is wel eens anders geweest, alles wat er gebeurde was een verstoring en zorgde voor instabiliteit. Soms erkende ik dat niet, maar de werkelijkheid gaf een ander beeld. En er gebeurde nogal wat om mij heen, zelfs het anders neerzetten van dingen was voor mij soms al genoeg om instabiel te worden (of te blijven?). Buiten de veranderingen om mij heen ging er ook nogal wat om in mijn hoofd. Ook dat zorgde voor instabiliteit. Het chaotische denken zorgde voor veel druk en spanning die ik zelfs lichamelijk begon te voelen. En lichamelijke pijn was een verstoring en zorgde dus ook weer voor instabiliteit.

Ik probeerde mijn instabiliteit zoveel mogelijk te verbergen, ik wilde geen zeurpiet zijn, dus alleen bij “grote” verstoringen liet ik mijn instabiliteit (paniek en angst) aan de buitenwereld zien. Maar als ik alleen was dan gebeurde het weleens dat ik uren bezig was om iets zo dusdanig neer te zetten dat het geen verstoring meer was. Het neerzetten van mijn laptop was soms bijvoorbeeld zo’n ding. Ik zette hem voor mij op tafel neer en vervolgens duurde het even voordat het goed stond. Op precies de juiste plaats op de juiste manier. Dat was stap 1. Vervolgens ging hij open en begon het weer van voor af aan, scherm iets naar voren, scherm iets naar achteren,laptop iets naar voren, laptop iets naar rechts, etc., etc. Bijna dwangmatig(hoewel bijna?). Maar het hielp mij wel om in balans te komen en verder te gaan. Als er tijdens het proces iemand binnenkwam dan deed ik net of er niks aan de hand was en ging aan het werk, maar zodra die persoon weg was dan ging ik gewoon weer verder met het proces. Voor mij heeft dit wel geholpen om steeds beter om te gaan met verstoringen.

Een van de inzichten die ik tijdens mijn herstelproces kreeg had te maken met mijn chaotische denken. Ik ging ervan uit dat dit denken zorgde voor instabiliteit, dus probeerde ik mij ertegen te verzetten, het chaotische denken te structureren. De diverse gesprekken die ik hierover heb gehad hebben ervoor gezorgd dat ik mijn chaotische denken niet meer als probleem ging zien. Ik accepteerde dat deze manier van denken bij mij hoorde,dit was niet makkelijk maar werd door praktische ervaringen versterkt. Ik ben mijn denken gaan volgen in plaats van het denken laten volgen op acties of gebeurtenissen. Er kwam iets in mijn gedachten op, ik liet het daar vervolgens even rondgaan en voerde het daarna uit. Dit verliep (bijna) altijd goed en ik begon complimenten te ontvangen. Ook dit was erg moeilijk, het krijgen van complimenten was voor mij een (wat ik noem) dingetje. Maar het heeft wel geholpen om het zelfvertrouwen in mijn denken te verstevigen.

Het om leren gaan met veranderingen, verstoringen is mij gelukt. Soms niet, maar dat hoort erbij.

Maar deze inzichten is niet het enige dat er gezorgd heeft dat ik stabiel bleef/ben.

Na het zo goed mogelijk leren omgaan met veranderingen en verstoringen moest ik nog een les leren. Ik moest stoppen met het zoeken. Ik was erg gedreven aan het zoeken naar welk gevoel er bij welke emotie hoorde. De negatieve kende ik wel, jammer genoeg, maar de positieve wist ik niet te plaatsen. Ik probeerde te pas en te onpas te onderzoeken welk gevoel mensen hadden als ze blij waren, tevreden waren, gelukkig waren. Ik wilde kijken of ik die gevoelens ook had en of ik dus kon bepalen wat mij blij en gelukkig kon maken. Het feit dat ik daar nergens een eenduidig antwoord op kon vinden maakte het voor mij erg verwarrend. Gesprekken die ik erover voerde met verschillen de mensen konden mij hier geen rust in geven. Tot ik iemand tegenkwam die zich afvroeg waarom ik toch zo op zoek was, laat het zoeken toch achterwege want als je er te gedreven op jaagt zal je het waarschijnlijk nooit vinden. Dit heb ik laten bezinken en ging gewoon verder met zoeken.

Toen mijn vader begin dit jaar overleed begon het eigenlijk pas tot mij door te dringen. Het aanwezig zijn bij zijn heengaan gaf mij de rust om te stoppen met zoeken en maar te laten komen wat er zou komen. Vanaf dat moment ben ik eigenlijk stabiel en sta ik stevig. Alles wat er vanaf dat moment gebeurde in mijn leven voelde goed aan en ik ben nu in staat om te zeggen dat ik blij ben en vooral dat ik gelukkig ben.

Ik zal in de toekomst vast nog wel te maken krijgen met gebeurtenissen die mij even tijdig ontregelen en dus instabiel maken, maar ik weet dat dit tijdelijk is en dat het mag. Ik weet ook dat ik in die situaties kan steunen op de mensen in mijn omgeving, maar dat ik het wel zelf moet doen.Ik weet dat ik het kan (van nature) en dat is eigenlijk voor mij de belangrijkste les geweest om stabiel te worden.

Koos de Boed

Gebrek, schaamte en zoektocht bij suïcidaliteit

Mijn leven is doorspekt met suïcide, op alle mogelijke manieren. Ook wel een beetje logisch want ik zet mij in voor mensen met suïcidale gedachten en gedrag, hun naasten of nabestaanden en hun omgeving. En ik ben natuurlijk zelf ook niet vrij van suïcidale gedachten.

Wat mij opvalt is dat ik nog vaak situaties tegenkom waarin de persoon met suïcidaal gedrag of gedachten over zelfdoding niet serieus genomen wordt. Opmerkingen als “dit komt omdat je depressief bent. Kijk eens naar de positieve dingen, je zult zien dat het dan vanzelf over gaat” komen nog vaak voor. Er wordt vanuit de maatschappij niet adequaat gereageerd, volgens mij wordt dit veroorzaakt door handelingsonbekwaamheid. Hiermee bedoel ik het niet beschikken over de kennis die nodig is om met het thema suïcide om te gaan. Terwijl we een groot gedeelte van de kennis eigenlijk allemaal wel hebben, zomaar, van nature.

De kennis waar we allemaal over beschikken zit in het gedeelte menselijkheid. De mens is, over het algemeen, vanuit het mens zijn in staat in gesprek te gaan over allerlei onderwerpen. Wij kunnen met elkaar in gesprek gaan over hypotheken, het huishouden, financiële zaken, liefde, ziekte, werk, noem het maar op. Het enige dat ons op een aantal gebieden tegenhoudt is angst en schaamte. De angst komt voort uit een “gebrek” aan kennis, schaamte komt voort uit de houding van de huidige maatschappij (“de anderen zullen wel denken dat ik een loser ben, een zwakkeling”).

Het gebrek

Het gebrek aan kennis zoals wij dat ervaren kan voor een gedeelte op een vrij eenvoudige manier opgelost worden. Net zoals je kennis opdoet over het opvoeden van een kind. Je kunt informatie opzoeken, zelfs cursussen volgen, waarmee je kennis opdoet. Maar het grootste gedeelte van de kennis doe je op in de praktijk. Je ziet wat er gebeurt en handelt. Je kind huilt en je pakt het op om te troosten en te onderzoeken waarom hij huilt. Je doet kennis op.

Dit geld ook voor kennis op het gebied van suïcidaliteit. Je kunt informatie zoeken, zelfs trainingen volgen, waarmee je kennis opdoet. Maar ook hier leer je het meest in de praktijk. Door te praten met mensen die te maken hebben met suïcidale gedachten of gedrag. Als je een timmerman iets ziet doen wat je niet begrijpt dan vraag je waarom hij dat doet. Waarom zou je dan iemand met suïcidale gedachten niet vragen waarom hij of zij die gedachten heeft, want je begrijpt het niet toch? Ik zeg hierbij niet dat iedereen maar even de psycholoog uit moet gaan hangen, alstublieft niet, maar ga gewoon in gesprek en luister naar wat er gezegd wordt, zonder oordeel of advies te geven. Je geeft de timmerman ook geen advies lijkt mij.

“van erover praten ga ik niet dood, van er niet over praten misschien wel”

De schaamte

Schaamte speelt een grote rol bij het in gesprek gaan over suïcidaliteit. Je wilt (als persoon met suïcidale gedachten) het liefst over je gedachten praten, maar dat is moeilijk. Door de houding die er in de maatschappij heerst dat je sterk moet zijn, dat je succesvol moet zijn, dat je jezelf moet kunnen redden (zelfregie) ga je niet te koop lopen met iets wat je zelf als zwakte ervaart. Stel je voor dat mensen je gaan ontlopen, vermijden, roddelen omdat ze vinden dat je een zwakkeling bent, raar bent, “verward” bent of zelfs gek bent. Je gaat dan jezelf buiten de maatschappij plaatsen door je af te zonderen, zoveel mogelijk mensen te vermijden. Met als gevolg eenzaamheid en het versterken van je suïcidale gedachten. Dat wil je niet, je wilt in de maatschappij, door je omgeving en je naasten gezien worden als een normaal functionerend persoon. Dus zeg je niks. Met als gevolg dat je intern eenzaam wordt en je de gedachten weg probeert te stoppen, vaak met het tegenovergestelde als gevolg.

Is die schaamte terecht? Volgens mij niet. Maar ik weet uit eigen ervaring dat die wel aanwezig is. Het je schamen voor het hebben van gedachten over zelfdoding zou niet terecht moeten zijn. Jammer genoeg zijn er veel situaties die de schaamte versterken. De eerdergenoemde uitspraak wijst daar wel op. En wat denk je van uitspraken als “joh, hoe kan dat nou, je hebt alles zo mooi voor elkaar, er zijn er die het veel slechter hebben geregeld.” Of “kijk eens naar alle positieve dingen om je heen, hoe kan je dan zo raar denken.” Dan ga je al snel terug in je schulp en zwijgt. Kennelijk ben je niet normaal, zie je het verkeerd, begrijp je het verkeerd, voldoe je niet aan de standaard die de maatschappij stelt. En ja, je hebt het eigenlijk best goed geregeld en er zijn veel mensen die dat niet hebben, dus mag je eigenlijk niet klagen. Hierbij schuif je aan de kant dat het daar helemaal niet omgaat, het goed geregeld hebben van dingen, het gaat om hele andere zaken. Maar de mensen zien het als zeuren en klagen. En je wilt niet dat mensen dat gaan denken. Dus zwijg je en krop je alles op. En dan wordt het alleen maar moeilijker.

Zoektocht

Buiten het gebrek en de schaamte speelt ook het vinden van de juiste hulp een struikelblok. Want welke hulp heb je nodig, welke hulp is er, welke hulp is voor jou geschikt en, niet geheel onbelangrijk, waar vindt je die hulp. Het uitzoeken van welke hulp jij nodig bent is al een hele zoektocht waarin de uitspraak “al doende leert men” een belangrijke rol speelt. Want vaak weet je pas of iets voor jou helpend is als je het gaat toepassen. En dat is een valkuil, want als blijkt dat het toch geen passende hulp is, is er kans op een verslechtering in plaats van een verbetering. En wat als je al een behoorlijk aantal dingen geprobeerd hebt en er nog steeds geen verbetering is, niet echt motiverend dacht ik zo. Dus is de zoektocht naar goed passende hulp een behoorlijk karwei, waarbij een beetje ondersteuning geen kwaad kan.

Als je duidelijk hebt wat jij nodig bent komt de volgende zoektocht, waar vindt je die hulp. Verwijzingen vinden vaak plaats via de huisarts of POH GGZ, zij verwijzen naar de specialistische GGZ, terecht denk ik. Maar dan begint het, want je hebt suïcidale gedachten en bent daardoor waarschijnlijk depressief. Dus gaat men als eerste proberen je uit de depressie te halen, want dan zal de suïcidaliteit waarschijnlijk ook verdwijnen of verminderen. En dat zal in de meeste gevallen inderdaad zo zijn. Maar het kan ook voor een tijdelijke vermindering zorgen, het lijkt dan of de hulp gewerkt heeft en succesvol is, maar na een tijdje komen de gedachten weer terug (en dan vaak sterker) en dus ook de depressiviteit. Het zou beter zijn (in mijn ogen) dat er eerst gekeken wordt of de depressie wel de veroorzaker is van de gedachten. Het zou zo maar kunnen zijn dat het bipolair zijn, de psychosegevoeligheid of de persoonlijkheidsstoornis de eigenlijke veroorzaker is van de suïcidale gedachten. Dan zou daar de prioriteit op moeten liggen en niet op de depressie. Dit vergt veel kennis en inzicht van de hulpverlener en veel bereidwilligheid van de persoon waarom het gaat. Ik denk (en hoop) dat er situaties zijn waar op die manier gewerkt wordt, in de meeste gevallen een zwaar en langdurig proces lijkt mij. Maar ze zijn wel moeilijk te vinden, hulpverleners die op die manier werken. Niet omdat de hulpverleners dat niet willen, volgens mij willen zij dit zeker wel maar krijgen zij er vaak gewoon de ruimte niet voor. En dat vind ik jammer, en niet alleen in het kader van suïcidaliteit.

In gesprek gaan

Suïcidepreventie begint volgens mij met het in gesprek gaan met mensen die suïcidale gedachten/gedrag hebben, hun naasten en met nabestaanden. Pas door het in gesprek gaan kun je kennis opdoen over hoe je het beste kunt handelen bij suïcidaliteit. Dit kun je het beste leren vanuit praktijkervaringen, aangevuld met theorie uit een boekje. Niet alleen het een of het ander, maar door het samenvoegen van kennis uit de praktijk met wetenschappelijk verkregen kennis. Het een kan niet zonder het ander. En gesprekken zijn toch altijd onderdeel van de onderzoeken die de theoretische kennis vaststellen, dus is het in gesprek gaan erg belangrijk volgens mij.

Naast het in gesprek gaan is het ook belangrijk wie die gesprekken voert. In mijn ogen zijn ervaringsdeskundigen nodig bij het in gesprek gaan met mensen met suïcidale gedachten of gedrag en hun naasten/nabestaanden. Zij weten wat het is, hebben hier zelf ervaring in opgedaan tijdens hun proces. Deze ervaringsdeskundigen voelen wat de ander zegt en bedoeld, kunnen herkenning geven en begrip. Zij bouwen dus makkelijker vertrouwen op en krijgen daardoor andere antwoorden dan de “professionele” hulpverlener. Meer waarheidsgetrouw. En met deze antwoorden, deze kennis kan gewerkt worden om het doel te bereiken waar we met zijn allen naar toe willen. ZERO SUÏCIDE, of in ieder geval een zo laag mogelijk aantal.

Koos de Boed

Foto: René van Hoof / artikel omroep Brabant

Dromen hoeven geen bedrog te zijn; landelijke dekking crisis/hulpkaart

Het schakelteam personen met verward gedrag, onbegrepen gedrag of personen met “gedoe” (het ligt er maar net aan wie je spreekt), is in oktober gestopt. Een van de resultaten die het team heeft opgeleverd is de Hulpkaart. De kaart is bedoeld als hulpmiddel voor mensen die in situaties terechtkomen waarin ze even de weg kwijt zijn (verward zijn, verward gedrag vertonen, onbegrepen gedrag vertonen, etc.). Om de te hulp schietende mensen duidelijk te maken wat er moet gebeuren wordt van tevoren door de kaarthouder, samen met een opgeleide kaartconsulent, op papier gezet wat de wensen zijn van de kaarthouder. Door gebruik te maken van de kaart kan er veel onnodig “gedoe” en leed voorkomen worden.

Hmm, dat heb ik al eens eerder ergens gelezen. De al bestaande crisiskaart heeft hetzelfde doel. Dus waarom nu een nieuwe kaart? Er is eigenlijk alleen maar verschil in de gebruikte tekst, de hulpkaart maakt gebruik van wat “simpelere” tekst. Beter, want hierdoor begrijpelijker, makkelijker en dus toegankelijker. Maar waarom dan niet gewoon de crisiskaart aanpassen?

Maar goed, het is nu eenmaal zo en we kunnen daar niets meer aan veranderen. Wat dan wel weer jammer is, is het feit dat het gedropt wordt door het schakelteam, maar er vervolgens geen budget is om de landelijke uitrol verder te ontwikkelen. Dus het uiteindelijke resultaat is dat er twee kaarten zijn die mensen met onbegrepen gedrag kunnen ondersteunen die beide niet over budget beschikken om voor een landelijke dekking te zorgen.

Er zijn in Nederland een aantal projecten (al dan niet gefinancierd door ZonMw) die de crisiskaart aan het implementeren zijn. Door het dichtdraaien van de geldkraan is er nu geen landelijke sturing meer. Resultaat; kleine eilandjes die zelfstandig in hun regio bezig zijn met de kaarten. Geen landelijk overleg, geen landelijke sturing en dus waarschijnlijk geen landelijke eenduidigheid. Er zullen waarschijnlijk overal in de projecten verschillen ontstaan in de procedure en in het uiterlijk. Het samen verder ontwikkelen is een droom die bijna vervlogen is.

Er komt hopelijk verandering in deze situatie. Bij ZonMw is een subsidieoproep “Evaluatie en doorontwikkeling van de hulpkaart” verschenen. Het project moet door een kennisinstelling aangevraagd worden omdat het eigenlijk een onderzoeksubsidie is, en dat is dan weer jammer. In mijn ogen zou het verstrekken van een subsidie die betrekking heeft op het doorontwikkelen van de hulpkaart aan een praktische instelling verleend moeten worden. Maar ook hier is niet veel aan te veranderen.

Omdat ik van dromen hou en van mening ben dat dromen geen bedrog hoeven te zijn gaan wij, vanuit Boedies (maatschap onafhankelijke ervaringsdeskundigen), samen met de medewerkers van het crisiskaartproject Veluwe & Veluwevallei en de Stichting Herstelproces, een poging doen om de droom van een landelijke dekking van de crisis/hulpkaart waar te maken. De ondersteuning vanuit ZonMw zou daarin helpend zijn.

Nu nog opzoek naar een kennisinstelling die dit wil ondersteunen zodat we samen een aanvraag kunnen indienen bij ZonMw.

Geloof, seks en herstel

De woorden in de titel hebben meer met elkaar te maken dan je zo in eerste instantie zou denken. Dat ze met elkaar te maken hebben (of kunnen hebben) daar kan denk ik iedereen zich wel wat bij voorstellen, maar een van de grote gemene delers in deze woorden is taboe.

Taboe, want ondanks het feit dat geloof, seks en herstel voor iedereen belangrijk zijn, wordt er veelal niet over gesproken in de hulpverlening en al helemaal niet in de maatschappij. Schaamte is hier volgens mij de grote boosdoener in. Want wat zullen de mensen wel niet denken als je open praat over hoe belangrijk het geloof, het hebben van seks of werken aan je herstel voor je is. Stigmatisering staat om de hoek te wachten tot hij toe kan slaan.

En dat is jammer. Je hoeft je er niet voor te schamen. Hiermee wil ik niet zeggen dat je te pas en te onpas moet gaan rond schreeuwen dat je gelooft, dat je seks belangrijk vindt of dat je bezig bent met je herstel. Maar je hoeft het ook niet uit de weg te gaan als het ter sprake komt. Ik vind het zelfs best wel belangrijk om deze onderwerpen te bespreken met je behandelaar of begeleider en je naasten. Waarom? Gewoon omdat het voor jou belangrijke thema’s zijn in je leven. Omdat ze invloed hebben op je leven, dus ook belangrijk zijn als je bezig bent met je herstel.

Ik kan mij zo voorstellen dat het best wel “aparte” situaties met zich mee kan brengen. Als je behandelaar in het gesprek vraagt naar hoe belangrijk seks voor je is en hoe het met je seksleven staat, zullen de meeste mensen zich best wel even ongemakkelijk voelen, net als de behandelaar zelf lijkt mij. Als dit onderwerp ter sprake komt in een gesprek dat ik voer (als ervaringsdeskundige en als cliënt) moet ik ook altijd even slikken, maar ik ga het niet uit de weg. Ik bedenk mij net dat het misschien nog wel gemakkelijker is om dit met een behandelaar te bespreken dan met je partner of iemand anders in je directe omgeving. Een behandelaar staat nou eenmaal wat verder van je af dan je partner (lijkt mij).

Zo zit het ook met het thema geloof. Al is dit thema al voor de meeste mensen makkelijker om over te praten als over seks. Begrijpelijk, maar zou niet zo moeten zijn. Geloven is voor iedereen belangrijk, zonder geloof vaart niemand wel. Iedereen gelooft wel ergens in, maar het spirituele geloven (in God, Allah of het universum) wordt toch anders bekeken. Als in een gesprek, zakelijk of privé, het onderwerp op een of andere manier naar voren komt, kan het gebeuren dat mensen je even “raar” aankijken als je aangeeft naar de kerk te gaan en te geloven in God. Er wordt overheen gepraat of er worden vragen gesteld om te kunnen bepalen hoe “zweverig” je daarin bent. Volgens mij speelt daar een stukje angst mee. Bang dat je gaat proberen om mensen te bekeren, en dat wil men niet, dat voelt als opdringen dus als bedreiging. Ik geloof ook, maar ik ga niemand proberen te overtuigen van mijn manier van geloven. Maar ik ga gesprekken hierover niet uit de weg, integendeel, ik ervaar ze meestal als prettig. Ik leer hiervan, elke keer weer.

En dan hebben we nog praten over je herstel. In de geestelijke gezondheidszorg gaat dit steeds beter, het is nog lang niet optimaal, maar de ontwikkelingen zijn erg positief. In de maatschappij wordt dit heel anders bekeken. Als je het daar hebt over je herstel, waar je staat in je herstelproces, stoppen de mensen je direct in een hokje. “Oei, herstelproces? Psychische aandoening? Die is “gek” dus oppassen geblazen!”. En dat is zo jammer. Hoe fijn zou het zijn dat je er gewoon over kunt praten zonder dat er een afstand ontstaat. Dat je aan kunt geven wat voor jou helpend is in je herstel, dat dit gewoon geaccepteerd zou worden en dat ze je misschien juist heel erg goed kunnen helpen. Gewoon door te accepteren wie jij bent, een mens met eigen behoeften en wensen. Net zoals iedereen in de maatschappij. Alleen dat zou al helpen om je te ontwikkelen in je proces, want als de maatschappij je accepteert dan kun je ook jezelf makkelijker accepteren. Het zou erg helpend zijn in de bevestiging van je eigenwaarde, dat je het waard bent om deel uit te maken van de maatschappij, dat je niet anders bent dan anderen (misschien een beetje eigenaardig, maar wie is dat niet), dat je gewoon een mens bent.

Want dat is uiteindelijk wel waar het omgaat, mens zijn.

Ik ben mens, met wat “aparte” kenmerken en soms “apart” gedrag, maar ik ben vooral mens!

En jij? Ben jij mens? Of liever, voel jij je mens?

Koos

Lotgenotencontact, een oerinstinct?

Soms heb je van die momenten waarin je in een soort van filosofische stemming komt. Ik wel in ieder geval. Gisteravond was zo’n moment. ’s Avonds keek ik naar de sterren, het was een erg heldere sterrenhemel na een mooie zomerse dag. Mijn partner vroeg zich af wat de oermensen dachten als ze naar de sterren keken. Als zij geleefd had in die tijd, wat gelukkig niet zo is, had zij zich afgevraagd wat dat nou voor dingen waren, die lichtjes in de lucht. Mijn reactie was dat de meeste oermensen op dat moment alleen maar dachten “ik heb gegeten, gelukkig, waar zou ik morgen op jagen”. Als zij dan zou vertellen dat zij andere vragen had, zouden ze haar waarschijnlijk voor gek verklaren. Waarop zij reageerde dat zij dan op zoek zou gaan naar mensen die zich hetzelfde afvroegen als zij. Hé, dat klinkt bekend, dat is het zoeken van gelijkgestemden, lotgenoten dus.

Het zoeken naar gelijkgestemden is natuurlijk een rode draad in de menselijke ontwikkeling. Wij, de mensen, zijn altijd opzoek naar mensen die ons kunnen versterken. Mensen die dezelfde gedachten hebben of hetzelfde doel nastreven. Dat begon al in de oertijd, als je je niet gedroeg zoals de stam wilde werd je verstoten, want je streefde niet hetzelfde na. Als verstoteling ging je dan op pad om ergens anders aansluiting te vinden (of dat lukt en je de zoektocht overleefde in je eentje is dan weer wat anders, maar het gaat om het idee). Ook later in de geschiedenis zie je dit fenomeen, al of niet gebaseerd op gedachten, doelen of praktische redenen. In de loop der tijd gingen de mensen zich verenigen in bijvoorbeeld gildes, gebaseerd op werk, of sloten zich aan bij geloofsovertuigingen (ook een soort van lotgenotencontact).

We gingen onszelf in hokjes plaatsen, we wilden graag ergens bij horen om onszelf waarde toe te dichten. We gingen ook over op het in hokjes plaatsen van anderen, mensen die niet het “recht” hadden om deel uit te maken van de maatschappij. Geesteszieken, melaatsen en mensen met andere afwijkingen werden verstoten en, in veel gevallen, bij elkaar gezet (alle melaatsen bij elkaar, dan hebben we ze onder controle – of zoiets). En voilà, stigma was aanwezig.

Volgens mij begint daar ook onze moderne vorm van lotgenotencontact. Mensen voelden zich niet veilig, zochten elkaar op (stiekem) om herkenning en begrip te vinden. Mensen die in hokjes zaten die maatschappelijk geaccepteerd waren (vakvereniging, sportvereniging, kerken etc.) gaven een soort van positief waardeoordeel af. De mensen die in de hokjes zaten die maatschappelijk niet geaccepteerd werden kregen een negatief waardeoordeel toegewezen. Zij hoorden er niet bij, ze voldeden niet aan de maatschappelijke waarden. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, er zijn in het verleden mensen geweest die toen vreemd, maar ergens geniaal werden gevonden (geleerden, kunstenaars etc). Van hun werd, om een of andere reden geaccepteerd dat zij anders waren. Het omgaan met deze vreemde snuiters gaf dan juist een soort van waardestijging. Deze mensen hadden in de huidige maatschappij waarschijnlijk een diagnose gekregen met een of andere psychische aandoening (minimaal psychotisch denk ik).

In de loop van de tijd zijn de mensen in de negatieve hokjes zelf gaan geloven dat zij er niet bij hoorden, dat zij niet het recht hadden om deel uit te maken van de maatschappij. Zij waren niks waard en hadden niks in te brengen. Totdat de opstand kwam.

De opstand is het moment waarop er mensen die deel uitmaakten van een negatief hokje, ergens de ingeving kregen dat zij ook gewoon mensen waren. Dat ook zij recht hadden om erbij te horen en hun eigen beslissingen te maken. Dat zij, ook al zeten ze in een hokje, dit niet wilde zeggen dat dit negatief was. Behalve in het hokje “psychisch gestoord” hoorden zij ook in het hokje “mens” en het hokje “waardevol”. Deze mensen kwamen in verzet, kwamen op voor hun rechten als mens, voor een menswaardige behandeling, voor hun mens zijn. Dat is een hele strijd geweest, en die is nog niet afgelopen. Er is nog veel te verbeteren.

Het lotgenotencontact zoals die nu bestaat, heeft dezelfde gedachte als die in de geschiedenis. Ergens bij horen, herkenning en begrip vinden en het ontwikkelen/versterken van eigenwaarde, menswaarde. Eigenlijk is het lotgenotencontact dus een oerinstinct, en oerinstincten zorgen ervoor dat we kunnen overleven in de maatschappij. Een instinct dat ervoor zorgt dat we onszelf ontwikkelen zodat we niet alleen kunnen overleven in de maatschappij, maar ook kunnen leven in de maatschappij. Mogen leven in de maatschappij.