Tagarchief: blog

Geloof, seks en herstel

De woorden in de titel hebben meer met elkaar te maken dan je zo in eerste instantie zou denken. Dat ze met elkaar te maken hebben (of kunnen hebben) daar kan denk ik iedereen zich wel wat bij voorstellen, maar een van de grote gemene delers in deze woorden is taboe.

Taboe, want ondanks het feit dat geloof, seks en herstel voor iedereen belangrijk zijn, wordt er veelal niet over gesproken in de hulpverlening en al helemaal niet in de maatschappij. Schaamte is hier volgens mij de grote boosdoener in. Want wat zullen de mensen wel niet denken als je open praat over hoe belangrijk het geloof, het hebben van seks of werken aan je herstel voor je is. Stigmatisering staat om de hoek te wachten tot hij toe kan slaan.

En dat is jammer. Je hoeft je er niet voor te schamen. Hiermee wil ik niet zeggen dat je te pas en te onpas moet gaan rond schreeuwen dat je gelooft, dat je seks belangrijk vindt of dat je bezig bent met je herstel. Maar je hoeft het ook niet uit de weg te gaan als het ter sprake komt. Ik vind het zelfs best wel belangrijk om deze onderwerpen te bespreken met je behandelaar of begeleider en je naasten. Waarom? Gewoon omdat het voor jou belangrijke thema’s zijn in je leven. Omdat ze invloed hebben op je leven, dus ook belangrijk zijn als je bezig bent met je herstel.

Ik kan mij zo voorstellen dat het best wel “aparte” situaties met zich mee kan brengen. Als je behandelaar in het gesprek vraagt naar hoe belangrijk seks voor je is en hoe het met je seksleven staat, zullen de meeste mensen zich best wel even ongemakkelijk voelen, net als de behandelaar zelf lijkt mij. Als dit onderwerp ter sprake komt in een gesprek dat ik voer (als ervaringsdeskundige en als cliënt) moet ik ook altijd even slikken, maar ik ga het niet uit de weg. Ik bedenk mij net dat het misschien nog wel gemakkelijker is om dit met een behandelaar te bespreken dan met je partner of iemand anders in je directe omgeving. Een behandelaar staat nou eenmaal wat verder van je af dan je partner (lijkt mij).

Zo zit het ook met het thema geloof. Al is dit thema al voor de meeste mensen makkelijker om over te praten als over seks. Begrijpelijk, maar zou niet zo moeten zijn. Geloven is voor iedereen belangrijk, zonder geloof vaart niemand wel. Iedereen gelooft wel ergens in, maar het spirituele geloven (in God, Allah of het universum) wordt toch anders bekeken. Als in een gesprek, zakelijk of privé, het onderwerp op een of andere manier naar voren komt, kan het gebeuren dat mensen je even “raar” aankijken als je aangeeft naar de kerk te gaan en te geloven in God. Er wordt overheen gepraat of er worden vragen gesteld om te kunnen bepalen hoe “zweverig” je daarin bent. Volgens mij speelt daar een stukje angst mee. Bang dat je gaat proberen om mensen te bekeren, en dat wil men niet, dat voelt als opdringen dus als bedreiging. Ik geloof ook, maar ik ga niemand proberen te overtuigen van mijn manier van geloven. Maar ik ga gesprekken hierover niet uit de weg, integendeel, ik ervaar ze meestal als prettig. Ik leer hiervan, elke keer weer.

En dan hebben we nog praten over je herstel. In de geestelijke gezondheidszorg gaat dit steeds beter, het is nog lang niet optimaal, maar de ontwikkelingen zijn erg positief. In de maatschappij wordt dit heel anders bekeken. Als je het daar hebt over je herstel, waar je staat in je herstelproces, stoppen de mensen je direct in een hokje. “Oei, herstelproces? Psychische aandoening? Die is “gek” dus oppassen geblazen!”. En dat is zo jammer. Hoe fijn zou het zijn dat je er gewoon over kunt praten zonder dat er een afstand ontstaat. Dat je aan kunt geven wat voor jou helpend is in je herstel, dat dit gewoon geaccepteerd zou worden en dat ze je misschien juist heel erg goed kunnen helpen. Gewoon door te accepteren wie jij bent, een mens met eigen behoeften en wensen. Net zoals iedereen in de maatschappij. Alleen dat zou al helpen om je te ontwikkelen in je proces, want als de maatschappij je accepteert dan kun je ook jezelf makkelijker accepteren. Het zou erg helpend zijn in de bevestiging van je eigenwaarde, dat je het waard bent om deel uit te maken van de maatschappij, dat je niet anders bent dan anderen (misschien een beetje eigenaardig, maar wie is dat niet), dat je gewoon een mens bent.

Want dat is uiteindelijk wel waar het omgaat, mens zijn.

Ik ben mens, met wat “aparte” kenmerken en soms “apart” gedrag, maar ik ben vooral mens!

En jij? Ben jij mens? Of liever, voel jij je mens?

Koos

Lotgenotencontact, een oerinstinct?

Soms heb je van die momenten waarin je in een soort van filosofische stemming komt. Ik wel in ieder geval. Gisteravond was zo’n moment. ’s Avonds keek ik naar de sterren, het was een erg heldere sterrenhemel na een mooie zomerse dag. Mijn partner vroeg zich af wat de oermensen dachten als ze naar de sterren keken. Als zij geleefd had in die tijd, wat gelukkig niet zo is, had zij zich afgevraagd wat dat nou voor dingen waren, die lichtjes in de lucht. Mijn reactie was dat de meeste oermensen op dat moment alleen maar dachten “ik heb gegeten, gelukkig, waar zou ik morgen op jagen”. Als zij dan zou vertellen dat zij andere vragen had, zouden ze haar waarschijnlijk voor gek verklaren. Waarop zij reageerde dat zij dan op zoek zou gaan naar mensen die zich hetzelfde afvroegen als zij. Hé, dat klinkt bekend, dat is het zoeken van gelijkgestemden, lotgenoten dus.

Het zoeken naar gelijkgestemden is natuurlijk een rode draad in de menselijke ontwikkeling. Wij, de mensen, zijn altijd opzoek naar mensen die ons kunnen versterken. Mensen die dezelfde gedachten hebben of hetzelfde doel nastreven. Dat begon al in de oertijd, als je je niet gedroeg zoals de stam wilde werd je verstoten, want je streefde niet hetzelfde na. Als verstoteling ging je dan op pad om ergens anders aansluiting te vinden (of dat lukt en je de zoektocht overleefde in je eentje is dan weer wat anders, maar het gaat om het idee). Ook later in de geschiedenis zie je dit fenomeen, al of niet gebaseerd op gedachten, doelen of praktische redenen. In de loop der tijd gingen de mensen zich verenigen in bijvoorbeeld gildes, gebaseerd op werk, of sloten zich aan bij geloofsovertuigingen (ook een soort van lotgenotencontact).

We gingen onszelf in hokjes plaatsen, we wilden graag ergens bij horen om onszelf waarde toe te dichten. We gingen ook over op het in hokjes plaatsen van anderen, mensen die niet het “recht” hadden om deel uit te maken van de maatschappij. Geesteszieken, melaatsen en mensen met andere afwijkingen werden verstoten en, in veel gevallen, bij elkaar gezet (alle melaatsen bij elkaar, dan hebben we ze onder controle – of zoiets). En voilà, stigma was aanwezig.

Volgens mij begint daar ook onze moderne vorm van lotgenotencontact. Mensen voelden zich niet veilig, zochten elkaar op (stiekem) om herkenning en begrip te vinden. Mensen die in hokjes zaten die maatschappelijk geaccepteerd waren (vakvereniging, sportvereniging, kerken etc.) gaven een soort van positief waardeoordeel af. De mensen die in de hokjes zaten die maatschappelijk niet geaccepteerd werden kregen een negatief waardeoordeel toegewezen. Zij hoorden er niet bij, ze voldeden niet aan de maatschappelijke waarden. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, er zijn in het verleden mensen geweest die toen vreemd, maar ergens geniaal werden gevonden (geleerden, kunstenaars etc). Van hun werd, om een of andere reden geaccepteerd dat zij anders waren. Het omgaan met deze vreemde snuiters gaf dan juist een soort van waardestijging. Deze mensen hadden in de huidige maatschappij waarschijnlijk een diagnose gekregen met een of andere psychische aandoening (minimaal psychotisch denk ik).

In de loop van de tijd zijn de mensen in de negatieve hokjes zelf gaan geloven dat zij er niet bij hoorden, dat zij niet het recht hadden om deel uit te maken van de maatschappij. Zij waren niks waard en hadden niks in te brengen. Totdat de opstand kwam.

De opstand is het moment waarop er mensen die deel uitmaakten van een negatief hokje, ergens de ingeving kregen dat zij ook gewoon mensen waren. Dat ook zij recht hadden om erbij te horen en hun eigen beslissingen te maken. Dat zij, ook al zeten ze in een hokje, dit niet wilde zeggen dat dit negatief was. Behalve in het hokje “psychisch gestoord” hoorden zij ook in het hokje “mens” en het hokje “waardevol”. Deze mensen kwamen in verzet, kwamen op voor hun rechten als mens, voor een menswaardige behandeling, voor hun mens zijn. Dat is een hele strijd geweest, en die is nog niet afgelopen. Er is nog veel te verbeteren.

Het lotgenotencontact zoals die nu bestaat, heeft dezelfde gedachte als die in de geschiedenis. Ergens bij horen, herkenning en begrip vinden en het ontwikkelen/versterken van eigenwaarde, menswaarde. Eigenlijk is het lotgenotencontact dus een oerinstinct, en oerinstincten zorgen ervoor dat we kunnen overleven in de maatschappij. Een instinct dat ervoor zorgt dat we onszelf ontwikkelen zodat we niet alleen kunnen overleven in de maatschappij, maar ook kunnen leven in de maatschappij. Mogen leven in de maatschappij.

Bestaansrecht en geluksmomenten

Ik heb de laatste tijd veel gesprekken gevoerd over bestaansrecht. Het houdt mij erg bezig en dankzij de gesprekken voel ik dat ik mij hierin aan het ontwikkelen ben. Het voelen dat ik eigenlijk geen recht hebt om te bestaan (voortkomend uit een schuldgevoel) begint zich heel langzaam om te buigen, te veranderen. Mijn gevoel dat ik bestaansrecht heb wordt steeds iets sterker en ik ben dan ook hard hiermee aan het werk. Dus ga ik analyseren, een slechte gewoonte van mij, maar voor mij een vorm van zelfreflectie. Wat maakt nou dat dit gevoel bij mij aan het veranderen is.

Een groot gedeelte van deze verandering (misschien wel geheel) is het gevoel dat iemand je kan geven dat je iets waard bent. Daarbij is het voor mij dan blijkbaar erg belangrijk wie het zegt en laat blijken. Er zijn genoeg mensen die mij ervan proberen te overtuigen dat ik het waard ben om te leven, en ik geloof hun ook, maar meer vanuit mijn verstand. Vanuit mijn gevoel blijft dit erg moeilijk, het besef druppelt maar langzaam binnen. Nu ben ik iemand tegengekomen die in staat is geweest om de druppels om te zetten in een straaltje. Ik vind die betreffende persoon erg bijzonder en speciaal, maar ik had niet verwacht dat dit mijn gevoel omtrent bestaansrecht zo zou beïnvloeden. Hoe verwonderlijk werkt mijn brein.

Het vreemde hieraan is, voor mij dan, dat dit meteen ook een kentering heeft gebracht in mijn zoektocht naar welke gevoelens erbij welke emotie horen. Op een of andere manier vind ik dat niet zo belangrijk meer om te weten. Ik ben mij, vanuit dezelfde gesprekken, erg bewust geworden van het feit dat het gaat om het gevoel te durven accepteren en niet om het bepalen bij welke emotie dit gevoel nu hoort.

Ik heb gisteren (Goede Vrijdag) een geweldige dag gehad en durf nu zelfs te zeggen dat ik ervan heb genoten. En wat het nog meer bijzonder maakt is het feit dat ik er, als ik eraan terugdenk, nog steeds van kan genieten. En die bewustwording voelt super! Dit is nieuw, dit ken ik niet. Meestal ga ik ervan uit dat er wel weer iets negatiefs zal gaan gebeuren als tegenpool van een positieve ervaring. Dus durf ik er niet van te genieten. Nu durf ik dat gewoon! En ik durf het ook gewoon hardop te zeggen. Een giga stap in mijn persoonlijke ontwikkeling. En dus in mijn gevoel rondom mijn bestaansrecht. Ik merk dat de ontkenning van mijn bestaansrecht zich aan het omzetten is naar het twijfelen aan mijn bestaansrecht. Ik ben er dus nog niet, maar wel erg goed op weg (al zeg ik het zelf).

En dat brengt mij meteen naar geluksmomenten. Ik heb al eens beschreven dat ik niet weet hoe dat voelt, wat dat is dat ‘gelukkig’ zijn. In mijn zoektocht, door middel van analyse, wilde ik denk ik te graag weten wat het is om gelukkig te zijn, welke emotie hoort daarbij en vooral welk gevoel. Hoewel ik altijd tegen iedereen vertel dat je niet te hard naar iets moet zoeken omdat je het dan moeilijk kunt vinden, ben ik zelf net zo hard teveel op zoek gegaan. Ik ben daarbij voorbij gegaan aan het feit dat je het niet moet zoeken, niet moet willen verklaren, maar moet ervaren en accepteren. Bij het overlijden van mijn vader had ik het eerste besef van een geluksmoment. Toen ik zag dat zijn geest overging, in vrede en harmonie, en wat dat voor hem betekende, was dat voor mij een geluksmoment. Ik ben mij nu bewust dat ik gisteren een paar van die momenten heb gehad. Gewoon op een terras, winderig weer maar met af en toe zonnetje, glaasje wijn en prettig gezelschap. Ik genoot en voelde mij op dat moment helemaal goed en prettig, een geluksmoment denk ik dan.

Ik merk nu ook hoe fijn het is om dit gewoon te laten zijn, zonder het dood te willen analyseren. Mijn psycholoog en een spirituele coach waarschuwden mij laatst dat ik moest oppassen omdat ik mij aan het dood analyseren was. Dat was de eerste aanzet, alhoewel ik niet begreep wat ze duidelijk wilden maken. Door de gesprekken over bestaansrecht ben ik gaan begrijpen waarvoor ze mij wilden waarschuwen. Door deze bewustwording ben ik weer een stukje verder in mijn herstel. En ik ben er nog blij mee ook!

Koos

Bestaansrecht en voelen dat je leeft

Ik vind kennis van het herstelproces belangrijk voor mensen die in herstel zijn. Wat ik tot de ontdekking ben gekomen is het feit dat het afhankelijk is van je interpretatie van de fasen of het voor iemand ook wat kan betekenen. Als je twijfelt aan je eigen bestaansrecht, in welke fase zit je dan? Om maar even een voorbeeld te benoemen. Zit je dan in de eerste fase, die van overweldiging, of is de tweede fase, de worsteling, dan meer passend.

Zoals iemand zei: “als je vindt dat je geen bestaansrecht hebt, ben je dus eigenlijk niks. Als je niks bent, waarvan moet je dan herstellen?”. Met andere woorden, je zit dan nog in de fase van overweldiging. Mijn interpretatie zet hetzelfde in fase twee, want ik “weet” dat er iets niet klopt (iets met eigenwaarde, zelfbeeld) en ben nu aan het worstelen met de wetenschap dat ik er ben, maar daar eigenlijk het recht niet op heb (mijn beleving). Ik ben dus op een zoektocht naar manieren om dit feit te accepteren en er vervolgens wat aan te gaan doen.

Het hebben van bestaansrecht, het voelen dat je het waard bent om op deze aarde rond te lopen, heeft volgens mij ook te maken met het voelen dat je leeft. Want kun je voelen dat je leeft als je van mening bent dat je geen bestaansrecht hebt? En wat is dan voelen dat je leeft, en wat voor gevolgen heeft dat. Ik ervaar soms dat ik leef, maar dat is geen positief gevoel. De pijn, de teleurstelling (of de angst daarvoor) laat mij ervaren dat ik leef, maar versterkt dan ook mijn gevoel dat ik dat dus liever niet wil ervaren. Het versterkt mijn gevoel dat ik niet het recht heb om te bestaan. Ik weet wel waar dat gevoel vandaan komt en ergens zegt mijn verstand ook dat dit niet (meer) terecht is. Dat het nu zo langzamerhand wel genoeg is geweest, dat ik mijzelf voldoende straf gegeven heb. Maar mijn gevoel is het daar nog niet echt mee eens.

Voel ik dan alleen dat ik leef vanuit negatieve ervaringen? Nee, dat ook weer niet. Sinds kort ben ik tot het besef gekomen dat ik ook het gevoel heb dat ik leef als ik mooie en fijne persoonlijke gesprekken heb. Gesprekken die mij aan het denken zetten over het zijn, de essentie van het leven en wat dat voor mij inhoudt. Vragen als “wat heb jij nodig om te voelen dat jij leeft” zijn daarin voor mij erg cruciaal. Het triggert mij, daagt mij uit om buiten mijn comfort zone te denken. Gisteren werd ik mij, tijdens zo’n gesprek, bewust van het feit dat ik heel goed ‘out of the box’ kan denken, maar dat dit iets anders is dan buiten je comfort zone denken. Mijn comfort zone is voor mij veiligheid maar tegelijkertijd een belemmering. Een belemmering in het nastreven van mijn droom, en die droom is weer essentieel voor mijn bestaansrecht (ik kan door de droom voor mijzelf mijn bestaansrecht rechtvaardigen o.i.d.). Wil ik werken aan mijn bestaansrecht, moet ik de belemmeringen wegvagen en mijn droom nastreven. Dus mij buiten mijn comfort zone begeven. Mijn ‘veiligheid’ opgeven en gaan voor het avontuur.

Ik stel mijzelf dan de vraag of het hebben van onveiligheid voor mij dan het gevoel oplevert dat ik leef. Heb ik het avontuur nodig om voor mijzelf te rechtvaardigen dat ik leef en daar ook ‘gewoon’ recht op heb. Dus bestaansrecht heb? Het doet mij een beetje denken aan het kinderboekje over Rupsje Nooitgenoeg.  Deze bleef maar doorgaan (in dit geval met eten) totdat hij uiteindelijk de transformatie kon maken tot een mooie vlinder. Ik blijf, of liever gezegd moet blijven, doorgaan totdat ik eindelijk de transformatie kan doormaken. De tansformatie houdt voor mij dan in dat ik mijzelf bestaansrecht gun en een leven kan leiden in plaats van een leven lijden.

Wil het voelen dat ik het recht niet hebt om te bestaan dan ook zeggen dat ik niet wil leven? Nee, ik wil niet dood, maar ik hoef ook niet te leven. Dat is al wel een positieve ontwikkeling in mijn gedachten, eerder wilde ik gewoon niet leven. Ik accepteer het leven als iets dat nou eenmaal zo is. Dit is ook gebaseerd op het feit dat mijn pogingen om eruit te stappen (bewust en onbewust) tot nu toe altijd verhinderd zijn. Ik ga er, voor mijn gemak, dan maar vanuit dat ik nog iets moet doen op deze aarde voordat ik weg mag. Wil dit zeggen dat ik geen suïcidale gedachten meer heb, nee, deze blijven gewoon aanwezig. Ik heb ze geaccepteerd, het hoort (voorlopig) gewoon bij mij. Doe ik pogingen? Nee, in ieder geval niet bewust. Het overvalt mij soms, vanuit het niets, maar dat is hooguit 2 of 3 keer per jaar. En aangezien ik mij daar toch niet op voor kan bereiden laat ik het maar met rust.

Om het weer even terug te brengen naar het herstelproces. Gesprekken zoals gisteren brengen mij een stukje wijsheid en inzicht. Ik besef nu dat ik wat betreft het stukje bestaansrecht nog niet zover ben als dat ik dacht. Dat ik, wat dat ene stukje betreft, nog gewoon in fase twee zit. Ik ben dan wel aan het worstelen, maar ik kom zeker boven. Luctor et Emergo.

Koos

De bedoeling was goed

In de afgelopen week heb ik een gesprek gehad met iemand die aan het vastlopen was. Depressief en suïcidale gedachten waren hem niet vreemd. Ik was gevraagd door een van zijn familieleden om eens met hem te praten, hij stond er wel voor open dus heb ik een afspraak met hem gemaakt.

Een van de onderwerpen waar we over gesproken hebben was de betrokkenheid van zijn omgeving. We kwamen al snel tot de conclusie dat die er zeker was, er werd naar hem geluisterd, er werd geprobeerd hem hoop te geven, lichtpuntjes te laten zien en er werd gepraat. Maar wat we ook tot de ontdekking kwamen is dat ze elkaar niet begrepen. Hij gaf een paar voorbeelden van gesprekken die hij met mensen in zijn omgeving had gehad. Het getuigde inderdaad van een grote betrokkenheid, maar ook van miscommunicatie. Er werd duidelijk niet begrepen wat sommige woorden, uitspraken voor deze man betekenden, wat ze teweegbrachten.

In een van de gesprekken gaf iemand aan dat hij zich zou kunnen richten op een bepaalde richting, een doel stellen. Op zich een goed idee, maar er werden een paar volkomen verkeerde voorbeelden gebruikt. Een van de voorbeelden die gegeven werden was het zoeken naar iets wat hij leuk zou vinden. Niet door erover te denken, maar gewoon door het eens te proberen, het leverde hem misschien wel een leuke hobby op. En wie weet leidde dat wel tot vrijwilligerswerk of zelfs een betaalde functie. Op zich helemaal geen verkeerde gedachte. Werk werd een richting, maar geen doel op zich. Top. Maar het andere voorbeeld bracht hem alleen maar stress en onrust.

Er werd door iemand anders gesteld dat hij een doel moest zoeken die eigenlijk niet haalbaar was. Dan moest hij zich continu bezighouden met een bepaald iets, en dat zorgde dan voor afleiding. Deze persoon gaf (waarschijnlijk als grapje) als voorbeeld het vinden van liefde en dus ook seks. ’s Avonds ging deze man daar dus finaal door van de kaart. Want in zijn ogen werd er gezegd dat liefde en seks voor hem dus niet meer weggelegd waren, een niet haalbaar doel. En dat was voor hem onverteerbaar, er was hem in het verleden al zoveel ontzegt op dat gebied, hij had al zolang dingen gemist. In zijn jeugd van pleeggezin naar pleeggezin, daarna een aantal langdurige opnames in de GGZ, en twee relaties die stuk liepen door zijn kwetsbaarheid (waarvan de laatste nog niet zolang geleden).

Deze man heeft het geluk gehad dat hij opgevangen is door een goede vriend en door een goede behandelaar. Zij hebben het samen met hem kunnen relativeren waardoor hij weer tot rust kwam. Maar als dit niet was gebeurd had ik deze man nooit leren kennen, omdat hij eruit gestapt was. En dat door een verkeerd gevallen, maar goed bedoelde opmerking.

Moraal van dit verhaal: pas op met wat je zegt als naaste van iemand met een kwetsbaarheid, maar pas ook op als persoon met een kwetsbaarheid. Houd er rekening mee dat niet iedereen begrijpt wat woorden voor je kunnen betekenen. Vraag om bevestiging van je gedachten, je zult dan zien dat het waarschijnlijk anders bedoeld is dan dat jij het opgevat hebt. Het kan een boel ellende voorkomen.

En houd in gedachten: ze bedoelen het goed.

p.s. geplaatst met toestemming van de betreffende persoon

Leven op Hoop

De laatste week van het jaar is aangebroken en dan kan ik er niet aan ontkomen om het afgelopen jaar te overdenken. Raar genoeg begint het overdenken dan bij maandag (1e kerstdag). Normaal gesproken kan ik mijn dag wel goed doorleven, maar gisteren lukte dat op een of andere manier niet zo goed. Mijn gedachten waren wat somber en ik voelde dat ik elke keer wat verder aan het afglijden was. Normaal gesproken krijg ik dat tijdens het wandelen wel weer onder controle, maar zelfs dat lukte mij niet. Afleiding genoeg gehad ‘s middags (bezoekje aan mijn ouders met mijn kinderen), maar ook dat kon mijn gedachtegang niet omkeren. Dus maar een andere vorm van zelfhulp ingezet, schrijven. Vandaag lees ik het een keer na en besluit het weg te gooien, niet echt positief. Maar het zet mij wel aan het denken.

Het zet mij aan het denken omdat het eindigt met de vraag ‘waardoor ik er nog ben’. Vooral het gebruik van het woord waardoor zet mij aan het denken. Ik voel mij vaak nutteloos en mijn zelfbeeld is ook niet echt optimaal, dat weet ik en daar werk ik aan. Maar als ik in een depressieve stemming ben vraag ik mij meestal af ‘waarom ik er nog ben’, dit is de eerste keer dat ik mij afvraag ‘waardoor’. Als ik daar een antwoord op ga zoeken dan kom ik in eerste instantie op een praktisch gericht lijstje (familie, vrienden, werk, stichting herstelproces), praktisch omdat het tastbaar of zichtbaar is. Als ik het afgelopen jaar erbij betrek, dan zie ik dat dit niet het enige is waardoor ik er nog ben. Er zijn in het afgelopen jaar wel een aantal dingen gebeurd die dat bevestigen (wat ook weer te maken heeft met de fase van mijn herstelproces uiteraard).

Nee, ik ben er nog omdat ik hoop heb. Ik heb hoop dat het elk jaar weer beter met mij gaat, hoop dat ik elk jaar mijzelf weer een stukje beter leer kennen. Hoop dat de dromen die ik heb, uitgevoerd gaan worden, hoop dat er ook weer nieuwe dromen voor in de plek komen. Hoop dat het goed gaat met mijn familie en vrienden, hoop dat mijn dierbare vrienden dit ook blijven. Hoop dat ik mij kan blijven inzetten voor anderen, gewoon door mens te zijn.

Ook in het afgelopen jaar heb ik te maken gehad met mooie mensen, oude bekenden en nieuwe gezichten. Een jaar waarin er mooie (en nuttige) contacten zijn ontstaan en oude contacten weer nieuw leven zijn ingeblazen. Een jaar die veel ups heeft gekend, maar zeker ook behoorlijke downs. Ik ben ook dit jaar weer dankbaar voor de steun die ik heb gehad in mijn moeilijkere tijden. En dankbaar voor de ondersteuning in goede tijden. Is het een mooi jaar geweest? Nee, dat niet maar wel een goed jaar. Ik hoop dan ook dan het komende jaar minimaal net zo goed zal worden. Als ik afga op het feit dat ik een omslag heb gemaakt (niet meer waarom, maar waardoor) dan zal het ongetwijfeld goed komen.

Ik wens iedereen een fijne jaarwisseling en een jaar vol met hoop, want hoop doet leven.

Falen in je gelukkig voelen

Falen in je gelukkig voelen. Dat is iets wat erg gemakkelijk tot stand komt. Het falen in je gelukkig voelen heeft te maken met je persoonlijke invulling van de betekenis van gelukkig zijn. Want wanneer ben je gelukkig? Hoe voelt het om gelukkig te zijn? Vragen die voor iedereen anders te beantwoorden zijn. De een voelt zich gelukkig als het financieel goed gaat, de ander voelt zich juist ongelukkig door het “rijk” zijn. En dan nog de vraag of het je niet ongelukkig voelen meteen wil zeggen dat je gelukkig bent.

Je gelukkig voelen valt onder de positieve gevoelens die je kunt hebben. Nou heb ik daar persoonlijk wat moeite mee. Ik voel veel, emoties steken regelmatig de kop op en ik pik best wel veel op in mijn omgeving. Een gedeelte van deze gevoelens kan ik koppelen aan een emotie, vooral die gericht zijn op “negatieve” emoties. De gevoelens van pijn, verdriet, schuld, eenzaamheid kan ik herkennen, maar gevoelens gericht op positieve emoties zijn voor mij nog wel een issue. Het gevoel van gelukkig zijn hoort in dat rijtje thuis en dus best wel ingewikkeld voor mij.

Als je gaat zoeken naar een definitie van je gelukkig voelen kom je eigenlijk alleen maar tips en trucs tegen die je vertellen hoe je dat kunt worden. Maar niet hoe dat voelt. Volgens de laatste wetenschappelijke inzichten is gelukkig zijn een combinatie van genieten en streven.

Genieten is het hebben van prettige en positieve emoties. Bijvoorbeeld door een dagje naar de Sauna te gaan, door te spelen met je kinderen of een lekker wijntje te drinken. Als je van jezelf weet wat je prettig vindt en daar ook regelmatig van kunt genieten, zul je je een stuk gelukkiger voelen.

Streven is het bezig zijn met iets dat jij zinvol vindt. Als het leven alleen maar uit pleziertjes bestaat, gaat het snel vervelen. Zelfs de heerlijkste wijn gaat snel vervelen als je er elke dag een fles van drinkt. Het is daarom belangrijk om het evenwicht te vinden tussen streven en genieten. Op die manier kun je terugkijken op je leven met het gevoel dat het er toe gedaan heeft.
Bron: www.ivpp.nl/gelukkig-zijn

Heel mooi dat dit zo omschreven kan worden, wat gelukkig zijn is, maar hoe voelt het om gelukkig te zijn. Er is geen artikel te vinden dat duidelijk weergeeft welke gevoelens je hebt op het moment dat je gelukkig bent. Dus voor iemand die dit niet kan herkennen zijn er geen duidelijke handvatten te vinden.

In de diverse teksten komt wel naar voren dat het te maken heeft met de situatie waarin je je bevindt en gebonden is aan de diverse levensgebieden. Je kunt dus gelukkig zijn op een bepaald gebied, bijvoorbeeld in je relatie, terwijl je op een ander gebied (bijvoorbeeld werk) totaal ongelukkig bent. Maar wil dit dan zeggen dat je gelukkig bent? En hoe voelt dat dan?

Als ik ga nadenken over het (on)gelukkig voelen dan roept het meer vragen op dan antwoorden. Dus ik laat het gelukkig voelen voorlopig maar even in de kast liggen. Ik kom het vanzelf wel weer een keer tegen denk ik, dan zal ik dan wel weer eens verder kijken. Voorlopig houd ik het er wel gewoon op dat het wel goed gaat.

Koos

Suïcide blijft taboe

Ondanks alle inspanningen die er geleverd worden blijft het praten over suïcide een taboe. Het is natuurlijk ook niet makkelijk om iets wat al jaren weggestopt wordt in een klap bespreekbaar te maken. Dat begrijp ik, maar wat ik niet begrijp zijn de belemmeringen die opgeworpen worden waardoor initiatieven moeilijk van de grond komen en onderzoek niet (goed) uitgevoerd kan worden.

Er is wel langzamerhand een verschuiving te zien, op een of andere manier wordt er steeds meer geaccepteerd dat het bespreekbaar maken van suïcide “wel kan”, naar gelang de leeftijd toeneemt. Niet dat het nou “normaal” en makkelijk is bij ouderen, maar als we het hebben over jongeren dan is het gevaarlijk en dus not done.

Als ik rondkijk in de maatschappij dan zie ik dat er steeds meer mensen roepen dat het erover praten belangrijk is, vervolgens zijn de mogelijkheden die we bieden om dat ook daadwerkelijk te doen niet of nauwelijks te vinden. Natuurlijk kan iemand met suïcidale gedachten dan terecht bij de hulpverlener, maar niet elke hulpverlener weet wat hij of zij er mee aan moet. Er worden dan al snel acties ondernomen waar de hulpvrager niet op zit te wachten. Er is veel angst om gewoon te praten over de suïcidale gedachten, zowel bij de hulpverlener als bij de hulpvrager. In mijn werk als ervaringsdeskundige, met eigen ervaring op dit gebied, merk ik dat het gewoon erover praten al veel ruimte geeft bij mensen met suïcidale gedachten. Ik merk echter ook dat hulpverleners het soms moeilijk vinden om een ervaringsdeskundige in te laten voegen. En, eerlijk is eerlijk, ook niet elke ervaringsdeskundige is hier geschikt voor. Maar dat terzijde.

In een interview met Ad Kerkhof, Hoogleraar aan de VU, in het blad Psychologie (https://mijn.bsl.nl/psychologie/er-is-veel-meer-suicidaliteit-onder-jongeren-in-de-ggz-dan-vermo/15035478) geeft hij aan dat het onderzoek waarmee hij bezig is aan voorwaarden moest voldoen van de Medisch Ethische Toetsingscommissie. De METC stelde dat “het afnemen van een vragenlijst over suïcidaliteit bij jongeren mogelijk gevaarlijke effecten zou kunnen hebben. Dat het jongeren op een idee zou kunnen brengen”. Ondanks overtuigend wetenschappelijk bewijs dat dat niet zo is, bleef de METC vasthouden aan deze gedachte. In mijn ogen wordt hier een drempel opgeworpen, die nergens op gestoeld is behalve op stigma en vastgeroest denken, die een goed onderzoek niet mogelijk maken. Om hieraan tegemoet te komen moesten de deelnemers aan het onderzoek (jongeren) hun ouders op de hoogte brengen van hun suïcidale gedachten, de ouders moesten dan schriftelijk toestemming verlenen om aan het onderzoek deel te nemen. Dat er een respons was van maar 4% is volgens mij dan erg logisch, een gemiste kans.

Het feit dat zelfs instanties zoals het METC op deze manier met suïcidaliteit omgaan geeft aan dat we er nog lang niet zijn en op deze manier komen we er voorlopig ook niet. Ik heb hier ook wat ervaring in opgedaan de laatste tijd. In het kader van een mogelijk preventieproject heb ik enkele psychiaters en psychologen benaderd met het verzoek om, informeel, hun menig over het project te geven. Gewoon om mijn mindset te bepalen en eventueel het project aan te passen. De mensen die ik benaderd heb gaven geen van allen hun mening, ze hadden die niet (hmm, volgens mij heeft iedereen een menig, maar goed). Ik snap het wel, er is een angst dat hun woorden (met naam) gebruikt worden in een openbare publicatie, dit is niet het geval, maar zou dat ook erg zijn vraag ik mij dan af? Gelukkig waren er ook mensen die na een tweede oproep wel hun mening durfden te geven. Daar ben ik dan ook erg blij mee.

Maar het blijkt dus wel dat het thema suïcide nog steeds moeilijk ligt. En nogmaals, er wordt veel aandacht gegeven aan het feit dat het praten over suïcidaliteit “normaal” moet zijn, maar dat de mogelijkheden jammer genoeg nog steeds beperkt zijn. Er zijn wel mogelijkheden, we hebben 113online en Sensoor als telefonische hulplijn en er zijn een aantal mogelijkheden via chat op enkele websites, maar mogelijkheden om echt in gesprek gaan, face-to-face, zijn er nog veel te weinig. En als ze er al zijn dan weet niemand ze te vinden.

Het geven van ondersteuning door ervaringsdeskundigen of lotgenoten is een mogelijkheid om face-to-face in gesprek te gaan. Maar dit wordt niet vaak ingezet en als dit ingezet wordt is het meestal in een GGZ-setting. Maar het feit ligt er dat er veel mensen met suïcidale gedachten rondlopen die niet, nog niet, in beeld zijn bij een GGZ-instelling. Deze mensen zouden de gelegenheid moeten hebben om op een laagdrempelige manier in gesprek te gaan over hun suïcidaliteit. In Nederland is er niet tot nauwelijks iets bekend over de invloed dat lotgenoten contact heeft op mensen met suïcidale gedachten (want ja, we willen er liever niet over praten dat is gevaarlijk). In mijn zoektocht naar informatie hierover ben ik niet veel tegengekomen, eigenlijk niks. Over onze landgrenzen heen is er wel onderzoek gedaan. Vooral in Canada en Australië, hier worden ervaringsdeskundigen volop ingezet in het kader van preventie. Met veel positieve resultaten. Wat dan wel weer opvalt is dat zij betaald krijgen vanuit organisaties en overheid, maar niet in dienst zijn bij een GGZ-instelling. Ik ben mijn connecties daar dan ook aan het opbouwen, want wat daar kan moet hier toch ook kunnen. En we hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden, toch?

Koos

Eenzaam maar niet alleen

Ook al zijn er mensen om mij heen
toch voel ik mij vaak alleen
Het is een gevoel dat maar moeilijk verdwijnt
en mijn positieve gedachten soms ondermijnt
Ondanks de drukte in mijn hoofd
voel ik mij daardoor soms verdoofd
Dan dringt er weinig tot mij door
en gaan mijn eigen gedachten voor
Zij gaan dan hun eigen gang
soms heel kort, soms heel lang
Ze komen vaak ’s nacht terug
dan schrik ik wakker, zweet op mijn rug
en weet ik heel oprecht
niet meer wat droom is en wat echt

Dan gaan dag en nacht voorbij
soms zonder verschil voor mij
De dromen blijven zo haken in mijn hoofd
dat mijn verstand ze bijna geloofd
dan zit ik ergens op te wachten
want dat zit in mijn gedachten
iets wat niet gebeuren gaat
het voelt alsof ik mijzelf in de steek laat
Soms gaat het over geluk en emotie
en dat zorgt voor veel interne commotie
De negativiteit neemt de overhand
en de “gedachten” zijn weer geland
Dan heb ik het alweer gezien
geluk is iets wat ik niet verdien

Veranderen van dit gevoel
de emoties die ik voel
Die ik niet mag beleven
omdat ze een goed gevoel geven
Is iets waar ik hard aan werk
Waarvan ik heel voorzichtig merk
dat het steeds iets beter gaat
en mijn eigen waarde iets stijgen laat
Maar soms voel ik mij alleen
Ook al zijn er mensen om mij heen

Koos

Jezelf zijn

Een van de belangrijkste dingen in het leven, volgens mij, is dat je jezelf kunt zijn, altijd en overal. Ik ben dat volgens mij, voor zover dat mogelijk is dan. Want in hoeverre ken ik mijzelf. Ik weet dat er nog een aantal gebieden zijn waarin ik mijzelf niet of niet goed genoeg ken (of durf te kennen). Dus ik kan alleen mijzelf zijn op de gebieden waarin ik mijzelf wel ken. En ook die zijn onderhevig aan verandering, want als ik mijzelf op een gebied beter leer kennen heeft dat ook invloed op de gebieden waar ik mijzelf wel in ken. Volgens mij heet dat persoonlijke ontwikkeling.

Voor mij is het belangrijk om mijzelf te kunnen zijn, mij te kunnen uiten op mijn manier en dingen te doen op mijn manier. Ik ben van mening dat dit ook belangrijk is in mijn werk als ervaringsdeskundige. Als je in echt contact wil komen met de mensen met wie je werkt (cliënten, collega’s) moet je jezelf durven te laten zien. Vooral in contact met cliënten is dat belangrijk, zij hebben daar (net als jij) een “zesde” zintuig voor. Als ik een rol aanneem, een toneelspel ga opvoeren, voelt de cliënt dat direct aan. Het is dan een gevecht om een daadwerkelijk contact tot stand te kunnen brengen. Meestal is de wedstrijd dan al verloren, een gemiste kans. Als ik daarentegen het gesprek open en puur in ga is het contact er snel.

In de gesprekken die ik regelmatig mag voeren met nieuwe ervaringsdeskundigen en ervaringsdeskundigen in opleiding, probeer ik ze altijd mee te geven dat ze vooral zichzelf moeten blijven. Dat ze moeten werken vanuit hun eigen persoonlijkheid. De ervaringsdeskundigen die een opleiding (gaan) volgen waarschuw ik, sorry docenten, voor de hulpverleners valkuil. Er worden nou eenmaal vakken gegeven in de opleiding die erg gericht zijn op het werken als hulpverlener. Even voor de duidelijkheid: ik vind een ervaringsdeskundige een hulpverlener maar ik gebruik het even apart om duidelijk aan te geven wat ik bedoel, zonder daarvoor andere hulpverleners voor het hoofd te willen stoten (wij kunnen niks zonder elkaar). Door deze vakken te belangrijk te vinden loop je de kans je puurheid als ervaringsdeskundige te verliezen. Dus breng ik dit altijd even ter sprake.

Ik vertel ze ook dat het jezelf zijn en het laten zien van jezelf, niet hetzelfde is als je verhaal te vertellen. Je hoeft, om jezelf te laten zien, niet direct je hele leven op tafel te gooien. Ook niet in een gesprek met andere ervaringsdeskundigen. Ik zou zelfs zeggen dat je verhaal niet belangrijk is op dat moment. Als het moment daar is dan komt het vanzelf. Wat ik wel belangrijk vind is je ervaring, je gevoel, je intuïtie. De herkenning die kunt geven als je voelt waar de cliënt staat in zijn proces en je je gevoel daarbij aan kunt laten sluiten. Het gaat per slot van rekening om zijn verhaal, zijn gevoel, zijn leven.

Het jezelf zijn en jezelf laten zien houdt voor mij onder andere in dat ik deel. Als ik een slechte dag heb dan zeg ik dat gewoon, ik verberg het niet. Zowel tegen cliënten als tegen collega’s. Dit maakt het makkelijker, niet alleen voor mij maar ook voor de mensen in mijn omgeving. Niet dat ik dan te koop loop met mijn suïcidale gedachten, maar ik geef wel aan dat mijn stemming niet helemaal top is. Nou moet ik wel toegeven dat het waarschijnlijk voor mijn omgeving duidelijk merkbaar is, want ze zijn mij regelmatig een slag voor.

Dat elke dag weer anders is ziet zelfs Facebook, is mijn kleur de ene dag geel:

De andere dag rood:

En daarna blauw:

Dat geeft wel aan dat ik mijzelf nog niet helemaal ken, want als Facebook elke dag wat anders zegt, hoe moet ik het dan leren. Facebook weet toch alles?

Koos

Afbeelding: www.jezelfzijnspecialist.com