Bestaansrecht en geluksmomenten

Ik heb de laatste tijd veel gesprekken gevoerd over bestaansrecht. Het houdt mij erg bezig en dankzij de gesprekken voel ik dat ik mij hierin aan het ontwikkelen ben. Het voelen dat ik eigenlijk geen recht hebt om te bestaan (voortkomend uit een schuldgevoel) begint zich heel langzaam om te buigen, te veranderen. Mijn gevoel dat ik bestaansrecht heb wordt steeds iets sterker en ik ben dan ook hard hiermee aan het werk. Dus ga ik analyseren, een slechte gewoonte van mij, maar voor mij een vorm van zelfreflectie. Wat maakt nou dat dit gevoel bij mij aan het veranderen is.

Een groot gedeelte van deze verandering (misschien wel geheel) is het gevoel dat iemand je kan geven dat je iets waard bent. Daarbij is het voor mij dan blijkbaar erg belangrijk wie het zegt en laat blijken. Er zijn genoeg mensen die mij ervan proberen te overtuigen dat ik het waard ben om te leven, en ik geloof hun ook, maar meer vanuit mijn verstand. Vanuit mijn gevoel blijft dit erg moeilijk, het besef druppelt maar langzaam binnen. Nu ben ik iemand tegengekomen die in staat is geweest om de druppels om te zetten in een straaltje. Ik vind die betreffende persoon erg bijzonder en speciaal, maar ik had niet verwacht dat dit mijn gevoel omtrent bestaansrecht zo zou beïnvloeden. Hoe verwonderlijk werkt mijn brein.

Het vreemde hieraan is, voor mij dan, dat dit meteen ook een kentering heeft gebracht in mijn zoektocht naar welke gevoelens erbij welke emotie horen. Op een of andere manier vind ik dat niet zo belangrijk meer om te weten. Ik ben mij, vanuit dezelfde gesprekken, erg bewust geworden van het feit dat het gaat om het gevoel te durven accepteren en niet om het bepalen bij welke emotie dit gevoel nu hoort.

Ik heb gisteren (Goede Vrijdag) een geweldige dag gehad en durf nu zelfs te zeggen dat ik ervan heb genoten. En wat het nog meer bijzonder maakt is het feit dat ik er, als ik eraan terugdenk, nog steeds van kan genieten. En die bewustwording voelt super! Dit is nieuw, dit ken ik niet. Meestal ga ik ervan uit dat er wel weer iets negatiefs zal gaan gebeuren als tegenpool van een positieve ervaring. Dus durf ik er niet van te genieten. Nu durf ik dat gewoon! En ik durf het ook gewoon hardop te zeggen. Een giga stap in mijn persoonlijke ontwikkeling. En dus in mijn gevoel rondom mijn bestaansrecht. Ik merk dat de ontkenning van mijn bestaansrecht zich aan het omzetten is naar het twijfelen aan mijn bestaansrecht. Ik ben er dus nog niet, maar wel erg goed op weg (al zeg ik het zelf).

En dat brengt mij meteen naar geluksmomenten. Ik heb al eens beschreven dat ik niet weet hoe dat voelt, wat dat is dat ‘gelukkig’ zijn. In mijn zoektocht, door middel van analyse, wilde ik denk ik te graag weten wat het is om gelukkig te zijn, welke emotie hoort daarbij en vooral welk gevoel. Hoewel ik altijd tegen iedereen vertel dat je niet te hard naar iets moet zoeken omdat je het dan moeilijk kunt vinden, ben ik zelf net zo hard teveel op zoek gegaan. Ik ben daarbij voorbij gegaan aan het feit dat je het niet moet zoeken, niet moet willen verklaren, maar moet ervaren en accepteren. Bij het overlijden van mijn vader had ik het eerste besef van een geluksmoment. Toen ik zag dat zijn geest overging, in vrede en harmonie, en wat dat voor hem betekende, was dat voor mij een geluksmoment. Ik ben mij nu bewust dat ik gisteren een paar van die momenten heb gehad. Gewoon op een terras, winderig weer maar met af en toe zonnetje, glaasje wijn en prettig gezelschap. Ik genoot en voelde mij op dat moment helemaal goed en prettig, een geluksmoment denk ik dan.

Ik merk nu ook hoe fijn het is om dit gewoon te laten zijn, zonder het dood te willen analyseren. Mijn psycholoog en een spirituele coach waarschuwden mij laatst dat ik moest oppassen omdat ik mij aan het dood analyseren was. Dat was de eerste aanzet, alhoewel ik niet begreep wat ze duidelijk wilden maken. Door de gesprekken over bestaansrecht ben ik gaan begrijpen waarvoor ze mij wilden waarschuwen. Door deze bewustwording ben ik weer een stukje verder in mijn herstel. En ik ben er nog blij mee ook!

Koos

Bestaansrecht en voelen dat je leeft

Ik vind kennis van het herstelproces belangrijk voor mensen die in herstel zijn. Wat ik tot de ontdekking ben gekomen is het feit dat het afhankelijk is van je interpretatie van de fasen of het voor iemand ook wat kan betekenen. Als je twijfelt aan je eigen bestaansrecht, in welke fase zit je dan? Om maar even een voorbeeld te benoemen. Zit je dan in de eerste fase, die van overweldiging, of is de tweede fase, de worsteling, dan meer passend.

Zoals iemand zei: “als je vindt dat je geen bestaansrecht hebt, ben je dus eigenlijk niks. Als je niks bent, waarvan moet je dan herstellen?”. Met andere woorden, je zit dan nog in de fase van overweldiging. Mijn interpretatie zet hetzelfde in fase twee, want ik “weet” dat er iets niet klopt (iets met eigenwaarde, zelfbeeld) en ben nu aan het worstelen met de wetenschap dat ik er ben, maar daar eigenlijk het recht niet op heb (mijn beleving). Ik ben dus op een zoektocht naar manieren om dit feit te accepteren en er vervolgens wat aan te gaan doen.

Het hebben van bestaansrecht, het voelen dat je het waard bent om op deze aarde rond te lopen, heeft volgens mij ook te maken met het voelen dat je leeft. Want kun je voelen dat je leeft als je van mening bent dat je geen bestaansrecht hebt? En wat is dan voelen dat je leeft, en wat voor gevolgen heeft dat. Ik ervaar soms dat ik leef, maar dat is geen positief gevoel. De pijn, de teleurstelling (of de angst daarvoor) laat mij ervaren dat ik leef, maar versterkt dan ook mijn gevoel dat ik dat dus liever niet wil ervaren. Het versterkt mijn gevoel dat ik niet het recht heb om te bestaan. Ik weet wel waar dat gevoel vandaan komt en ergens zegt mijn verstand ook dat dit niet (meer) terecht is. Dat het nu zo langzamerhand wel genoeg is geweest, dat ik mijzelf voldoende straf gegeven heb. Maar mijn gevoel is het daar nog niet echt mee eens.

Voel ik dan alleen dat ik leef vanuit negatieve ervaringen? Nee, dat ook weer niet. Sinds kort ben ik tot het besef gekomen dat ik ook het gevoel heb dat ik leef als ik mooie en fijne persoonlijke gesprekken heb. Gesprekken die mij aan het denken zetten over het zijn, de essentie van het leven en wat dat voor mij inhoudt. Vragen als “wat heb jij nodig om te voelen dat jij leeft” zijn daarin voor mij erg cruciaal. Het triggert mij, daagt mij uit om buiten mijn comfort zone te denken. Gisteren werd ik mij, tijdens zo’n gesprek, bewust van het feit dat ik heel goed ‘out of the box’ kan denken, maar dat dit iets anders is dan buiten je comfort zone denken. Mijn comfort zone is voor mij veiligheid maar tegelijkertijd een belemmering. Een belemmering in het nastreven van mijn droom, en die droom is weer essentieel voor mijn bestaansrecht (ik kan door de droom voor mijzelf mijn bestaansrecht rechtvaardigen o.i.d.). Wil ik werken aan mijn bestaansrecht, moet ik de belemmeringen wegvagen en mijn droom nastreven. Dus mij buiten mijn comfort zone begeven. Mijn ‘veiligheid’ opgeven en gaan voor het avontuur.

Ik stel mijzelf dan de vraag of het hebben van onveiligheid voor mij dan het gevoel oplevert dat ik leef. Heb ik het avontuur nodig om voor mijzelf te rechtvaardigen dat ik leef en daar ook ‘gewoon’ recht op heb. Dus bestaansrecht heb? Het doet mij een beetje denken aan het kinderboekje over Rupsje Nooitgenoeg.  Deze bleef maar doorgaan (in dit geval met eten) totdat hij uiteindelijk de transformatie kon maken tot een mooie vlinder. Ik blijf, of liever gezegd moet blijven, doorgaan totdat ik eindelijk de transformatie kan doormaken. De tansformatie houdt voor mij dan in dat ik mijzelf bestaansrecht gun en een leven kan leiden in plaats van een leven lijden.

Wil het voelen dat ik het recht niet hebt om te bestaan dan ook zeggen dat ik niet wil leven? Nee, ik wil niet dood, maar ik hoef ook niet te leven. Dat is al wel een positieve ontwikkeling in mijn gedachten, eerder wilde ik gewoon niet leven. Ik accepteer het leven als iets dat nou eenmaal zo is. Dit is ook gebaseerd op het feit dat mijn pogingen om eruit te stappen (bewust en onbewust) tot nu toe altijd verhinderd zijn. Ik ga er, voor mijn gemak, dan maar vanuit dat ik nog iets moet doen op deze aarde voordat ik weg mag. Wil dit zeggen dat ik geen suïcidale gedachten meer heb, nee, deze blijven gewoon aanwezig. Ik heb ze geaccepteerd, het hoort (voorlopig) gewoon bij mij. Doe ik pogingen? Nee, in ieder geval niet bewust. Het overvalt mij soms, vanuit het niets, maar dat is hooguit 2 of 3 keer per jaar. En aangezien ik mij daar toch niet op voor kan bereiden laat ik het maar met rust.

Om het weer even terug te brengen naar het herstelproces. Gesprekken zoals gisteren brengen mij een stukje wijsheid en inzicht. Ik besef nu dat ik wat betreft het stukje bestaansrecht nog niet zover ben als dat ik dacht. Dat ik, wat dat ene stukje betreft, nog gewoon in fase twee zit. Ik ben dan wel aan het worstelen, maar ik kom zeker boven. Luctor et Emergo.

Koos

Doorleven na overlijden…

Het is niet gegaan zoals ik verwacht had, maar ik ben wel blij dat het zo gegaan is. Door mijn vrij constante suïcidale gedachten had ik niet verwacht dat mijn vader als eerste over zou gaan. Maar gelukkig is dit wel het geval geweest. En dat is goed geweest, ik ben blij dat ik aan het eind nog zo’n mooie bijdrage heb kunnen leveren.

Ik heb mijn suïcidale gedachten eigenlijk best wel onder controle, mede door bepaalde mensen om mij heen. Dat dit soms mensen zijn die niet iedereen ziet of voelt is voor mij niet meer vreemd, ik ben er ondertussen aangewend. Toch rust er nog een behoorlijk taboe op. Als je aangeeft dat je mensen ziet die anderen niet zien, dan word je erg vreemd aangekeken en veranderd men van onderwerp of verdwijnt men uit je gezichtsveld. Als je geluk hebt dan vinden ze je hooguit apart of raar, als je pech hebt noemen ze je gek of psychotisch.

Mij maakt het niet uit, als iemand mij daarom niet meer voor vol aanziet zal mij dat een zorg zijn. Dan ben je ook mijn aandacht en energie niet waard. Dat ik deze “gave” heb heeft mij zowel nare momenten als mooie momenten gebracht. Door de nare momenten ben ik soms angstig en daarom sluit ik mij zoveel mogelijk af, in de wetenschap dat ik daardoor ook hele mooie momenten mis.

Gelukkig stond ik open, waarschijnlijk door vermoeidheid, op het moment dat mijn vader overging. Het was mooi om te zien hoe zijn ziel op reis ging en fijn om te zien dat hij door een geliefd persoon opgehaald werd. Voor mij een geluksmoment.

Maar het leven gaat door, al ben ik wel meer gaan nadenken over hoe ik mijn leven verder wil invullen. Het feit dat “men” aan de overzijde er mede voor zorgt dat ik de overstap niet maak dan zal er nog wel iets voor mij in het verschiet liggen, dus ik wacht rustig af en werk ondertussen druk door. Ik zie dit niet als een soort van hoop, dat lukt mij niet, ik zie het meer als soort van taak die ik nog moet volbrengen.

 

Oh ja, nog even het volgende: er is een groep mensen die rondlopen met suïcidale gedachten terwijl ze gewoon (willen) doorleven. Deze mensen willen niet persé dood, zij zouden het niet erg vinden, maar hebben dit niet als doel. Deze groep mensen worden soms gewoon overvallen, daar kunnen zij niets aan doen. Dit is geen vorm van aandachttrekkerij en ook niet van een dominante doodswens, het gebeurd gewoon. En ik kan uit eigen ervaring vertellen dat dit een enge, nare en beangstigende ervaring is. Het zorgt ervoor dat je ergens een soort constante angst ontwikkeld, want kun je zo’n “overval” zelf overleven en zo niet zal er dan op tijd hulp komen? Je kunt nog zo zelfverzekerd zijn, zo vol van zelfvertrouwen, maar op dit punt is dat zelfvertrouwen een behoorlijk “dingetje”.

Koos

De bedoeling was goed

In de afgelopen week heb ik een gesprek gehad met iemand die aan het vastlopen was. Depressief en suïcidale gedachten waren hem niet vreemd. Ik was gevraagd door een van zijn familieleden om eens met hem te praten, hij stond er wel voor open dus heb ik een afspraak met hem gemaakt.

Een van de onderwerpen waar we over gesproken hebben was de betrokkenheid van zijn omgeving. We kwamen al snel tot de conclusie dat die er zeker was, er werd naar hem geluisterd, er werd geprobeerd hem hoop te geven, lichtpuntjes te laten zien en er werd gepraat. Maar wat we ook tot de ontdekking kwamen is dat ze elkaar niet begrepen. Hij gaf een paar voorbeelden van gesprekken die hij met mensen in zijn omgeving had gehad. Het getuigde inderdaad van een grote betrokkenheid, maar ook van miscommunicatie. Er werd duidelijk niet begrepen wat sommige woorden, uitspraken voor deze man betekenden, wat ze teweegbrachten.

In een van de gesprekken gaf iemand aan dat hij zich zou kunnen richten op een bepaalde richting, een doel stellen. Op zich een goed idee, maar er werden een paar volkomen verkeerde voorbeelden gebruikt. Een van de voorbeelden die gegeven werden was het zoeken naar iets wat hij leuk zou vinden. Niet door erover te denken, maar gewoon door het eens te proberen, het leverde hem misschien wel een leuke hobby op. En wie weet leidde dat wel tot vrijwilligerswerk of zelfs een betaalde functie. Op zich helemaal geen verkeerde gedachte. Werk werd een richting, maar geen doel op zich. Top. Maar het andere voorbeeld bracht hem alleen maar stress en onrust.

Er werd door iemand anders gesteld dat hij een doel moest zoeken die eigenlijk niet haalbaar was. Dan moest hij zich continu bezighouden met een bepaald iets, en dat zorgde dan voor afleiding. Deze persoon gaf (waarschijnlijk als grapje) als voorbeeld het vinden van liefde en dus ook seks. ’s Avonds ging deze man daar dus finaal door van de kaart. Want in zijn ogen werd er gezegd dat liefde en seks voor hem dus niet meer weggelegd waren, een niet haalbaar doel. En dat was voor hem onverteerbaar, er was hem in het verleden al zoveel ontzegt op dat gebied, hij had al zolang dingen gemist. In zijn jeugd van pleeggezin naar pleeggezin, daarna een aantal langdurige opnames in de GGZ, en twee relaties die stuk liepen door zijn kwetsbaarheid (waarvan de laatste nog niet zolang geleden).

Deze man heeft het geluk gehad dat hij opgevangen is door een goede vriend en door een goede behandelaar. Zij hebben het samen met hem kunnen relativeren waardoor hij weer tot rust kwam. Maar als dit niet was gebeurd had ik deze man nooit leren kennen, omdat hij eruit gestapt was. En dat door een verkeerd gevallen, maar goed bedoelde opmerking.

Moraal van dit verhaal: pas op met wat je zegt als naaste van iemand met een kwetsbaarheid, maar pas ook op als persoon met een kwetsbaarheid. Houd er rekening mee dat niet iedereen begrijpt wat woorden voor je kunnen betekenen. Vraag om bevestiging van je gedachten, je zult dan zien dat het waarschijnlijk anders bedoeld is dan dat jij het opgevat hebt. Het kan een boel ellende voorkomen.

En houd in gedachten: ze bedoelen het goed.

p.s. geplaatst met toestemming van de betreffende persoon

Leven op Hoop

De laatste week van het jaar is aangebroken en dan kan ik er niet aan ontkomen om het afgelopen jaar te overdenken. Raar genoeg begint het overdenken dan bij maandag (1e kerstdag). Normaal gesproken kan ik mijn dag wel goed doorleven, maar gisteren lukte dat op een of andere manier niet zo goed. Mijn gedachten waren wat somber en ik voelde dat ik elke keer wat verder aan het afglijden was. Normaal gesproken krijg ik dat tijdens het wandelen wel weer onder controle, maar zelfs dat lukte mij niet. Afleiding genoeg gehad ‘s middags (bezoekje aan mijn ouders met mijn kinderen), maar ook dat kon mijn gedachtegang niet omkeren. Dus maar een andere vorm van zelfhulp ingezet, schrijven. Vandaag lees ik het een keer na en besluit het weg te gooien, niet echt positief. Maar het zet mij wel aan het denken.

Het zet mij aan het denken omdat het eindigt met de vraag ‘waardoor ik er nog ben’. Vooral het gebruik van het woord waardoor zet mij aan het denken. Ik voel mij vaak nutteloos en mijn zelfbeeld is ook niet echt optimaal, dat weet ik en daar werk ik aan. Maar als ik in een depressieve stemming ben vraag ik mij meestal af ‘waarom ik er nog ben’, dit is de eerste keer dat ik mij afvraag ‘waardoor’. Als ik daar een antwoord op ga zoeken dan kom ik in eerste instantie op een praktisch gericht lijstje (familie, vrienden, werk, stichting herstelproces), praktisch omdat het tastbaar of zichtbaar is. Als ik het afgelopen jaar erbij betrek, dan zie ik dat dit niet het enige is waardoor ik er nog ben. Er zijn in het afgelopen jaar wel een aantal dingen gebeurd die dat bevestigen (wat ook weer te maken heeft met de fase van mijn herstelproces uiteraard).

Nee, ik ben er nog omdat ik hoop heb. Ik heb hoop dat het elk jaar weer beter met mij gaat, hoop dat ik elk jaar mijzelf weer een stukje beter leer kennen. Hoop dat de dromen die ik heb, uitgevoerd gaan worden, hoop dat er ook weer nieuwe dromen voor in de plek komen. Hoop dat het goed gaat met mijn familie en vrienden, hoop dat mijn dierbare vrienden dit ook blijven. Hoop dat ik mij kan blijven inzetten voor anderen, gewoon door mens te zijn.

Ook in het afgelopen jaar heb ik te maken gehad met mooie mensen, oude bekenden en nieuwe gezichten. Een jaar waarin er mooie (en nuttige) contacten zijn ontstaan en oude contacten weer nieuw leven zijn ingeblazen. Een jaar die veel ups heeft gekend, maar zeker ook behoorlijke downs. Ik ben ook dit jaar weer dankbaar voor de steun die ik heb gehad in mijn moeilijkere tijden. En dankbaar voor de ondersteuning in goede tijden. Is het een mooi jaar geweest? Nee, dat niet maar wel een goed jaar. Ik hoop dan ook dan het komende jaar minimaal net zo goed zal worden. Als ik afga op het feit dat ik een omslag heb gemaakt (niet meer waarom, maar waardoor) dan zal het ongetwijfeld goed komen.

Ik wens iedereen een fijne jaarwisseling en een jaar vol met hoop, want hoop doet leven.

Een Peer is geen Ervaringsdeskundige

Op donderdag 9 november ben ik bij het mini symposium over peersupport bij suïcidaliteit geweest. Tijdens dit symposium werden er twee onderzoeken op dat gebied toegelicht, een Amerikaans onderzoek door Paul Pfeiffer (professor in the Department of Psychiatry at the University of Michigan) en een Nederlands onderzoek door Annemiek Huisman (Post-doc onderzoeker bij de RUG en VU).

Wat voor mij duidelijk is , is dat er zowel in Amerika als in Nederland nog veel onderzoek nodig is. Ik kan natuurlijk geen uitspraken doen over het Amerikaanse onderzoek, ik ben niet bekend met de gang van zaken daar, maar uit het Nederlandse onderzoek blijkt wel dat er ook binnen de wereld van de ervaringsdeskundigen nog veel onbekendheid is omtrent dit thema. Wij zijn op dit moment blijkbaar niet in staat om elkaar op de hoogte te houden van alle activiteiten die er ondernomen worden op dit gebied. Bij mij rijst dan automatisch de vraag of dit komt door het ontbreken van een goede landelijke informatievoorziening of door het feit dat we allemaal teveel met ons eigen eilandje bezig zijn. Maar dat terzijde.

Een andere betekenis

Wat mij wel duidelijk werd is het feit dat het Amerikaanse woord Peer iets heel anders inhoudt dan het Nederlandse ervaringsdeskundige. En dat verbaasd mij enigszins. Wij hanteren het woord ervaringsdeskundige als zijnde het equivalent van Peer. Maar daar waar wij ervaringsdeskundige gebruiken om aan te geven dat er gehandeld wordt vanuit eigen (psychische) ervaring, wordt Peer gebruikt om iedereen  die op wat voor manier dan ook ondersteuning en hulp biedt aan iemand met een kwetsbaarheid aan te duiden. En dat is volgens mij een wezenlijk verschil.

Pfeiffer legt uit dat peersupport 4 basisgroepen kent. Een van de basisgroepen is de relatie (de anderen weet ik niet meer en ik heb de presentatie nog niet ontvangen). In deze basisgroep is dan weer een onderverdeling gemaakt:

  • Bron van Peerness
  • Kracht van Peerness
  • Mate van herstel
  • Opleiding of training

Deze 4 sub indelingen worden dan ook weer onderverdeeld, de bron van Peerness kent dan de volgende categorieën:

  • De maatschappij
  • De subgroep (bijv. de wijk, een sportvereniging etc)
  • Organisatie/instelling (bijv. welzijnsorganisatie, zorginstelling)
  • Zorgafnemers
  • Eigen ervaring op het gebied suïcidaliteit

Als ik deze indeling bekijk dan is ervaringsdeskundige maar een klein onderdeel van het begrip Peer zoals die in Amerika gebruikt wordt. In mijn optiek zou de beste vertaling van Peer dan ondersteuner zijn. En dat bevat veel meer dan alleen maar ervaringsdeskundigheid. Dus waarom gebruiken wij dan het woord Peer en Peersupport als wij het over ervaringsdeskundigen hebben? Als wij het woord gebruiken om in het buitenland aan te geven wat een ervaringsdeskundige is, dan dekt het woord de lading absoluut niet. Er moet dan altijd nog weer extra uitleg gegeven worden, want een Peer kan ook een buurman of buurvrouw zijn en dat zijn niet altijd ervaringsdeskundigen.

Als we het woord Peer gebruiken in de zin van ondersteuner, dan klopt de indeling zoals Pfeiffer die hanteert als een bus. Gebruiken we het als directe vertaling/aanduiding van het woord ervaringsdeskundige dan gaat de hele indeling (in mijn ogen) niet op.

Oftewel: een ervaringsdeskundige is een Peer, maar een Peer is (niet altijd) een ervaringsdeskundige.

Het andere punt dat mij opviel in het onderzoek van Pfeiffer is de mate van training/opleiding van ervaringsdeskundigen. De ervaringsdeskundigen die in het onderzoek ingezet werden kregen een training van 4 dagen en dat was het. Het is mij niet duidelijk of dit algemeen was, of dat het hier ging om ervaren ervaringsdeskundigen die een extra training kregen rondom de inzet bij suïcidaliteit. Ik hoop op het laatste.

Activiteiten zijn onzichtbaar?

Tot zover het Amerikaanse onderzoek want er was ook een Nederlands onderzoek dat toegelicht werd. Wat mij daarin het meeste opviel was de mate van ondoorzichtigheid rondom activiteiten die betrekking hebben op het thema. Er waren rake uitspraken: ‘er zijn instellingen die geen ervaringsdeskundigen in willen zetten bij dit thema’. En dat klopt als een bus. Maar er werd ook aangegeven dat er eigenlijk niet tot nauwelijks ervaringsdeskundigen waren die zich (landelijk) inzetten rond het bestrijden van stigma rond dit thema. En dat klopt dan weer niet, die zijn er zeker wel, maar blijkbaar is dit bij ervaringsdeskundigen en hulpverleners niet bekend. En dat is dan weer jammer.

Annemiek Huisman en Diana van Bergen hebben onder andere als doel om een werkgroep neer te zetten die zich met dit thema gaat bezighouden. Die zich ook na afloop van het onderzoek blijft inzetten voor de inzet van ervaringsdeskundigen bij suïcidaliteit en het bestrijden van stigma rondom dit thema. Wat mij betreft kan die werkgroep niet snel genoeg aan de slag gaan. Er is nog veel werk te verrichten.

Mijn leven is een hel op weg naar het paradijs.

In eerste instantie wilde ik als titel iets anders gebruiken; Mijn leven was, is en blijft een hel. Maar dat heeft zo’n negatieve smaak en ik wil er wel iets positiefs van maken. Terwijl positiviteit eigenlijk de veroorzaker is van mijn huidige stemming. Erg dubbel dus, maar wel de waarheid.

De positieve ontwikkelingen die ik zie, meemaak en veroorzaak, zijn voor mij soms moeilijk om mee om te gaan. Ik weet waar dit vandaan komt, een kwestie van straf en boetedoening en dus vind ik dat ik al die positiviteit niet verdien. Mijn verstand zegt dat dit flauwekul is, dat ik krijg en tegenkom wat ik verdien en dat ik daar zelf ook een rol in speel, dus wat zeur ik nou. Mijn gevoel zegt echter hele andere dingen en in de meeste gevallen heeft mijn gevoel sterk de overhand. In het verleden was het omgekeerd, mijn verstand leidde mij en mijn gevoel deed er niet toe. Sinds ik in aanraking ben gekomen met de psychiatrie heb ik dat kunnen omdraaien. Ik ben wat mijn gevoel zegt, ik ben altijd mijzelf. Alleen het in balans brengen van verstand en gevoel is voor mij niet altijd makkelijk.

Mijn verstand heeft wel een beetje gelijk. Want als ik eerlijk ben gaat het best wel goed met mij. Ik heb een leuke, betaalde baan en werk met leuke en gemotiveerde mensen, de projecten die ik vanuit de Stichting Herstelproces doe ontwikkelen zich goed en worden positief ontvangen en ook daar werk ik met leuke, inspirerende en gemotiveerde mensen. Mijn kinderen staan goed in het leven en vinden hun weg. Financieel kan ik het ook redden, af en toe met wat hulp, en dat is weleens anders geweest. En ik heb mensen om mij heen die ik zeer waardeer en respecteer, die mij hun vriendschap waard vinden. Dus wat zeur ik nou.

En toch kan ik mijn leven nog niet als positief ervaren, al zit er wel een verbetering in. Ik ben op weg en merk dat heel af en toe. Ik ben van negatief al gekomen tot neutraal, en dat is best wel een ontwikkeling. Ik moet mij zelf er af en toe nog wel op wijzen, dan benoem ik voor mijzelf de punten waar ik aan merk dat er wat aan het veranderen is. Ik heb jaren ’s nachts nachtmerries, elke nacht weer. Ik merk nu dat er ook af en toe nachten bijzitten dat ik geen nachtmerrie heb gehad en dat ik de nacht doorbreng zoals die bedoeld is, slapend. Het opstarten ’s morgens heb ik ook steeds beter onder de knie, al heb ik wel mijn “roze bril” nog nodig en mijn ochtendritueel/structuur. Maar het kost iets minder energie dan het gedaan heeft. Tegenover deze positieve ontwikkelingen staat echter een wat mindere ontwikkeling overdag. Ik heb wat vaker last van wat ik “acute” suïcidaliteit noem, ik bevind mij dan van het ene op het andere moment in een tunnel waar ik niet of bijna niet meer zelf uitkom. En dat is dan wel weer lichtelijk beangstigend. Maar ik dwing mijzelf ertoe om de gedachte vast te houden dat dit tijdelijk is en ook vanzelf minder gaat worden. Niettemin blijft de onrust bestaan.

Maar heel algemeen gezien merk ik dat ik op de goede weg ben, dat ik het pad dat ik wil volgen steeds duidelijker voor ogen heb. Het brengt mij steeds verder in de richting die ik wil, al blijft het zo nu en dan zoeken (twijfelen eigenlijk). Of ik het paradijs ooit bereik dat weet ik niet, maar dat ik vanuit de hel wel de goede afslag heb genomen is mij wel duidelijk.

Koos

Grote ogen en open mond, brede glimlach en tranen

Ik heb de nodige eigen ervaringen opgedaan op het gebied van zelfdoding, zogenaamde TS, en het hebben van suïcidale gedachten. Ik ben daar erg open over en het is voor mij een soort van missie geworden om het onderwerp bespreekbaar te maken. Ik voer dan ook regelmatig gesprekken met mensen die te maken hebben (gehad) met suïcidale gedachten, bij zichzelf of bij iemand in de omgeving. Deze gesprekken voer ik vanuit mijn werk (GGz Centraal) maar ook vanuit de Stichting Herstelproces (www.herstelproces.nl). Er wordt weleens aan mij gevraagd hoe die gesprekken verlopen en wat het met mijzelf doet, ik hoop daar met dit artikel wat duidelijkheid in te geven.

Ten eerste waak ik ervoor dat ik te koop loop met mijn eigen ervaringen, het gaat niet om mij maar om diegene met wie ik in gesprek ben. Het gesprek start, na een korte kennismaking, voor mij altijd met de vraag of mijn gesprekspartner wat wil vertellen over zijn of haar gedachten of dat ze willen beginnen met vragen aan mij te stellen. De regie ligt altijd bij mijn gesprekspartner. Ik geef wel altijd aan dat ik in principe niks doorgeef (alleen algemeen) maar dat ik als ik denk dat het nodig is wel aangeef dat mijn gesprekspartner dit ook moet doorgeven aan zijn of haar hulpverlener (eventueel doe ik dat). En uiteraard in crisissituaties neem ik de nodige stappen.

In de meeste gevallen begint het met het vragenstellen. Ik vertel dan over het gevoel dat ik ervaar als ik suïcidaal ben, hoe ik omga met de gedachten die vrij constant aanwezig zijn, maar nooit over de manier. De reacties die ik tijdens mijn verhaal zie zijn vaak hetzelfde; mensen krijgen grote ogen, soms valt hun mond open en hun blik veranderd. Het is een blik van opluchting, herkenning en verbazing. Op dat moment valt de drempel weg en beginnen ze te vertellen. Dan begint het gesprek, en hoe diep dat gaat is afhankelijk van de situatie en de wens van mijn gesprekspartner. En wat nooit gebeurd is dat het alleen maar over suïcide gaat. Er komen ook andere onderwerpen aan bod en als het even kan komt ook humor om de hoek kijken.

Soms gebeuren er ook andere dingen. Dan heb ik een gesprekspartner die tijdens mijn verhaal begint te grijnzen wat over gaat in een brede glimlach. De reactie die er dan komt is die van blijdschap, dat het ze goed doet dat er iemand is die hetzelfde meemaakt. Dat er gewoon over gepraat kan worden, zonder dat er direct allerlei alarmbellen gaan rinkelen. Dat ze met iemand kunnen praten die echt begrijpt wat ze doormaken, wat de gedachten doen en waarom dit zo’n impact heeft. En hoe zwaar het onderwerp ook is, zijn dit eigenlijk vrolijke gesprekken.

Ik had laatst een gesprek met iemand, onbekende voor mij, die aan het eind van haar latijn was. Absoluut niet meer wist waar ze terecht kon en hoe ze dat moest aanpakken. Ik heb haar verhaal aangehoord en vragen gesteld. Ze werd ineens, vanuit het niets, emotioneel en begon te huilen. Op deze manier had ik het nog nooit meegemaakt, maar voor alles is een eerste keer. Ik vroeg haar waar die emotie ineens vandaan kwam en van haar antwoord kreeg ik kippenvel. Ze vertelde dat dit de eerste keer was dat ze het gevoel had dat er iemand echt naar haar luisterde en dat dit zo’n verschrikkelijk goed gevoel was dat ze haar masker niet meer kon vasthouden. Ik vind dit verschrikkelijk, ik had net gehoord hoeveel hulpverleners zij al had gesproken, en het feit dat ze zich nooit gehoord voelde, dat dit de eerste keer was zorgde bij mij voor kippenvel. Wat heb ik toch een mooi beroep.

Ik vraag mijn gesprekspartners ook altijd om zichzelf in te schalen, 0=geen gedachten 10=actief bezig. Het valt mij dan altijd op dat ze zichzelf meestal inschalen zoals ik hen ook inschaal. In de loop van de gesprekken die ik voer zie ik ook dat de inschaling langzaam naar beneden zakt. Zeker niet alleen door de gesprekken die ik met ze voer, maar ook door de openheid die zij steeds meer tonen bij de hulpverleners. Ze maken het op alle fronten meer bespreekbaar, en dat zorgt voor de verlaging.

En wat doet het met mij?

Wat het met mij doet is zeer wisselend. Soms word ik geraakt door de plotselinge omslag in emotiebeleving, maar dat zou iedereen hebben lijkt mij. Meestal geeft het mij voldoening. Het geeft mijn leven zin, betekenis. Wat is er nou mooier dan het inzetten van je eigen kwetsbaarheid om daar anderen mee te kunnen ondersteunen. Voor mij niks, dit is waar het omgaat bij ervaringsdeskundigheid wat mij betreft. Daarom is het voor mij ook belangrijk dat ik deze contacten heb ook al horen ze niet in mijn functieomschrijving (regiocoördinator herstel en herstelactiviteiten). Ze motiveren mij om het andere aspect van mijn werk zo goed mogelijk uit te voeren.

Het praten over, bezig zijn met, suïcidaliteit is ook voor mijn eigen belevingen goed. Het geeft mij ruimte in mijn hoofd om ook met andere zaken bezig te zijn. Het heeft dan ook geen negatieve invloed op mijn eigen suïcidaliteit. Die wordt door hele andere zaken geprikkeld en zijn op dit moment niet meer te voorspellen.

Ik word wel altijd emotioneel als ik weer hoor dat er iemand uit het leven gestapt is. En dan maakt het niet uit waar of wie, want iedere zelfdoding is er een teveel. Het feit dat deze actie altijd iets is wat iemand alleen moet doorstaan vind ik verschrikkelijk, en dat maakt mij emotioneel. De eenzaamheid die je voelt als je op het punt staat om uit het leven te stappen. Die eenzaamheid is zo groot en zo pijnlijk dat het je gedachte alleen maar kan bekrachtigen. Probeer dan maar eens, in je eentje, uit die koker te komen.

In de documentaire ‘een onvergetelijk afscheid’ zegt een van de mensen “dat zij het alleen heeft moeten doen is veel pijnlijker dan mijn eigen pijn”. Iemand die beseft hoe erg het is om daar alleen voor te staan. De documentaire vind ik überhaupt erg mooi. De uitspraken die de mensen doen zijn veelzeggend en vanuit het hart. En het gaat niet alleen om de personen die suïcide hebben gepleegd, er komen ook nabestaanden en naasten aan het woord. De documentaire is wat mij betreft zeker de moeite van het kijken waard.

De kritische noot.

Natuurlijk is er ook een kritische noot. Als ik kijk naar mijn ervaringen met deze gesprekken, waarvan ik weet dat er meer ervaringsdeskundigen dat doen en hetzelfde ervaren als mij, dan snap ik niet dat er vaak voor gekozen wordt om geen ervaringsdeskundigen in te zetten op het moment dat er iemand met suïcidale gedachten te maken krijgt of heeft. Niet dat elke ervaringsdeskundige dit soort gesprekken aankan, er moet zeker gekeken worden of de betreffende ervaringsdeskundige dit kan en wil (in onderling overleg), maar het op voorhand uitsluiten van de inzet vind ik erg triest. Volgens mij komt dit voort uit angst. Zou de ervaringsdeskundige dit niet erger maken? Zou de ervaringsdeskundige hier zelf niet een terugval krijgen (want we moeten ze niet te veel belasten want ze zijn wel kwetsbaar en ex-cliënt). Als dit de vragen zijn waarmee men kampt, dan denk ik dat de betreffende personen nog niet goed beseffen wat een ervaringsdeskundige is. En dat is jammer, hierdoor ontstaan veel gemiste kansen, gemiste kansen die invloed hebben op het herstel van de cliënt.

Koos

 

Falen in je gelukkig voelen

Falen in je gelukkig voelen. Dat is iets wat erg gemakkelijk tot stand komt. Het falen in je gelukkig voelen heeft te maken met je persoonlijke invulling van de betekenis van gelukkig zijn. Want wanneer ben je gelukkig? Hoe voelt het om gelukkig te zijn? Vragen die voor iedereen anders te beantwoorden zijn. De een voelt zich gelukkig als het financieel goed gaat, de ander voelt zich juist ongelukkig door het “rijk” zijn. En dan nog de vraag of het je niet ongelukkig voelen meteen wil zeggen dat je gelukkig bent.

Je gelukkig voelen valt onder de positieve gevoelens die je kunt hebben. Nou heb ik daar persoonlijk wat moeite mee. Ik voel veel, emoties steken regelmatig de kop op en ik pik best wel veel op in mijn omgeving. Een gedeelte van deze gevoelens kan ik koppelen aan een emotie, vooral die gericht zijn op “negatieve” emoties. De gevoelens van pijn, verdriet, schuld, eenzaamheid kan ik herkennen, maar gevoelens gericht op positieve emoties zijn voor mij nog wel een issue. Het gevoel van gelukkig zijn hoort in dat rijtje thuis en dus best wel ingewikkeld voor mij.

Als je gaat zoeken naar een definitie van je gelukkig voelen kom je eigenlijk alleen maar tips en trucs tegen die je vertellen hoe je dat kunt worden. Maar niet hoe dat voelt. Volgens de laatste wetenschappelijke inzichten is gelukkig zijn een combinatie van genieten en streven.

Genieten is het hebben van prettige en positieve emoties. Bijvoorbeeld door een dagje naar de Sauna te gaan, door te spelen met je kinderen of een lekker wijntje te drinken. Als je van jezelf weet wat je prettig vindt en daar ook regelmatig van kunt genieten, zul je je een stuk gelukkiger voelen.

Streven is het bezig zijn met iets dat jij zinvol vindt. Als het leven alleen maar uit pleziertjes bestaat, gaat het snel vervelen. Zelfs de heerlijkste wijn gaat snel vervelen als je er elke dag een fles van drinkt. Het is daarom belangrijk om het evenwicht te vinden tussen streven en genieten. Op die manier kun je terugkijken op je leven met het gevoel dat het er toe gedaan heeft.
Bron: www.ivpp.nl/gelukkig-zijn

Heel mooi dat dit zo omschreven kan worden, wat gelukkig zijn is, maar hoe voelt het om gelukkig te zijn. Er is geen artikel te vinden dat duidelijk weergeeft welke gevoelens je hebt op het moment dat je gelukkig bent. Dus voor iemand die dit niet kan herkennen zijn er geen duidelijke handvatten te vinden.

In de diverse teksten komt wel naar voren dat het te maken heeft met de situatie waarin je je bevindt en gebonden is aan de diverse levensgebieden. Je kunt dus gelukkig zijn op een bepaald gebied, bijvoorbeeld in je relatie, terwijl je op een ander gebied (bijvoorbeeld werk) totaal ongelukkig bent. Maar wil dit dan zeggen dat je gelukkig bent? En hoe voelt dat dan?

Als ik ga nadenken over het (on)gelukkig voelen dan roept het meer vragen op dan antwoorden. Dus ik laat het gelukkig voelen voorlopig maar even in de kast liggen. Ik kom het vanzelf wel weer een keer tegen denk ik, dan zal ik dan wel weer eens verder kijken. Voorlopig houd ik het er wel gewoon op dat het wel goed gaat.

Koos