De bedoeling was goed

In de afgelopen week heb ik een gesprek gehad met iemand die aan het vastlopen was. Depressief en suïcidale gedachten waren hem niet vreemd. Ik was gevraagd door een van zijn familieleden om eens met hem te praten, hij stond er wel voor open dus heb ik een afspraak met hem gemaakt.

Een van de onderwerpen waar we over gesproken hebben was de betrokkenheid van zijn omgeving. We kwamen al snel tot de conclusie dat die er zeker was, er werd naar hem geluisterd, er werd geprobeerd hem hoop te geven, lichtpuntjes te laten zien en er werd gepraat. Maar wat we ook tot de ontdekking kwamen is dat ze elkaar niet begrepen. Hij gaf een paar voorbeelden van gesprekken die hij met mensen in zijn omgeving had gehad. Het getuigde inderdaad van een grote betrokkenheid, maar ook van miscommunicatie. Er werd duidelijk niet begrepen wat sommige woorden, uitspraken voor deze man betekenden, wat ze teweegbrachten.

In een van de gesprekken gaf iemand aan dat hij zich zou kunnen richten op een bepaalde richting, een doel stellen. Op zich een goed idee, maar er werden een paar volkomen verkeerde voorbeelden gebruikt. Een van de voorbeelden die gegeven werden was het zoeken naar iets wat hij leuk zou vinden. Niet door erover te denken, maar gewoon door het eens te proberen, het leverde hem misschien wel een leuke hobby op. En wie weet leidde dat wel tot vrijwilligerswerk of zelfs een betaalde functie. Op zich helemaal geen verkeerde gedachte. Werk werd een richting, maar geen doel op zich. Top. Maar het andere voorbeeld bracht hem alleen maar stress en onrust.

Er werd door iemand anders gesteld dat hij een doel moest zoeken die eigenlijk niet haalbaar was. Dan moest hij zich continu bezighouden met een bepaald iets, en dat zorgde dan voor afleiding. Deze persoon gaf (waarschijnlijk als grapje) als voorbeeld het vinden van liefde en dus ook seks. ’s Avonds ging deze man daar dus finaal door van de kaart. Want in zijn ogen werd er gezegd dat liefde en seks voor hem dus niet meer weggelegd waren, een niet haalbaar doel. En dat was voor hem onverteerbaar, er was hem in het verleden al zoveel ontzegt op dat gebied, hij had al zolang dingen gemist. In zijn jeugd van pleeggezin naar pleeggezin, daarna een aantal langdurige opnames in de GGZ, en twee relaties die stuk liepen door zijn kwetsbaarheid (waarvan de laatste nog niet zolang geleden).

Deze man heeft het geluk gehad dat hij opgevangen is door een goede vriend en door een goede behandelaar. Zij hebben het samen met hem kunnen relativeren waardoor hij weer tot rust kwam. Maar als dit niet was gebeurd had ik deze man nooit leren kennen, omdat hij eruit gestapt was. En dat door een verkeerd gevallen, maar goed bedoelde opmerking.

Moraal van dit verhaal: pas op met wat je zegt als naaste van iemand met een kwetsbaarheid, maar pas ook op als persoon met een kwetsbaarheid. Houd er rekening mee dat niet iedereen begrijpt wat woorden voor je kunnen betekenen. Vraag om bevestiging van je gedachten, je zult dan zien dat het waarschijnlijk anders bedoeld is dan dat jij het opgevat hebt. Het kan een boel ellende voorkomen.

En houd in gedachten: ze bedoelen het goed.

p.s. geplaatst met toestemming van de betreffende persoon

Leven op Hoop

De laatste week van het jaar is aangebroken en dan kan ik er niet aan ontkomen om het afgelopen jaar te overdenken. Raar genoeg begint het overdenken dan bij maandag (1e kerstdag). Normaal gesproken kan ik mijn dag wel goed doorleven, maar gisteren lukte dat op een of andere manier niet zo goed. Mijn gedachten waren wat somber en ik voelde dat ik elke keer wat verder aan het afglijden was. Normaal gesproken krijg ik dat tijdens het wandelen wel weer onder controle, maar zelfs dat lukte mij niet. Afleiding genoeg gehad ‘s middags (bezoekje aan mijn ouders met mijn kinderen), maar ook dat kon mijn gedachtegang niet omkeren. Dus maar een andere vorm van zelfhulp ingezet, schrijven. Vandaag lees ik het een keer na en besluit het weg te gooien, niet echt positief. Maar het zet mij wel aan het denken.

Het zet mij aan het denken omdat het eindigt met de vraag ‘waardoor ik er nog ben’. Vooral het gebruik van het woord waardoor zet mij aan het denken. Ik voel mij vaak nutteloos en mijn zelfbeeld is ook niet echt optimaal, dat weet ik en daar werk ik aan. Maar als ik in een depressieve stemming ben vraag ik mij meestal af ‘waarom ik er nog ben’, dit is de eerste keer dat ik mij afvraag ‘waardoor’. Als ik daar een antwoord op ga zoeken dan kom ik in eerste instantie op een praktisch gericht lijstje (familie, vrienden, werk, stichting herstelproces), praktisch omdat het tastbaar of zichtbaar is. Als ik het afgelopen jaar erbij betrek, dan zie ik dat dit niet het enige is waardoor ik er nog ben. Er zijn in het afgelopen jaar wel een aantal dingen gebeurd die dat bevestigen (wat ook weer te maken heeft met de fase van mijn herstelproces uiteraard).

Nee, ik ben er nog omdat ik hoop heb. Ik heb hoop dat het elk jaar weer beter met mij gaat, hoop dat ik elk jaar mijzelf weer een stukje beter leer kennen. Hoop dat de dromen die ik heb, uitgevoerd gaan worden, hoop dat er ook weer nieuwe dromen voor in de plek komen. Hoop dat het goed gaat met mijn familie en vrienden, hoop dat mijn dierbare vrienden dit ook blijven. Hoop dat ik mij kan blijven inzetten voor anderen, gewoon door mens te zijn.

Ook in het afgelopen jaar heb ik te maken gehad met mooie mensen, oude bekenden en nieuwe gezichten. Een jaar waarin er mooie (en nuttige) contacten zijn ontstaan en oude contacten weer nieuw leven zijn ingeblazen. Een jaar die veel ups heeft gekend, maar zeker ook behoorlijke downs. Ik ben ook dit jaar weer dankbaar voor de steun die ik heb gehad in mijn moeilijkere tijden. En dankbaar voor de ondersteuning in goede tijden. Is het een mooi jaar geweest? Nee, dat niet maar wel een goed jaar. Ik hoop dan ook dan het komende jaar minimaal net zo goed zal worden. Als ik afga op het feit dat ik een omslag heb gemaakt (niet meer waarom, maar waardoor) dan zal het ongetwijfeld goed komen.

Ik wens iedereen een fijne jaarwisseling en een jaar vol met hoop, want hoop doet leven.

Een Peer is geen Ervaringsdeskundige

Op donderdag 9 november ben ik bij het mini symposium over peersupport bij suïcidaliteit geweest. Tijdens dit symposium werden er twee onderzoeken op dat gebied toegelicht, een Amerikaans onderzoek door Paul Pfeiffer (professor in the Department of Psychiatry at the University of Michigan) en een Nederlands onderzoek door Annemiek Huisman (Post-doc onderzoeker bij de RUG en VU).

Wat voor mij duidelijk is , is dat er zowel in Amerika als in Nederland nog veel onderzoek nodig is. Ik kan natuurlijk geen uitspraken doen over het Amerikaanse onderzoek, ik ben niet bekend met de gang van zaken daar, maar uit het Nederlandse onderzoek blijkt wel dat er ook binnen de wereld van de ervaringsdeskundigen nog veel onbekendheid is omtrent dit thema. Wij zijn op dit moment blijkbaar niet in staat om elkaar op de hoogte te houden van alle activiteiten die er ondernomen worden op dit gebied. Bij mij rijst dan automatisch de vraag of dit komt door het ontbreken van een goede landelijke informatievoorziening of door het feit dat we allemaal teveel met ons eigen eilandje bezig zijn. Maar dat terzijde.

Een andere betekenis

Wat mij wel duidelijk werd is het feit dat het Amerikaanse woord Peer iets heel anders inhoudt dan het Nederlandse ervaringsdeskundige. En dat verbaasd mij enigszins. Wij hanteren het woord ervaringsdeskundige als zijnde het equivalent van Peer. Maar daar waar wij ervaringsdeskundige gebruiken om aan te geven dat er gehandeld wordt vanuit eigen (psychische) ervaring, wordt Peer gebruikt om iedereen  die op wat voor manier dan ook ondersteuning en hulp biedt aan iemand met een kwetsbaarheid aan te duiden. En dat is volgens mij een wezenlijk verschil.

Pfeiffer legt uit dat peersupport 4 basisgroepen kent. Een van de basisgroepen is de relatie (de anderen weet ik niet meer en ik heb de presentatie nog niet ontvangen). In deze basisgroep is dan weer een onderverdeling gemaakt:

  • Bron van Peerness
  • Kracht van Peerness
  • Mate van herstel
  • Opleiding of training

Deze 4 sub indelingen worden dan ook weer onderverdeeld, de bron van Peerness kent dan de volgende categorieën:

  • De maatschappij
  • De subgroep (bijv. de wijk, een sportvereniging etc)
  • Organisatie/instelling (bijv. welzijnsorganisatie, zorginstelling)
  • Zorgafnemers
  • Eigen ervaring op het gebied suïcidaliteit

Als ik deze indeling bekijk dan is ervaringsdeskundige maar een klein onderdeel van het begrip Peer zoals die in Amerika gebruikt wordt. In mijn optiek zou de beste vertaling van Peer dan ondersteuner zijn. En dat bevat veel meer dan alleen maar ervaringsdeskundigheid. Dus waarom gebruiken wij dan het woord Peer en Peersupport als wij het over ervaringsdeskundigen hebben? Als wij het woord gebruiken om in het buitenland aan te geven wat een ervaringsdeskundige is, dan dekt het woord de lading absoluut niet. Er moet dan altijd nog weer extra uitleg gegeven worden, want een Peer kan ook een buurman of buurvrouw zijn en dat zijn niet altijd ervaringsdeskundigen.

Als we het woord Peer gebruiken in de zin van ondersteuner, dan klopt de indeling zoals Pfeiffer die hanteert als een bus. Gebruiken we het als directe vertaling/aanduiding van het woord ervaringsdeskundige dan gaat de hele indeling (in mijn ogen) niet op.

Oftewel: een ervaringsdeskundige is een Peer, maar een Peer is (niet altijd) een ervaringsdeskundige.

Het andere punt dat mij opviel in het onderzoek van Pfeiffer is de mate van training/opleiding van ervaringsdeskundigen. De ervaringsdeskundigen die in het onderzoek ingezet werden kregen een training van 4 dagen en dat was het. Het is mij niet duidelijk of dit algemeen was, of dat het hier ging om ervaren ervaringsdeskundigen die een extra training kregen rondom de inzet bij suïcidaliteit. Ik hoop op het laatste.

Activiteiten zijn onzichtbaar?

Tot zover het Amerikaanse onderzoek want er was ook een Nederlands onderzoek dat toegelicht werd. Wat mij daarin het meeste opviel was de mate van ondoorzichtigheid rondom activiteiten die betrekking hebben op het thema. Er waren rake uitspraken: ‘er zijn instellingen die geen ervaringsdeskundigen in willen zetten bij dit thema’. En dat klopt als een bus. Maar er werd ook aangegeven dat er eigenlijk niet tot nauwelijks ervaringsdeskundigen waren die zich (landelijk) inzetten rond het bestrijden van stigma rond dit thema. En dat klopt dan weer niet, die zijn er zeker wel, maar blijkbaar is dit bij ervaringsdeskundigen en hulpverleners niet bekend. En dat is dan weer jammer.

Annemiek Huisman en Diana van Bergen hebben onder andere als doel om een werkgroep neer te zetten die zich met dit thema gaat bezighouden. Die zich ook na afloop van het onderzoek blijft inzetten voor de inzet van ervaringsdeskundigen bij suïcidaliteit en het bestrijden van stigma rondom dit thema. Wat mij betreft kan die werkgroep niet snel genoeg aan de slag gaan. Er is nog veel werk te verrichten.

Mijn leven is een hel op weg naar het paradijs.

In eerste instantie wilde ik als titel iets anders gebruiken; Mijn leven was, is en blijft een hel. Maar dat heeft zo’n negatieve smaak en ik wil er wel iets positiefs van maken. Terwijl positiviteit eigenlijk de veroorzaker is van mijn huidige stemming. Erg dubbel dus, maar wel de waarheid.

De positieve ontwikkelingen die ik zie, meemaak en veroorzaak, zijn voor mij soms moeilijk om mee om te gaan. Ik weet waar dit vandaan komt, een kwestie van straf en boetedoening en dus vind ik dat ik al die positiviteit niet verdien. Mijn verstand zegt dat dit flauwekul is, dat ik krijg en tegenkom wat ik verdien en dat ik daar zelf ook een rol in speel, dus wat zeur ik nou. Mijn gevoel zegt echter hele andere dingen en in de meeste gevallen heeft mijn gevoel sterk de overhand. In het verleden was het omgekeerd, mijn verstand leidde mij en mijn gevoel deed er niet toe. Sinds ik in aanraking ben gekomen met de psychiatrie heb ik dat kunnen omdraaien. Ik ben wat mijn gevoel zegt, ik ben altijd mijzelf. Alleen het in balans brengen van verstand en gevoel is voor mij niet altijd makkelijk.

Mijn verstand heeft wel een beetje gelijk. Want als ik eerlijk ben gaat het best wel goed met mij. Ik heb een leuke, betaalde baan en werk met leuke en gemotiveerde mensen, de projecten die ik vanuit de Stichting Herstelproces doe ontwikkelen zich goed en worden positief ontvangen en ook daar werk ik met leuke, inspirerende en gemotiveerde mensen. Mijn kinderen staan goed in het leven en vinden hun weg. Financieel kan ik het ook redden, af en toe met wat hulp, en dat is weleens anders geweest. En ik heb mensen om mij heen die ik zeer waardeer en respecteer, die mij hun vriendschap waard vinden. Dus wat zeur ik nou.

En toch kan ik mijn leven nog niet als positief ervaren, al zit er wel een verbetering in. Ik ben op weg en merk dat heel af en toe. Ik ben van negatief al gekomen tot neutraal, en dat is best wel een ontwikkeling. Ik moet mij zelf er af en toe nog wel op wijzen, dan benoem ik voor mijzelf de punten waar ik aan merk dat er wat aan het veranderen is. Ik heb jaren ’s nachts nachtmerries, elke nacht weer. Ik merk nu dat er ook af en toe nachten bijzitten dat ik geen nachtmerrie heb gehad en dat ik de nacht doorbreng zoals die bedoeld is, slapend. Het opstarten ’s morgens heb ik ook steeds beter onder de knie, al heb ik wel mijn “roze bril” nog nodig en mijn ochtendritueel/structuur. Maar het kost iets minder energie dan het gedaan heeft. Tegenover deze positieve ontwikkelingen staat echter een wat mindere ontwikkeling overdag. Ik heb wat vaker last van wat ik “acute” suïcidaliteit noem, ik bevind mij dan van het ene op het andere moment in een tunnel waar ik niet of bijna niet meer zelf uitkom. En dat is dan wel weer lichtelijk beangstigend. Maar ik dwing mijzelf ertoe om de gedachte vast te houden dat dit tijdelijk is en ook vanzelf minder gaat worden. Niettemin blijft de onrust bestaan.

Maar heel algemeen gezien merk ik dat ik op de goede weg ben, dat ik het pad dat ik wil volgen steeds duidelijker voor ogen heb. Het brengt mij steeds verder in de richting die ik wil, al blijft het zo nu en dan zoeken (twijfelen eigenlijk). Of ik het paradijs ooit bereik dat weet ik niet, maar dat ik vanuit de hel wel de goede afslag heb genomen is mij wel duidelijk.

Koos

Grote ogen en open mond, brede glimlach en tranen

Ik heb de nodige eigen ervaringen opgedaan op het gebied van zelfdoding, zogenaamde TS, en het hebben van suïcidale gedachten. Ik ben daar erg open over en het is voor mij een soort van missie geworden om het onderwerp bespreekbaar te maken. Ik voer dan ook regelmatig gesprekken met mensen die te maken hebben (gehad) met suïcidale gedachten, bij zichzelf of bij iemand in de omgeving. Deze gesprekken voer ik vanuit mijn werk (GGz Centraal) maar ook vanuit de Stichting Herstelproces (www.herstelproces.nl). Er wordt weleens aan mij gevraagd hoe die gesprekken verlopen en wat het met mijzelf doet, ik hoop daar met dit artikel wat duidelijkheid in te geven.

Ten eerste waak ik ervoor dat ik te koop loop met mijn eigen ervaringen, het gaat niet om mij maar om diegene met wie ik in gesprek ben. Het gesprek start, na een korte kennismaking, voor mij altijd met de vraag of mijn gesprekspartner wat wil vertellen over zijn of haar gedachten of dat ze willen beginnen met vragen aan mij te stellen. De regie ligt altijd bij mijn gesprekspartner. Ik geef wel altijd aan dat ik in principe niks doorgeef (alleen algemeen) maar dat ik als ik denk dat het nodig is wel aangeef dat mijn gesprekspartner dit ook moet doorgeven aan zijn of haar hulpverlener (eventueel doe ik dat). En uiteraard in crisissituaties neem ik de nodige stappen.

In de meeste gevallen begint het met het vragenstellen. Ik vertel dan over het gevoel dat ik ervaar als ik suïcidaal ben, hoe ik omga met de gedachten die vrij constant aanwezig zijn, maar nooit over de manier. De reacties die ik tijdens mijn verhaal zie zijn vaak hetzelfde; mensen krijgen grote ogen, soms valt hun mond open en hun blik veranderd. Het is een blik van opluchting, herkenning en verbazing. Op dat moment valt de drempel weg en beginnen ze te vertellen. Dan begint het gesprek, en hoe diep dat gaat is afhankelijk van de situatie en de wens van mijn gesprekspartner. En wat nooit gebeurd is dat het alleen maar over suïcide gaat. Er komen ook andere onderwerpen aan bod en als het even kan komt ook humor om de hoek kijken.

Soms gebeuren er ook andere dingen. Dan heb ik een gesprekspartner die tijdens mijn verhaal begint te grijnzen wat over gaat in een brede glimlach. De reactie die er dan komt is die van blijdschap, dat het ze goed doet dat er iemand is die hetzelfde meemaakt. Dat er gewoon over gepraat kan worden, zonder dat er direct allerlei alarmbellen gaan rinkelen. Dat ze met iemand kunnen praten die echt begrijpt wat ze doormaken, wat de gedachten doen en waarom dit zo’n impact heeft. En hoe zwaar het onderwerp ook is, zijn dit eigenlijk vrolijke gesprekken.

Ik had laatst een gesprek met iemand, onbekende voor mij, die aan het eind van haar latijn was. Absoluut niet meer wist waar ze terecht kon en hoe ze dat moest aanpakken. Ik heb haar verhaal aangehoord en vragen gesteld. Ze werd ineens, vanuit het niets, emotioneel en begon te huilen. Op deze manier had ik het nog nooit meegemaakt, maar voor alles is een eerste keer. Ik vroeg haar waar die emotie ineens vandaan kwam en van haar antwoord kreeg ik kippenvel. Ze vertelde dat dit de eerste keer was dat ze het gevoel had dat er iemand echt naar haar luisterde en dat dit zo’n verschrikkelijk goed gevoel was dat ze haar masker niet meer kon vasthouden. Ik vind dit verschrikkelijk, ik had net gehoord hoeveel hulpverleners zij al had gesproken, en het feit dat ze zich nooit gehoord voelde, dat dit de eerste keer was zorgde bij mij voor kippenvel. Wat heb ik toch een mooi beroep.

Ik vraag mijn gesprekspartners ook altijd om zichzelf in te schalen, 0=geen gedachten 10=actief bezig. Het valt mij dan altijd op dat ze zichzelf meestal inschalen zoals ik hen ook inschaal. In de loop van de gesprekken die ik voer zie ik ook dat de inschaling langzaam naar beneden zakt. Zeker niet alleen door de gesprekken die ik met ze voer, maar ook door de openheid die zij steeds meer tonen bij de hulpverleners. Ze maken het op alle fronten meer bespreekbaar, en dat zorgt voor de verlaging.

En wat doet het met mij?

Wat het met mij doet is zeer wisselend. Soms word ik geraakt door de plotselinge omslag in emotiebeleving, maar dat zou iedereen hebben lijkt mij. Meestal geeft het mij voldoening. Het geeft mijn leven zin, betekenis. Wat is er nou mooier dan het inzetten van je eigen kwetsbaarheid om daar anderen mee te kunnen ondersteunen. Voor mij niks, dit is waar het omgaat bij ervaringsdeskundigheid wat mij betreft. Daarom is het voor mij ook belangrijk dat ik deze contacten heb ook al horen ze niet in mijn functieomschrijving (regiocoördinator herstel en herstelactiviteiten). Ze motiveren mij om het andere aspect van mijn werk zo goed mogelijk uit te voeren.

Het praten over, bezig zijn met, suïcidaliteit is ook voor mijn eigen belevingen goed. Het geeft mij ruimte in mijn hoofd om ook met andere zaken bezig te zijn. Het heeft dan ook geen negatieve invloed op mijn eigen suïcidaliteit. Die wordt door hele andere zaken geprikkeld en zijn op dit moment niet meer te voorspellen.

Ik word wel altijd emotioneel als ik weer hoor dat er iemand uit het leven gestapt is. En dan maakt het niet uit waar of wie, want iedere zelfdoding is er een teveel. Het feit dat deze actie altijd iets is wat iemand alleen moet doorstaan vind ik verschrikkelijk, en dat maakt mij emotioneel. De eenzaamheid die je voelt als je op het punt staat om uit het leven te stappen. Die eenzaamheid is zo groot en zo pijnlijk dat het je gedachte alleen maar kan bekrachtigen. Probeer dan maar eens, in je eentje, uit die koker te komen.

In de documentaire ‘een onvergetelijk afscheid’ zegt een van de mensen “dat zij het alleen heeft moeten doen is veel pijnlijker dan mijn eigen pijn”. Iemand die beseft hoe erg het is om daar alleen voor te staan. De documentaire vind ik überhaupt erg mooi. De uitspraken die de mensen doen zijn veelzeggend en vanuit het hart. En het gaat niet alleen om de personen die suïcide hebben gepleegd, er komen ook nabestaanden en naasten aan het woord. De documentaire is wat mij betreft zeker de moeite van het kijken waard.

De kritische noot.

Natuurlijk is er ook een kritische noot. Als ik kijk naar mijn ervaringen met deze gesprekken, waarvan ik weet dat er meer ervaringsdeskundigen dat doen en hetzelfde ervaren als mij, dan snap ik niet dat er vaak voor gekozen wordt om geen ervaringsdeskundigen in te zetten op het moment dat er iemand met suïcidale gedachten te maken krijgt of heeft. Niet dat elke ervaringsdeskundige dit soort gesprekken aankan, er moet zeker gekeken worden of de betreffende ervaringsdeskundige dit kan en wil (in onderling overleg), maar het op voorhand uitsluiten van de inzet vind ik erg triest. Volgens mij komt dit voort uit angst. Zou de ervaringsdeskundige dit niet erger maken? Zou de ervaringsdeskundige hier zelf niet een terugval krijgen (want we moeten ze niet te veel belasten want ze zijn wel kwetsbaar en ex-cliënt). Als dit de vragen zijn waarmee men kampt, dan denk ik dat de betreffende personen nog niet goed beseffen wat een ervaringsdeskundige is. En dat is jammer, hierdoor ontstaan veel gemiste kansen, gemiste kansen die invloed hebben op het herstel van de cliënt.

Koos

 

Falen in je gelukkig voelen

Falen in je gelukkig voelen. Dat is iets wat erg gemakkelijk tot stand komt. Het falen in je gelukkig voelen heeft te maken met je persoonlijke invulling van de betekenis van gelukkig zijn. Want wanneer ben je gelukkig? Hoe voelt het om gelukkig te zijn? Vragen die voor iedereen anders te beantwoorden zijn. De een voelt zich gelukkig als het financieel goed gaat, de ander voelt zich juist ongelukkig door het “rijk” zijn. En dan nog de vraag of het je niet ongelukkig voelen meteen wil zeggen dat je gelukkig bent.

Je gelukkig voelen valt onder de positieve gevoelens die je kunt hebben. Nou heb ik daar persoonlijk wat moeite mee. Ik voel veel, emoties steken regelmatig de kop op en ik pik best wel veel op in mijn omgeving. Een gedeelte van deze gevoelens kan ik koppelen aan een emotie, vooral die gericht zijn op “negatieve” emoties. De gevoelens van pijn, verdriet, schuld, eenzaamheid kan ik herkennen, maar gevoelens gericht op positieve emoties zijn voor mij nog wel een issue. Het gevoel van gelukkig zijn hoort in dat rijtje thuis en dus best wel ingewikkeld voor mij.

Als je gaat zoeken naar een definitie van je gelukkig voelen kom je eigenlijk alleen maar tips en trucs tegen die je vertellen hoe je dat kunt worden. Maar niet hoe dat voelt. Volgens de laatste wetenschappelijke inzichten is gelukkig zijn een combinatie van genieten en streven.

Genieten is het hebben van prettige en positieve emoties. Bijvoorbeeld door een dagje naar de Sauna te gaan, door te spelen met je kinderen of een lekker wijntje te drinken. Als je van jezelf weet wat je prettig vindt en daar ook regelmatig van kunt genieten, zul je je een stuk gelukkiger voelen.

Streven is het bezig zijn met iets dat jij zinvol vindt. Als het leven alleen maar uit pleziertjes bestaat, gaat het snel vervelen. Zelfs de heerlijkste wijn gaat snel vervelen als je er elke dag een fles van drinkt. Het is daarom belangrijk om het evenwicht te vinden tussen streven en genieten. Op die manier kun je terugkijken op je leven met het gevoel dat het er toe gedaan heeft.
Bron: www.ivpp.nl/gelukkig-zijn

Heel mooi dat dit zo omschreven kan worden, wat gelukkig zijn is, maar hoe voelt het om gelukkig te zijn. Er is geen artikel te vinden dat duidelijk weergeeft welke gevoelens je hebt op het moment dat je gelukkig bent. Dus voor iemand die dit niet kan herkennen zijn er geen duidelijke handvatten te vinden.

In de diverse teksten komt wel naar voren dat het te maken heeft met de situatie waarin je je bevindt en gebonden is aan de diverse levensgebieden. Je kunt dus gelukkig zijn op een bepaald gebied, bijvoorbeeld in je relatie, terwijl je op een ander gebied (bijvoorbeeld werk) totaal ongelukkig bent. Maar wil dit dan zeggen dat je gelukkig bent? En hoe voelt dat dan?

Als ik ga nadenken over het (on)gelukkig voelen dan roept het meer vragen op dan antwoorden. Dus ik laat het gelukkig voelen voorlopig maar even in de kast liggen. Ik kom het vanzelf wel weer een keer tegen denk ik, dan zal ik dan wel weer eens verder kijken. Voorlopig houd ik het er wel gewoon op dat het wel goed gaat.

Koos

Suïcide blijft taboe

Ondanks alle inspanningen die er geleverd worden blijft het praten over suïcide een taboe. Het is natuurlijk ook niet makkelijk om iets wat al jaren weggestopt wordt in een klap bespreekbaar te maken. Dat begrijp ik, maar wat ik niet begrijp zijn de belemmeringen die opgeworpen worden waardoor initiatieven moeilijk van de grond komen en onderzoek niet (goed) uitgevoerd kan worden.

Er is wel langzamerhand een verschuiving te zien, op een of andere manier wordt er steeds meer geaccepteerd dat het bespreekbaar maken van suïcide “wel kan”, naar gelang de leeftijd toeneemt. Niet dat het nou “normaal” en makkelijk is bij ouderen, maar als we het hebben over jongeren dan is het gevaarlijk en dus not done.

Als ik rondkijk in de maatschappij dan zie ik dat er steeds meer mensen roepen dat het erover praten belangrijk is, vervolgens zijn de mogelijkheden die we bieden om dat ook daadwerkelijk te doen niet of nauwelijks te vinden. Natuurlijk kan iemand met suïcidale gedachten dan terecht bij de hulpverlener, maar niet elke hulpverlener weet wat hij of zij er mee aan moet. Er worden dan al snel acties ondernomen waar de hulpvrager niet op zit te wachten. Er is veel angst om gewoon te praten over de suïcidale gedachten, zowel bij de hulpverlener als bij de hulpvrager. In mijn werk als ervaringsdeskundige, met eigen ervaring op dit gebied, merk ik dat het gewoon erover praten al veel ruimte geeft bij mensen met suïcidale gedachten. Ik merk echter ook dat hulpverleners het soms moeilijk vinden om een ervaringsdeskundige in te laten voegen. En, eerlijk is eerlijk, ook niet elke ervaringsdeskundige is hier geschikt voor. Maar dat terzijde.

In een interview met Ad Kerkhof, Hoogleraar aan de VU, in het blad Psychologie (https://mijn.bsl.nl/psychologie/er-is-veel-meer-suicidaliteit-onder-jongeren-in-de-ggz-dan-vermo/15035478) geeft hij aan dat het onderzoek waarmee hij bezig is aan voorwaarden moest voldoen van de Medisch Ethische Toetsingscommissie. De METC stelde dat “het afnemen van een vragenlijst over suïcidaliteit bij jongeren mogelijk gevaarlijke effecten zou kunnen hebben. Dat het jongeren op een idee zou kunnen brengen”. Ondanks overtuigend wetenschappelijk bewijs dat dat niet zo is, bleef de METC vasthouden aan deze gedachte. In mijn ogen wordt hier een drempel opgeworpen, die nergens op gestoeld is behalve op stigma en vastgeroest denken, die een goed onderzoek niet mogelijk maken. Om hieraan tegemoet te komen moesten de deelnemers aan het onderzoek (jongeren) hun ouders op de hoogte brengen van hun suïcidale gedachten, de ouders moesten dan schriftelijk toestemming verlenen om aan het onderzoek deel te nemen. Dat er een respons was van maar 4% is volgens mij dan erg logisch, een gemiste kans.

Het feit dat zelfs instanties zoals het METC op deze manier met suïcidaliteit omgaan geeft aan dat we er nog lang niet zijn en op deze manier komen we er voorlopig ook niet. Ik heb hier ook wat ervaring in opgedaan de laatste tijd. In het kader van een mogelijk preventieproject heb ik enkele psychiaters en psychologen benaderd met het verzoek om, informeel, hun menig over het project te geven. Gewoon om mijn mindset te bepalen en eventueel het project aan te passen. De mensen die ik benaderd heb gaven geen van allen hun mening, ze hadden die niet (hmm, volgens mij heeft iedereen een menig, maar goed). Ik snap het wel, er is een angst dat hun woorden (met naam) gebruikt worden in een openbare publicatie, dit is niet het geval, maar zou dat ook erg zijn vraag ik mij dan af? Gelukkig waren er ook mensen die na een tweede oproep wel hun mening durfden te geven. Daar ben ik dan ook erg blij mee.

Maar het blijkt dus wel dat het thema suïcide nog steeds moeilijk ligt. En nogmaals, er wordt veel aandacht gegeven aan het feit dat het praten over suïcidaliteit “normaal” moet zijn, maar dat de mogelijkheden jammer genoeg nog steeds beperkt zijn. Er zijn wel mogelijkheden, we hebben 113online en Sensoor als telefonische hulplijn en er zijn een aantal mogelijkheden via chat op enkele websites, maar mogelijkheden om echt in gesprek gaan, face-to-face, zijn er nog veel te weinig. En als ze er al zijn dan weet niemand ze te vinden.

Het geven van ondersteuning door ervaringsdeskundigen of lotgenoten is een mogelijkheid om face-to-face in gesprek te gaan. Maar dit wordt niet vaak ingezet en als dit ingezet wordt is het meestal in een GGZ-setting. Maar het feit ligt er dat er veel mensen met suïcidale gedachten rondlopen die niet, nog niet, in beeld zijn bij een GGZ-instelling. Deze mensen zouden de gelegenheid moeten hebben om op een laagdrempelige manier in gesprek te gaan over hun suïcidaliteit. In Nederland is er niet tot nauwelijks iets bekend over de invloed dat lotgenoten contact heeft op mensen met suïcidale gedachten (want ja, we willen er liever niet over praten dat is gevaarlijk). In mijn zoektocht naar informatie hierover ben ik niet veel tegengekomen, eigenlijk niks. Over onze landgrenzen heen is er wel onderzoek gedaan. Vooral in Canada en Australië, hier worden ervaringsdeskundigen volop ingezet in het kader van preventie. Met veel positieve resultaten. Wat dan wel weer opvalt is dat zij betaald krijgen vanuit organisaties en overheid, maar niet in dienst zijn bij een GGZ-instelling. Ik ben mijn connecties daar dan ook aan het opbouwen, want wat daar kan moet hier toch ook kunnen. En we hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden, toch?

Koos

Eenzaam maar niet alleen

Ook al zijn er mensen om mij heen
toch voel ik mij vaak alleen
Het is een gevoel dat maar moeilijk verdwijnt
en mijn positieve gedachten soms ondermijnt
Ondanks de drukte in mijn hoofd
voel ik mij daardoor soms verdoofd
Dan dringt er weinig tot mij door
en gaan mijn eigen gedachten voor
Zij gaan dan hun eigen gang
soms heel kort, soms heel lang
Ze komen vaak ’s nacht terug
dan schrik ik wakker, zweet op mijn rug
en weet ik heel oprecht
niet meer wat droom is en wat echt

Dan gaan dag en nacht voorbij
soms zonder verschil voor mij
De dromen blijven zo haken in mijn hoofd
dat mijn verstand ze bijna geloofd
dan zit ik ergens op te wachten
want dat zit in mijn gedachten
iets wat niet gebeuren gaat
het voelt alsof ik mijzelf in de steek laat
Soms gaat het over geluk en emotie
en dat zorgt voor veel interne commotie
De negativiteit neemt de overhand
en de “gedachten” zijn weer geland
Dan heb ik het alweer gezien
geluk is iets wat ik niet verdien

Veranderen van dit gevoel
de emoties die ik voel
Die ik niet mag beleven
omdat ze een goed gevoel geven
Is iets waar ik hard aan werk
Waarvan ik heel voorzichtig merk
dat het steeds iets beter gaat
en mijn eigen waarde iets stijgen laat
Maar soms voel ik mij alleen
Ook al zijn er mensen om mij heen

Koos

Jezelf zijn

Een van de belangrijkste dingen in het leven, volgens mij, is dat je jezelf kunt zijn, altijd en overal. Ik ben dat volgens mij, voor zover dat mogelijk is dan. Want in hoeverre ken ik mijzelf. Ik weet dat er nog een aantal gebieden zijn waarin ik mijzelf niet of niet goed genoeg ken (of durf te kennen). Dus ik kan alleen mijzelf zijn op de gebieden waarin ik mijzelf wel ken. En ook die zijn onderhevig aan verandering, want als ik mijzelf op een gebied beter leer kennen heeft dat ook invloed op de gebieden waar ik mijzelf wel in ken. Volgens mij heet dat persoonlijke ontwikkeling.

Voor mij is het belangrijk om mijzelf te kunnen zijn, mij te kunnen uiten op mijn manier en dingen te doen op mijn manier. Ik ben van mening dat dit ook belangrijk is in mijn werk als ervaringsdeskundige. Als je in echt contact wil komen met de mensen met wie je werkt (cliënten, collega’s) moet je jezelf durven te laten zien. Vooral in contact met cliënten is dat belangrijk, zij hebben daar (net als jij) een “zesde” zintuig voor. Als ik een rol aanneem, een toneelspel ga opvoeren, voelt de cliënt dat direct aan. Het is dan een gevecht om een daadwerkelijk contact tot stand te kunnen brengen. Meestal is de wedstrijd dan al verloren, een gemiste kans. Als ik daarentegen het gesprek open en puur in ga is het contact er snel.

In de gesprekken die ik regelmatig mag voeren met nieuwe ervaringsdeskundigen en ervaringsdeskundigen in opleiding, probeer ik ze altijd mee te geven dat ze vooral zichzelf moeten blijven. Dat ze moeten werken vanuit hun eigen persoonlijkheid. De ervaringsdeskundigen die een opleiding (gaan) volgen waarschuw ik, sorry docenten, voor de hulpverleners valkuil. Er worden nou eenmaal vakken gegeven in de opleiding die erg gericht zijn op het werken als hulpverlener. Even voor de duidelijkheid: ik vind een ervaringsdeskundige een hulpverlener maar ik gebruik het even apart om duidelijk aan te geven wat ik bedoel, zonder daarvoor andere hulpverleners voor het hoofd te willen stoten (wij kunnen niks zonder elkaar). Door deze vakken te belangrijk te vinden loop je de kans je puurheid als ervaringsdeskundige te verliezen. Dus breng ik dit altijd even ter sprake.

Ik vertel ze ook dat het jezelf zijn en het laten zien van jezelf, niet hetzelfde is als je verhaal te vertellen. Je hoeft, om jezelf te laten zien, niet direct je hele leven op tafel te gooien. Ook niet in een gesprek met andere ervaringsdeskundigen. Ik zou zelfs zeggen dat je verhaal niet belangrijk is op dat moment. Als het moment daar is dan komt het vanzelf. Wat ik wel belangrijk vind is je ervaring, je gevoel, je intuïtie. De herkenning die kunt geven als je voelt waar de cliënt staat in zijn proces en je je gevoel daarbij aan kunt laten sluiten. Het gaat per slot van rekening om zijn verhaal, zijn gevoel, zijn leven.

Het jezelf zijn en jezelf laten zien houdt voor mij onder andere in dat ik deel. Als ik een slechte dag heb dan zeg ik dat gewoon, ik verberg het niet. Zowel tegen cliënten als tegen collega’s. Dit maakt het makkelijker, niet alleen voor mij maar ook voor de mensen in mijn omgeving. Niet dat ik dan te koop loop met mijn suïcidale gedachten, maar ik geef wel aan dat mijn stemming niet helemaal top is. Nou moet ik wel toegeven dat het waarschijnlijk voor mijn omgeving duidelijk merkbaar is, want ze zijn mij regelmatig een slag voor.

Dat elke dag weer anders is ziet zelfs Facebook, is mijn kleur de ene dag geel:

De andere dag rood:

En daarna blauw:

Dat geeft wel aan dat ik mijzelf nog niet helemaal ken, want als Facebook elke dag wat anders zegt, hoe moet ik het dan leren. Facebook weet toch alles?

Koos

Afbeelding: www.jezelfzijnspecialist.com