Tagarchief: koos

2018 ontwikkeling en voorbereiding – 2019 gewoon doen!

Het jaar loopt ten einde en dan is het wel een (goede) gewoonte om terug te kijken op het afgelopen jaar. Normaal kijk ik terug op mijn privéleven en op mijn werk, eigenlijk heel nauw aan elkaar verbonden. Nu kijk ik alleen even kort terug want eigenlijk is de toekomst veel belangrijker. Wat geweest is kun je niet meer veranderen, maar wat er komt is toch ergens wel te beïnvloeden.

2018 is voor mij een jaar geweest met veel inzichten en veranderingen op werkgebied. Ik heb de helft van mijn uren bij GGz Centraal ingeleverd om deel uit te gaan maken van Ixta Noa (Praktijkhuis Leeuwarden) en ben gestart als ZZP’er. Een voor mij goede stap in mijn ontwikkeling, het heeft mij veel inzicht gegeven in waar ik mij nou daadwerkelijk voor wil inzetten. Mijn focus is nu gelegd en het zal niet veel mensen verbazen dat het thema suïcide hierin een hoofdrol speelt.

Een van de stappen die ik vanaf januari 2019 hierin ga maken is het samenwerken met het Expertisecentrum Trauma en Verlies in Groningen. Vanuit de maatschap Boedies gaan wij bij het expertisecentrum in gesprek met mensen (ongeacht of ze bij het expertisecentrum in behandeling zijn of niet) die te maken hebben (gehad) met suïcidaliteit of die ondersteuning nodig zijn in verband met een psychische kwetsbaarheid.

Het is een project dat mede mogelijk wordt gemaakt door ZonMw (Implementeren met Impact). Er zijn 96 subsidieaanvragen ingediend en ons project behoort tot 1 van de 12 projecten die gehonoreerd zijn. Op het gebied van relevantie is het project door de commissie beoordeeld als zeer relevant en de kwaliteit van het project als goed. Ik ben erg blij met deze toekenning. Het zorgt ervoor dat wij heel laagdrempelig (gratis) bereikbaar zijn voor mensen in Groningen die gebruik zouden willen maken van onze diensten als ervaringsdeskundigen.

Behalve dat het laagdrempelig is zorgt het er (hopelijk) ook voor dat het praten over suïcide meer gewoongoed wordt. Er wordt landelijk met regelmaat aandacht gegeven aan het bespreekbaar maken van suïcidale gedachten, maar er wordt nog niet genoeg gelegenheid geboden om dat ook daadwerkelijk te doen. Ik hoop dat ons project in Groningen hier een steentje aan bij kan dragen.

Zoals ik in de titel al heb genoemd, 2019 wordt het jaar van het doen. Het eerste is natuurlijk het samenwerken met het Expertisecentrum Trauma en Verlies, het tweede is het daadwerkelijk opstarten van lotgenootgroepen voor mensen met suïcidale gedachten en groepen voor hun naasten. Dit plan zit al twee jaar in mijn hoofd, 2019 moet het jaar worden dat het gaat gebeuren. Ik ga het gewoon doen.

2019 moet ook het jaar worden waarin ik mijn droom vorm ga geven. Mijn droom is een Suïcide Preventie Centrum. Een plek (op locatie en digitaal) waar niet alleen alle kennis rondom suïcidaliteit vanuit theorie en praktijk (vanuit hulpverlening en mensen met ervaring) samengebracht wordt, maar waar ook daadwerkelijke ondersteuning geboden wordt. Ondersteuning vanuit samenwerking. Ondersteuning aan en vanuit mensen met suïcidale gedachten, hun naasten, ervaringsdeskundigen en hulpverleners. Een plek van waaruit gewerkt kan worden aan ontwikkeling van en onderzoek naar mogelijkheden om het aantal zelfdodingen zoveel mogelijk te verlagen. De basis hiervoor is al gelegd, nu de uitvoering nog. Maar ik ga het gewoon doen.

Ik hoop dat als ik in december 2019 terugkijk op het jaar, ik kan vertellen dat de projecten positief verlopen. Dat ik mijn uitspraak ‘ik ga het gewoon doen’ kan veranderen in ‘ik ga er gewoon mee verder’.

Koos de Boed

Gebrek, schaamte en zoektocht bij suïcidaliteit

Mijn leven is doorspekt met suïcide, op alle mogelijke manieren. Ook wel een beetje logisch want ik zet mij in voor mensen met suïcidale gedachten en gedrag, hun naasten of nabestaanden en hun omgeving. En ik ben natuurlijk zelf ook niet vrij van suïcidale gedachten.

Wat mij opvalt is dat ik nog vaak situaties tegenkom waarin de persoon met suïcidaal gedrag of gedachten over zelfdoding niet serieus genomen wordt. Opmerkingen als “dit komt omdat je depressief bent. Kijk eens naar de positieve dingen, je zult zien dat het dan vanzelf over gaat” komen nog vaak voor. Er wordt vanuit de maatschappij niet adequaat gereageerd, volgens mij wordt dit veroorzaakt door handelingsonbekwaamheid. Hiermee bedoel ik het niet beschikken over de kennis die nodig is om met het thema suïcide om te gaan. Terwijl we een groot gedeelte van de kennis eigenlijk allemaal wel hebben, zomaar, van nature.

De kennis waar we allemaal over beschikken zit in het gedeelte menselijkheid. De mens is, over het algemeen, vanuit het mens zijn in staat in gesprek te gaan over allerlei onderwerpen. Wij kunnen met elkaar in gesprek gaan over hypotheken, het huishouden, financiële zaken, liefde, ziekte, werk, noem het maar op. Het enige dat ons op een aantal gebieden tegenhoudt is angst en schaamte. De angst komt voort uit een “gebrek” aan kennis, schaamte komt voort uit de houding van de huidige maatschappij (“de anderen zullen wel denken dat ik een loser ben, een zwakkeling”).

Het gebrek

Het gebrek aan kennis zoals wij dat ervaren kan voor een gedeelte op een vrij eenvoudige manier opgelost worden. Net zoals je kennis opdoet over het opvoeden van een kind. Je kunt informatie opzoeken, zelfs cursussen volgen, waarmee je kennis opdoet. Maar het grootste gedeelte van de kennis doe je op in de praktijk. Je ziet wat er gebeurt en handelt. Je kind huilt en je pakt het op om te troosten en te onderzoeken waarom hij huilt. Je doet kennis op.

Dit geld ook voor kennis op het gebied van suïcidaliteit. Je kunt informatie zoeken, zelfs trainingen volgen, waarmee je kennis opdoet. Maar ook hier leer je het meest in de praktijk. Door te praten met mensen die te maken hebben met suïcidale gedachten of gedrag. Als je een timmerman iets ziet doen wat je niet begrijpt dan vraag je waarom hij dat doet. Waarom zou je dan iemand met suïcidale gedachten niet vragen waarom hij of zij die gedachten heeft, want je begrijpt het niet toch? Ik zeg hierbij niet dat iedereen maar even de psycholoog uit moet gaan hangen, alstublieft niet, maar ga gewoon in gesprek en luister naar wat er gezegd wordt, zonder oordeel of advies te geven. Je geeft de timmerman ook geen advies lijkt mij.

“van erover praten ga ik niet dood, van er niet over praten misschien wel”

De schaamte

Schaamte speelt een grote rol bij het in gesprek gaan over suïcidaliteit. Je wilt (als persoon met suïcidale gedachten) het liefst over je gedachten praten, maar dat is moeilijk. Door de houding die er in de maatschappij heerst dat je sterk moet zijn, dat je succesvol moet zijn, dat je jezelf moet kunnen redden (zelfregie) ga je niet te koop lopen met iets wat je zelf als zwakte ervaart. Stel je voor dat mensen je gaan ontlopen, vermijden, roddelen omdat ze vinden dat je een zwakkeling bent, raar bent, “verward” bent of zelfs gek bent. Je gaat dan jezelf buiten de maatschappij plaatsen door je af te zonderen, zoveel mogelijk mensen te vermijden. Met als gevolg eenzaamheid en het versterken van je suïcidale gedachten. Dat wil je niet, je wilt in de maatschappij, door je omgeving en je naasten gezien worden als een normaal functionerend persoon. Dus zeg je niks. Met als gevolg dat je intern eenzaam wordt en je de gedachten weg probeert te stoppen, vaak met het tegenovergestelde als gevolg.

Is die schaamte terecht? Volgens mij niet. Maar ik weet uit eigen ervaring dat die wel aanwezig is. Het je schamen voor het hebben van gedachten over zelfdoding zou niet terecht moeten zijn. Jammer genoeg zijn er veel situaties die de schaamte versterken. De eerdergenoemde uitspraak wijst daar wel op. En wat denk je van uitspraken als “joh, hoe kan dat nou, je hebt alles zo mooi voor elkaar, er zijn er die het veel slechter hebben geregeld.” Of “kijk eens naar alle positieve dingen om je heen, hoe kan je dan zo raar denken.” Dan ga je al snel terug in je schulp en zwijgt. Kennelijk ben je niet normaal, zie je het verkeerd, begrijp je het verkeerd, voldoe je niet aan de standaard die de maatschappij stelt. En ja, je hebt het eigenlijk best goed geregeld en er zijn veel mensen die dat niet hebben, dus mag je eigenlijk niet klagen. Hierbij schuif je aan de kant dat het daar helemaal niet omgaat, het goed geregeld hebben van dingen, het gaat om hele andere zaken. Maar de mensen zien het als zeuren en klagen. En je wilt niet dat mensen dat gaan denken. Dus zwijg je en krop je alles op. En dan wordt het alleen maar moeilijker.

Zoektocht

Buiten het gebrek en de schaamte speelt ook het vinden van de juiste hulp een struikelblok. Want welke hulp heb je nodig, welke hulp is er, welke hulp is voor jou geschikt en, niet geheel onbelangrijk, waar vindt je die hulp. Het uitzoeken van welke hulp jij nodig bent is al een hele zoektocht waarin de uitspraak “al doende leert men” een belangrijke rol speelt. Want vaak weet je pas of iets voor jou helpend is als je het gaat toepassen. En dat is een valkuil, want als blijkt dat het toch geen passende hulp is, is er kans op een verslechtering in plaats van een verbetering. En wat als je al een behoorlijk aantal dingen geprobeerd hebt en er nog steeds geen verbetering is, niet echt motiverend dacht ik zo. Dus is de zoektocht naar goed passende hulp een behoorlijk karwei, waarbij een beetje ondersteuning geen kwaad kan.

Als je duidelijk hebt wat jij nodig bent komt de volgende zoektocht, waar vindt je die hulp. Verwijzingen vinden vaak plaats via de huisarts of POH GGZ, zij verwijzen naar de specialistische GGZ, terecht denk ik. Maar dan begint het, want je hebt suïcidale gedachten en bent daardoor waarschijnlijk depressief. Dus gaat men als eerste proberen je uit de depressie te halen, want dan zal de suïcidaliteit waarschijnlijk ook verdwijnen of verminderen. En dat zal in de meeste gevallen inderdaad zo zijn. Maar het kan ook voor een tijdelijke vermindering zorgen, het lijkt dan of de hulp gewerkt heeft en succesvol is, maar na een tijdje komen de gedachten weer terug (en dan vaak sterker) en dus ook de depressiviteit. Het zou beter zijn (in mijn ogen) dat er eerst gekeken wordt of de depressie wel de veroorzaker is van de gedachten. Het zou zo maar kunnen zijn dat het bipolair zijn, de psychosegevoeligheid of de persoonlijkheidsstoornis de eigenlijke veroorzaker is van de suïcidale gedachten. Dan zou daar de prioriteit op moeten liggen en niet op de depressie. Dit vergt veel kennis en inzicht van de hulpverlener en veel bereidwilligheid van de persoon waarom het gaat. Ik denk (en hoop) dat er situaties zijn waar op die manier gewerkt wordt, in de meeste gevallen een zwaar en langdurig proces lijkt mij. Maar ze zijn wel moeilijk te vinden, hulpverleners die op die manier werken. Niet omdat de hulpverleners dat niet willen, volgens mij willen zij dit zeker wel maar krijgen zij er vaak gewoon de ruimte niet voor. En dat vind ik jammer, en niet alleen in het kader van suïcidaliteit.

In gesprek gaan

Suïcidepreventie begint volgens mij met het in gesprek gaan met mensen die suïcidale gedachten/gedrag hebben, hun naasten en met nabestaanden. Pas door het in gesprek gaan kun je kennis opdoen over hoe je het beste kunt handelen bij suïcidaliteit. Dit kun je het beste leren vanuit praktijkervaringen, aangevuld met theorie uit een boekje. Niet alleen het een of het ander, maar door het samenvoegen van kennis uit de praktijk met wetenschappelijk verkregen kennis. Het een kan niet zonder het ander. En gesprekken zijn toch altijd onderdeel van de onderzoeken die de theoretische kennis vaststellen, dus is het in gesprek gaan erg belangrijk volgens mij.

Naast het in gesprek gaan is het ook belangrijk wie die gesprekken voert. In mijn ogen zijn ervaringsdeskundigen nodig bij het in gesprek gaan met mensen met suïcidale gedachten of gedrag en hun naasten/nabestaanden. Zij weten wat het is, hebben hier zelf ervaring in opgedaan tijdens hun proces. Deze ervaringsdeskundigen voelen wat de ander zegt en bedoeld, kunnen herkenning geven en begrip. Zij bouwen dus makkelijker vertrouwen op en krijgen daardoor andere antwoorden dan de “professionele” hulpverlener. Meer waarheidsgetrouw. En met deze antwoorden, deze kennis kan gewerkt worden om het doel te bereiken waar we met zijn allen naar toe willen. ZERO SUÏCIDE, of in ieder geval een zo laag mogelijk aantal.

Koos de Boed

Foto: René van Hoof / artikel omroep Brabant

Geloof, seks en herstel

De woorden in de titel hebben meer met elkaar te maken dan je zo in eerste instantie zou denken. Dat ze met elkaar te maken hebben (of kunnen hebben) daar kan denk ik iedereen zich wel wat bij voorstellen, maar een van de grote gemene delers in deze woorden is taboe.

Taboe, want ondanks het feit dat geloof, seks en herstel voor iedereen belangrijk zijn, wordt er veelal niet over gesproken in de hulpverlening en al helemaal niet in de maatschappij. Schaamte is hier volgens mij de grote boosdoener in. Want wat zullen de mensen wel niet denken als je open praat over hoe belangrijk het geloof, het hebben van seks of werken aan je herstel voor je is. Stigmatisering staat om de hoek te wachten tot hij toe kan slaan.

En dat is jammer. Je hoeft je er niet voor te schamen. Hiermee wil ik niet zeggen dat je te pas en te onpas moet gaan rond schreeuwen dat je gelooft, dat je seks belangrijk vindt of dat je bezig bent met je herstel. Maar je hoeft het ook niet uit de weg te gaan als het ter sprake komt. Ik vind het zelfs best wel belangrijk om deze onderwerpen te bespreken met je behandelaar of begeleider en je naasten. Waarom? Gewoon omdat het voor jou belangrijke thema’s zijn in je leven. Omdat ze invloed hebben op je leven, dus ook belangrijk zijn als je bezig bent met je herstel.

Ik kan mij zo voorstellen dat het best wel “aparte” situaties met zich mee kan brengen. Als je behandelaar in het gesprek vraagt naar hoe belangrijk seks voor je is en hoe het met je seksleven staat, zullen de meeste mensen zich best wel even ongemakkelijk voelen, net als de behandelaar zelf lijkt mij. Als dit onderwerp ter sprake komt in een gesprek dat ik voer (als ervaringsdeskundige en als cliënt) moet ik ook altijd even slikken, maar ik ga het niet uit de weg. Ik bedenk mij net dat het misschien nog wel gemakkelijker is om dit met een behandelaar te bespreken dan met je partner of iemand anders in je directe omgeving. Een behandelaar staat nou eenmaal wat verder van je af dan je partner (lijkt mij).

Zo zit het ook met het thema geloof. Al is dit thema al voor de meeste mensen makkelijker om over te praten als over seks. Begrijpelijk, maar zou niet zo moeten zijn. Geloven is voor iedereen belangrijk, zonder geloof vaart niemand wel. Iedereen gelooft wel ergens in, maar het spirituele geloven (in God, Allah of het universum) wordt toch anders bekeken. Als in een gesprek, zakelijk of privé, het onderwerp op een of andere manier naar voren komt, kan het gebeuren dat mensen je even “raar” aankijken als je aangeeft naar de kerk te gaan en te geloven in God. Er wordt overheen gepraat of er worden vragen gesteld om te kunnen bepalen hoe “zweverig” je daarin bent. Volgens mij speelt daar een stukje angst mee. Bang dat je gaat proberen om mensen te bekeren, en dat wil men niet, dat voelt als opdringen dus als bedreiging. Ik geloof ook, maar ik ga niemand proberen te overtuigen van mijn manier van geloven. Maar ik ga gesprekken hierover niet uit de weg, integendeel, ik ervaar ze meestal als prettig. Ik leer hiervan, elke keer weer.

En dan hebben we nog praten over je herstel. In de geestelijke gezondheidszorg gaat dit steeds beter, het is nog lang niet optimaal, maar de ontwikkelingen zijn erg positief. In de maatschappij wordt dit heel anders bekeken. Als je het daar hebt over je herstel, waar je staat in je herstelproces, stoppen de mensen je direct in een hokje. “Oei, herstelproces? Psychische aandoening? Die is “gek” dus oppassen geblazen!”. En dat is zo jammer. Hoe fijn zou het zijn dat je er gewoon over kunt praten zonder dat er een afstand ontstaat. Dat je aan kunt geven wat voor jou helpend is in je herstel, dat dit gewoon geaccepteerd zou worden en dat ze je misschien juist heel erg goed kunnen helpen. Gewoon door te accepteren wie jij bent, een mens met eigen behoeften en wensen. Net zoals iedereen in de maatschappij. Alleen dat zou al helpen om je te ontwikkelen in je proces, want als de maatschappij je accepteert dan kun je ook jezelf makkelijker accepteren. Het zou erg helpend zijn in de bevestiging van je eigenwaarde, dat je het waard bent om deel uit te maken van de maatschappij, dat je niet anders bent dan anderen (misschien een beetje eigenaardig, maar wie is dat niet), dat je gewoon een mens bent.

Want dat is uiteindelijk wel waar het omgaat, mens zijn.

Ik ben mens, met wat “aparte” kenmerken en soms “apart” gedrag, maar ik ben vooral mens!

En jij? Ben jij mens? Of liever, voel jij je mens?

Koos

Lotgenotencontact, een oerinstinct?

Soms heb je van die momenten waarin je in een soort van filosofische stemming komt. Ik wel in ieder geval. Gisteravond was zo’n moment. ’s Avonds keek ik naar de sterren, het was een erg heldere sterrenhemel na een mooie zomerse dag. Mijn partner vroeg zich af wat de oermensen dachten als ze naar de sterren keken. Als zij geleefd had in die tijd, wat gelukkig niet zo is, had zij zich afgevraagd wat dat nou voor dingen waren, die lichtjes in de lucht. Mijn reactie was dat de meeste oermensen op dat moment alleen maar dachten “ik heb gegeten, gelukkig, waar zou ik morgen op jagen”. Als zij dan zou vertellen dat zij andere vragen had, zouden ze haar waarschijnlijk voor gek verklaren. Waarop zij reageerde dat zij dan op zoek zou gaan naar mensen die zich hetzelfde afvroegen als zij. Hé, dat klinkt bekend, dat is het zoeken van gelijkgestemden, lotgenoten dus.

Het zoeken naar gelijkgestemden is natuurlijk een rode draad in de menselijke ontwikkeling. Wij, de mensen, zijn altijd opzoek naar mensen die ons kunnen versterken. Mensen die dezelfde gedachten hebben of hetzelfde doel nastreven. Dat begon al in de oertijd, als je je niet gedroeg zoals de stam wilde werd je verstoten, want je streefde niet hetzelfde na. Als verstoteling ging je dan op pad om ergens anders aansluiting te vinden (of dat lukt en je de zoektocht overleefde in je eentje is dan weer wat anders, maar het gaat om het idee). Ook later in de geschiedenis zie je dit fenomeen, al of niet gebaseerd op gedachten, doelen of praktische redenen. In de loop der tijd gingen de mensen zich verenigen in bijvoorbeeld gildes, gebaseerd op werk, of sloten zich aan bij geloofsovertuigingen (ook een soort van lotgenotencontact).

We gingen onszelf in hokjes plaatsen, we wilden graag ergens bij horen om onszelf waarde toe te dichten. We gingen ook over op het in hokjes plaatsen van anderen, mensen die niet het “recht” hadden om deel uit te maken van de maatschappij. Geesteszieken, melaatsen en mensen met andere afwijkingen werden verstoten en, in veel gevallen, bij elkaar gezet (alle melaatsen bij elkaar, dan hebben we ze onder controle – of zoiets). En voilà, stigma was aanwezig.

Volgens mij begint daar ook onze moderne vorm van lotgenotencontact. Mensen voelden zich niet veilig, zochten elkaar op (stiekem) om herkenning en begrip te vinden. Mensen die in hokjes zaten die maatschappelijk geaccepteerd waren (vakvereniging, sportvereniging, kerken etc.) gaven een soort van positief waardeoordeel af. De mensen die in de hokjes zaten die maatschappelijk niet geaccepteerd werden kregen een negatief waardeoordeel toegewezen. Zij hoorden er niet bij, ze voldeden niet aan de maatschappelijke waarden. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, er zijn in het verleden mensen geweest die toen vreemd, maar ergens geniaal werden gevonden (geleerden, kunstenaars etc). Van hun werd, om een of andere reden geaccepteerd dat zij anders waren. Het omgaan met deze vreemde snuiters gaf dan juist een soort van waardestijging. Deze mensen hadden in de huidige maatschappij waarschijnlijk een diagnose gekregen met een of andere psychische aandoening (minimaal psychotisch denk ik).

In de loop van de tijd zijn de mensen in de negatieve hokjes zelf gaan geloven dat zij er niet bij hoorden, dat zij niet het recht hadden om deel uit te maken van de maatschappij. Zij waren niks waard en hadden niks in te brengen. Totdat de opstand kwam.

De opstand is het moment waarop er mensen die deel uitmaakten van een negatief hokje, ergens de ingeving kregen dat zij ook gewoon mensen waren. Dat ook zij recht hadden om erbij te horen en hun eigen beslissingen te maken. Dat zij, ook al zeten ze in een hokje, dit niet wilde zeggen dat dit negatief was. Behalve in het hokje “psychisch gestoord” hoorden zij ook in het hokje “mens” en het hokje “waardevol”. Deze mensen kwamen in verzet, kwamen op voor hun rechten als mens, voor een menswaardige behandeling, voor hun mens zijn. Dat is een hele strijd geweest, en die is nog niet afgelopen. Er is nog veel te verbeteren.

Het lotgenotencontact zoals die nu bestaat, heeft dezelfde gedachte als die in de geschiedenis. Ergens bij horen, herkenning en begrip vinden en het ontwikkelen/versterken van eigenwaarde, menswaarde. Eigenlijk is het lotgenotencontact dus een oerinstinct, en oerinstincten zorgen ervoor dat we kunnen overleven in de maatschappij. Een instinct dat ervoor zorgt dat we onszelf ontwikkelen zodat we niet alleen kunnen overleven in de maatschappij, maar ook kunnen leven in de maatschappij. Mogen leven in de maatschappij.

Bestaansrecht en geluksmomenten

Ik heb de laatste tijd veel gesprekken gevoerd over bestaansrecht. Het houdt mij erg bezig en dankzij de gesprekken voel ik dat ik mij hierin aan het ontwikkelen ben. Het voelen dat ik eigenlijk geen recht hebt om te bestaan (voortkomend uit een schuldgevoel) begint zich heel langzaam om te buigen, te veranderen. Mijn gevoel dat ik bestaansrecht heb wordt steeds iets sterker en ik ben dan ook hard hiermee aan het werk. Dus ga ik analyseren, een slechte gewoonte van mij, maar voor mij een vorm van zelfreflectie. Wat maakt nou dat dit gevoel bij mij aan het veranderen is.

Een groot gedeelte van deze verandering (misschien wel geheel) is het gevoel dat iemand je kan geven dat je iets waard bent. Daarbij is het voor mij dan blijkbaar erg belangrijk wie het zegt en laat blijken. Er zijn genoeg mensen die mij ervan proberen te overtuigen dat ik het waard ben om te leven, en ik geloof hun ook, maar meer vanuit mijn verstand. Vanuit mijn gevoel blijft dit erg moeilijk, het besef druppelt maar langzaam binnen. Nu ben ik iemand tegengekomen die in staat is geweest om de druppels om te zetten in een straaltje. Ik vind die betreffende persoon erg bijzonder en speciaal, maar ik had niet verwacht dat dit mijn gevoel omtrent bestaansrecht zo zou beïnvloeden. Hoe verwonderlijk werkt mijn brein.

Het vreemde hieraan is, voor mij dan, dat dit meteen ook een kentering heeft gebracht in mijn zoektocht naar welke gevoelens erbij welke emotie horen. Op een of andere manier vind ik dat niet zo belangrijk meer om te weten. Ik ben mij, vanuit dezelfde gesprekken, erg bewust geworden van het feit dat het gaat om het gevoel te durven accepteren en niet om het bepalen bij welke emotie dit gevoel nu hoort.

Ik heb gisteren (Goede Vrijdag) een geweldige dag gehad en durf nu zelfs te zeggen dat ik ervan heb genoten. En wat het nog meer bijzonder maakt is het feit dat ik er, als ik eraan terugdenk, nog steeds van kan genieten. En die bewustwording voelt super! Dit is nieuw, dit ken ik niet. Meestal ga ik ervan uit dat er wel weer iets negatiefs zal gaan gebeuren als tegenpool van een positieve ervaring. Dus durf ik er niet van te genieten. Nu durf ik dat gewoon! En ik durf het ook gewoon hardop te zeggen. Een giga stap in mijn persoonlijke ontwikkeling. En dus in mijn gevoel rondom mijn bestaansrecht. Ik merk dat de ontkenning van mijn bestaansrecht zich aan het omzetten is naar het twijfelen aan mijn bestaansrecht. Ik ben er dus nog niet, maar wel erg goed op weg (al zeg ik het zelf).

En dat brengt mij meteen naar geluksmomenten. Ik heb al eens beschreven dat ik niet weet hoe dat voelt, wat dat is dat ‘gelukkig’ zijn. In mijn zoektocht, door middel van analyse, wilde ik denk ik te graag weten wat het is om gelukkig te zijn, welke emotie hoort daarbij en vooral welk gevoel. Hoewel ik altijd tegen iedereen vertel dat je niet te hard naar iets moet zoeken omdat je het dan moeilijk kunt vinden, ben ik zelf net zo hard teveel op zoek gegaan. Ik ben daarbij voorbij gegaan aan het feit dat je het niet moet zoeken, niet moet willen verklaren, maar moet ervaren en accepteren. Bij het overlijden van mijn vader had ik het eerste besef van een geluksmoment. Toen ik zag dat zijn geest overging, in vrede en harmonie, en wat dat voor hem betekende, was dat voor mij een geluksmoment. Ik ben mij nu bewust dat ik gisteren een paar van die momenten heb gehad. Gewoon op een terras, winderig weer maar met af en toe zonnetje, glaasje wijn en prettig gezelschap. Ik genoot en voelde mij op dat moment helemaal goed en prettig, een geluksmoment denk ik dan.

Ik merk nu ook hoe fijn het is om dit gewoon te laten zijn, zonder het dood te willen analyseren. Mijn psycholoog en een spirituele coach waarschuwden mij laatst dat ik moest oppassen omdat ik mij aan het dood analyseren was. Dat was de eerste aanzet, alhoewel ik niet begreep wat ze duidelijk wilden maken. Door de gesprekken over bestaansrecht ben ik gaan begrijpen waarvoor ze mij wilden waarschuwen. Door deze bewustwording ben ik weer een stukje verder in mijn herstel. En ik ben er nog blij mee ook!

Koos

Bestaansrecht en voelen dat je leeft

Ik vind kennis van het herstelproces belangrijk voor mensen die in herstel zijn. Wat ik tot de ontdekking ben gekomen is het feit dat het afhankelijk is van je interpretatie van de fasen of het voor iemand ook wat kan betekenen. Als je twijfelt aan je eigen bestaansrecht, in welke fase zit je dan? Om maar even een voorbeeld te benoemen. Zit je dan in de eerste fase, die van overweldiging, of is de tweede fase, de worsteling, dan meer passend.

Zoals iemand zei: “als je vindt dat je geen bestaansrecht hebt, ben je dus eigenlijk niks. Als je niks bent, waarvan moet je dan herstellen?”. Met andere woorden, je zit dan nog in de fase van overweldiging. Mijn interpretatie zet hetzelfde in fase twee, want ik “weet” dat er iets niet klopt (iets met eigenwaarde, zelfbeeld) en ben nu aan het worstelen met de wetenschap dat ik er ben, maar daar eigenlijk het recht niet op heb (mijn beleving). Ik ben dus op een zoektocht naar manieren om dit feit te accepteren en er vervolgens wat aan te gaan doen.

Het hebben van bestaansrecht, het voelen dat je het waard bent om op deze aarde rond te lopen, heeft volgens mij ook te maken met het voelen dat je leeft. Want kun je voelen dat je leeft als je van mening bent dat je geen bestaansrecht hebt? En wat is dan voelen dat je leeft, en wat voor gevolgen heeft dat. Ik ervaar soms dat ik leef, maar dat is geen positief gevoel. De pijn, de teleurstelling (of de angst daarvoor) laat mij ervaren dat ik leef, maar versterkt dan ook mijn gevoel dat ik dat dus liever niet wil ervaren. Het versterkt mijn gevoel dat ik niet het recht heb om te bestaan. Ik weet wel waar dat gevoel vandaan komt en ergens zegt mijn verstand ook dat dit niet (meer) terecht is. Dat het nu zo langzamerhand wel genoeg is geweest, dat ik mijzelf voldoende straf gegeven heb. Maar mijn gevoel is het daar nog niet echt mee eens.

Voel ik dan alleen dat ik leef vanuit negatieve ervaringen? Nee, dat ook weer niet. Sinds kort ben ik tot het besef gekomen dat ik ook het gevoel heb dat ik leef als ik mooie en fijne persoonlijke gesprekken heb. Gesprekken die mij aan het denken zetten over het zijn, de essentie van het leven en wat dat voor mij inhoudt. Vragen als “wat heb jij nodig om te voelen dat jij leeft” zijn daarin voor mij erg cruciaal. Het triggert mij, daagt mij uit om buiten mijn comfort zone te denken. Gisteren werd ik mij, tijdens zo’n gesprek, bewust van het feit dat ik heel goed ‘out of the box’ kan denken, maar dat dit iets anders is dan buiten je comfort zone denken. Mijn comfort zone is voor mij veiligheid maar tegelijkertijd een belemmering. Een belemmering in het nastreven van mijn droom, en die droom is weer essentieel voor mijn bestaansrecht (ik kan door de droom voor mijzelf mijn bestaansrecht rechtvaardigen o.i.d.). Wil ik werken aan mijn bestaansrecht, moet ik de belemmeringen wegvagen en mijn droom nastreven. Dus mij buiten mijn comfort zone begeven. Mijn ‘veiligheid’ opgeven en gaan voor het avontuur.

Ik stel mijzelf dan de vraag of het hebben van onveiligheid voor mij dan het gevoel oplevert dat ik leef. Heb ik het avontuur nodig om voor mijzelf te rechtvaardigen dat ik leef en daar ook ‘gewoon’ recht op heb. Dus bestaansrecht heb? Het doet mij een beetje denken aan het kinderboekje over Rupsje Nooitgenoeg.  Deze bleef maar doorgaan (in dit geval met eten) totdat hij uiteindelijk de transformatie kon maken tot een mooie vlinder. Ik blijf, of liever gezegd moet blijven, doorgaan totdat ik eindelijk de transformatie kan doormaken. De tansformatie houdt voor mij dan in dat ik mijzelf bestaansrecht gun en een leven kan leiden in plaats van een leven lijden.

Wil het voelen dat ik het recht niet hebt om te bestaan dan ook zeggen dat ik niet wil leven? Nee, ik wil niet dood, maar ik hoef ook niet te leven. Dat is al wel een positieve ontwikkeling in mijn gedachten, eerder wilde ik gewoon niet leven. Ik accepteer het leven als iets dat nou eenmaal zo is. Dit is ook gebaseerd op het feit dat mijn pogingen om eruit te stappen (bewust en onbewust) tot nu toe altijd verhinderd zijn. Ik ga er, voor mijn gemak, dan maar vanuit dat ik nog iets moet doen op deze aarde voordat ik weg mag. Wil dit zeggen dat ik geen suïcidale gedachten meer heb, nee, deze blijven gewoon aanwezig. Ik heb ze geaccepteerd, het hoort (voorlopig) gewoon bij mij. Doe ik pogingen? Nee, in ieder geval niet bewust. Het overvalt mij soms, vanuit het niets, maar dat is hooguit 2 of 3 keer per jaar. En aangezien ik mij daar toch niet op voor kan bereiden laat ik het maar met rust.

Om het weer even terug te brengen naar het herstelproces. Gesprekken zoals gisteren brengen mij een stukje wijsheid en inzicht. Ik besef nu dat ik wat betreft het stukje bestaansrecht nog niet zover ben als dat ik dacht. Dat ik, wat dat ene stukje betreft, nog gewoon in fase twee zit. Ik ben dan wel aan het worstelen, maar ik kom zeker boven. Luctor et Emergo.

Koos

De bedoeling was goed

In de afgelopen week heb ik een gesprek gehad met iemand die aan het vastlopen was. Depressief en suïcidale gedachten waren hem niet vreemd. Ik was gevraagd door een van zijn familieleden om eens met hem te praten, hij stond er wel voor open dus heb ik een afspraak met hem gemaakt.

Een van de onderwerpen waar we over gesproken hebben was de betrokkenheid van zijn omgeving. We kwamen al snel tot de conclusie dat die er zeker was, er werd naar hem geluisterd, er werd geprobeerd hem hoop te geven, lichtpuntjes te laten zien en er werd gepraat. Maar wat we ook tot de ontdekking kwamen is dat ze elkaar niet begrepen. Hij gaf een paar voorbeelden van gesprekken die hij met mensen in zijn omgeving had gehad. Het getuigde inderdaad van een grote betrokkenheid, maar ook van miscommunicatie. Er werd duidelijk niet begrepen wat sommige woorden, uitspraken voor deze man betekenden, wat ze teweegbrachten.

In een van de gesprekken gaf iemand aan dat hij zich zou kunnen richten op een bepaalde richting, een doel stellen. Op zich een goed idee, maar er werden een paar volkomen verkeerde voorbeelden gebruikt. Een van de voorbeelden die gegeven werden was het zoeken naar iets wat hij leuk zou vinden. Niet door erover te denken, maar gewoon door het eens te proberen, het leverde hem misschien wel een leuke hobby op. En wie weet leidde dat wel tot vrijwilligerswerk of zelfs een betaalde functie. Op zich helemaal geen verkeerde gedachte. Werk werd een richting, maar geen doel op zich. Top. Maar het andere voorbeeld bracht hem alleen maar stress en onrust.

Er werd door iemand anders gesteld dat hij een doel moest zoeken die eigenlijk niet haalbaar was. Dan moest hij zich continu bezighouden met een bepaald iets, en dat zorgde dan voor afleiding. Deze persoon gaf (waarschijnlijk als grapje) als voorbeeld het vinden van liefde en dus ook seks. ’s Avonds ging deze man daar dus finaal door van de kaart. Want in zijn ogen werd er gezegd dat liefde en seks voor hem dus niet meer weggelegd waren, een niet haalbaar doel. En dat was voor hem onverteerbaar, er was hem in het verleden al zoveel ontzegt op dat gebied, hij had al zolang dingen gemist. In zijn jeugd van pleeggezin naar pleeggezin, daarna een aantal langdurige opnames in de GGZ, en twee relaties die stuk liepen door zijn kwetsbaarheid (waarvan de laatste nog niet zolang geleden).

Deze man heeft het geluk gehad dat hij opgevangen is door een goede vriend en door een goede behandelaar. Zij hebben het samen met hem kunnen relativeren waardoor hij weer tot rust kwam. Maar als dit niet was gebeurd had ik deze man nooit leren kennen, omdat hij eruit gestapt was. En dat door een verkeerd gevallen, maar goed bedoelde opmerking.

Moraal van dit verhaal: pas op met wat je zegt als naaste van iemand met een kwetsbaarheid, maar pas ook op als persoon met een kwetsbaarheid. Houd er rekening mee dat niet iedereen begrijpt wat woorden voor je kunnen betekenen. Vraag om bevestiging van je gedachten, je zult dan zien dat het waarschijnlijk anders bedoeld is dan dat jij het opgevat hebt. Het kan een boel ellende voorkomen.

En houd in gedachten: ze bedoelen het goed.

p.s. geplaatst met toestemming van de betreffende persoon

Leven op Hoop

De laatste week van het jaar is aangebroken en dan kan ik er niet aan ontkomen om het afgelopen jaar te overdenken. Raar genoeg begint het overdenken dan bij maandag (1e kerstdag). Normaal gesproken kan ik mijn dag wel goed doorleven, maar gisteren lukte dat op een of andere manier niet zo goed. Mijn gedachten waren wat somber en ik voelde dat ik elke keer wat verder aan het afglijden was. Normaal gesproken krijg ik dat tijdens het wandelen wel weer onder controle, maar zelfs dat lukte mij niet. Afleiding genoeg gehad ‘s middags (bezoekje aan mijn ouders met mijn kinderen), maar ook dat kon mijn gedachtegang niet omkeren. Dus maar een andere vorm van zelfhulp ingezet, schrijven. Vandaag lees ik het een keer na en besluit het weg te gooien, niet echt positief. Maar het zet mij wel aan het denken.

Het zet mij aan het denken omdat het eindigt met de vraag ‘waardoor ik er nog ben’. Vooral het gebruik van het woord waardoor zet mij aan het denken. Ik voel mij vaak nutteloos en mijn zelfbeeld is ook niet echt optimaal, dat weet ik en daar werk ik aan. Maar als ik in een depressieve stemming ben vraag ik mij meestal af ‘waarom ik er nog ben’, dit is de eerste keer dat ik mij afvraag ‘waardoor’. Als ik daar een antwoord op ga zoeken dan kom ik in eerste instantie op een praktisch gericht lijstje (familie, vrienden, werk, stichting herstelproces), praktisch omdat het tastbaar of zichtbaar is. Als ik het afgelopen jaar erbij betrek, dan zie ik dat dit niet het enige is waardoor ik er nog ben. Er zijn in het afgelopen jaar wel een aantal dingen gebeurd die dat bevestigen (wat ook weer te maken heeft met de fase van mijn herstelproces uiteraard).

Nee, ik ben er nog omdat ik hoop heb. Ik heb hoop dat het elk jaar weer beter met mij gaat, hoop dat ik elk jaar mijzelf weer een stukje beter leer kennen. Hoop dat de dromen die ik heb, uitgevoerd gaan worden, hoop dat er ook weer nieuwe dromen voor in de plek komen. Hoop dat het goed gaat met mijn familie en vrienden, hoop dat mijn dierbare vrienden dit ook blijven. Hoop dat ik mij kan blijven inzetten voor anderen, gewoon door mens te zijn.

Ook in het afgelopen jaar heb ik te maken gehad met mooie mensen, oude bekenden en nieuwe gezichten. Een jaar waarin er mooie (en nuttige) contacten zijn ontstaan en oude contacten weer nieuw leven zijn ingeblazen. Een jaar die veel ups heeft gekend, maar zeker ook behoorlijke downs. Ik ben ook dit jaar weer dankbaar voor de steun die ik heb gehad in mijn moeilijkere tijden. En dankbaar voor de ondersteuning in goede tijden. Is het een mooi jaar geweest? Nee, dat niet maar wel een goed jaar. Ik hoop dan ook dan het komende jaar minimaal net zo goed zal worden. Als ik afga op het feit dat ik een omslag heb gemaakt (niet meer waarom, maar waardoor) dan zal het ongetwijfeld goed komen.

Ik wens iedereen een fijne jaarwisseling en een jaar vol met hoop, want hoop doet leven.

Mijn leven is een hel op weg naar het paradijs.

In eerste instantie wilde ik als titel iets anders gebruiken; Mijn leven was, is en blijft een hel. Maar dat heeft zo’n negatieve smaak en ik wil er wel iets positiefs van maken. Terwijl positiviteit eigenlijk de veroorzaker is van mijn huidige stemming. Erg dubbel dus, maar wel de waarheid.

De positieve ontwikkelingen die ik zie, meemaak en veroorzaak, zijn voor mij soms moeilijk om mee om te gaan. Ik weet waar dit vandaan komt, een kwestie van straf en boetedoening en dus vind ik dat ik al die positiviteit niet verdien. Mijn verstand zegt dat dit flauwekul is, dat ik krijg en tegenkom wat ik verdien en dat ik daar zelf ook een rol in speel, dus wat zeur ik nou. Mijn gevoel zegt echter hele andere dingen en in de meeste gevallen heeft mijn gevoel sterk de overhand. In het verleden was het omgekeerd, mijn verstand leidde mij en mijn gevoel deed er niet toe. Sinds ik in aanraking ben gekomen met de psychiatrie heb ik dat kunnen omdraaien. Ik ben wat mijn gevoel zegt, ik ben altijd mijzelf. Alleen het in balans brengen van verstand en gevoel is voor mij niet altijd makkelijk.

Mijn verstand heeft wel een beetje gelijk. Want als ik eerlijk ben gaat het best wel goed met mij. Ik heb een leuke, betaalde baan en werk met leuke en gemotiveerde mensen, de projecten die ik vanuit de Stichting Herstelproces doe ontwikkelen zich goed en worden positief ontvangen en ook daar werk ik met leuke, inspirerende en gemotiveerde mensen. Mijn kinderen staan goed in het leven en vinden hun weg. Financieel kan ik het ook redden, af en toe met wat hulp, en dat is weleens anders geweest. En ik heb mensen om mij heen die ik zeer waardeer en respecteer, die mij hun vriendschap waard vinden. Dus wat zeur ik nou.

En toch kan ik mijn leven nog niet als positief ervaren, al zit er wel een verbetering in. Ik ben op weg en merk dat heel af en toe. Ik ben van negatief al gekomen tot neutraal, en dat is best wel een ontwikkeling. Ik moet mij zelf er af en toe nog wel op wijzen, dan benoem ik voor mijzelf de punten waar ik aan merk dat er wat aan het veranderen is. Ik heb jaren ’s nachts nachtmerries, elke nacht weer. Ik merk nu dat er ook af en toe nachten bijzitten dat ik geen nachtmerrie heb gehad en dat ik de nacht doorbreng zoals die bedoeld is, slapend. Het opstarten ’s morgens heb ik ook steeds beter onder de knie, al heb ik wel mijn “roze bril” nog nodig en mijn ochtendritueel/structuur. Maar het kost iets minder energie dan het gedaan heeft. Tegenover deze positieve ontwikkelingen staat echter een wat mindere ontwikkeling overdag. Ik heb wat vaker last van wat ik “acute” suïcidaliteit noem, ik bevind mij dan van het ene op het andere moment in een tunnel waar ik niet of bijna niet meer zelf uitkom. En dat is dan wel weer lichtelijk beangstigend. Maar ik dwing mijzelf ertoe om de gedachte vast te houden dat dit tijdelijk is en ook vanzelf minder gaat worden. Niettemin blijft de onrust bestaan.

Maar heel algemeen gezien merk ik dat ik op de goede weg ben, dat ik het pad dat ik wil volgen steeds duidelijker voor ogen heb. Het brengt mij steeds verder in de richting die ik wil, al blijft het zo nu en dan zoeken (twijfelen eigenlijk). Of ik het paradijs ooit bereik dat weet ik niet, maar dat ik vanuit de hel wel de goede afslag heb genomen is mij wel duidelijk.

Koos

Grote ogen en open mond, brede glimlach en tranen

Ik heb de nodige eigen ervaringen opgedaan op het gebied van zelfdoding, zogenaamde TS, en het hebben van suïcidale gedachten. Ik ben daar erg open over en het is voor mij een soort van missie geworden om het onderwerp bespreekbaar te maken. Ik voer dan ook regelmatig gesprekken met mensen die te maken hebben (gehad) met suïcidale gedachten, bij zichzelf of bij iemand in de omgeving. Deze gesprekken voer ik vanuit mijn werk (GGz Centraal) maar ook vanuit de Stichting Herstelproces (www.herstelproces.nl). Er wordt weleens aan mij gevraagd hoe die gesprekken verlopen en wat het met mijzelf doet, ik hoop daar met dit artikel wat duidelijkheid in te geven.

Ten eerste waak ik ervoor dat ik te koop loop met mijn eigen ervaringen, het gaat niet om mij maar om diegene met wie ik in gesprek ben. Het gesprek start, na een korte kennismaking, voor mij altijd met de vraag of mijn gesprekspartner wat wil vertellen over zijn of haar gedachten of dat ze willen beginnen met vragen aan mij te stellen. De regie ligt altijd bij mijn gesprekspartner. Ik geef wel altijd aan dat ik in principe niks doorgeef (alleen algemeen) maar dat ik als ik denk dat het nodig is wel aangeef dat mijn gesprekspartner dit ook moet doorgeven aan zijn of haar hulpverlener (eventueel doe ik dat). En uiteraard in crisissituaties neem ik de nodige stappen.

In de meeste gevallen begint het met het vragenstellen. Ik vertel dan over het gevoel dat ik ervaar als ik suïcidaal ben, hoe ik omga met de gedachten die vrij constant aanwezig zijn, maar nooit over de manier. De reacties die ik tijdens mijn verhaal zie zijn vaak hetzelfde; mensen krijgen grote ogen, soms valt hun mond open en hun blik veranderd. Het is een blik van opluchting, herkenning en verbazing. Op dat moment valt de drempel weg en beginnen ze te vertellen. Dan begint het gesprek, en hoe diep dat gaat is afhankelijk van de situatie en de wens van mijn gesprekspartner. En wat nooit gebeurd is dat het alleen maar over suïcide gaat. Er komen ook andere onderwerpen aan bod en als het even kan komt ook humor om de hoek kijken.

Soms gebeuren er ook andere dingen. Dan heb ik een gesprekspartner die tijdens mijn verhaal begint te grijnzen wat over gaat in een brede glimlach. De reactie die er dan komt is die van blijdschap, dat het ze goed doet dat er iemand is die hetzelfde meemaakt. Dat er gewoon over gepraat kan worden, zonder dat er direct allerlei alarmbellen gaan rinkelen. Dat ze met iemand kunnen praten die echt begrijpt wat ze doormaken, wat de gedachten doen en waarom dit zo’n impact heeft. En hoe zwaar het onderwerp ook is, zijn dit eigenlijk vrolijke gesprekken.

Ik had laatst een gesprek met iemand, onbekende voor mij, die aan het eind van haar latijn was. Absoluut niet meer wist waar ze terecht kon en hoe ze dat moest aanpakken. Ik heb haar verhaal aangehoord en vragen gesteld. Ze werd ineens, vanuit het niets, emotioneel en begon te huilen. Op deze manier had ik het nog nooit meegemaakt, maar voor alles is een eerste keer. Ik vroeg haar waar die emotie ineens vandaan kwam en van haar antwoord kreeg ik kippenvel. Ze vertelde dat dit de eerste keer was dat ze het gevoel had dat er iemand echt naar haar luisterde en dat dit zo’n verschrikkelijk goed gevoel was dat ze haar masker niet meer kon vasthouden. Ik vind dit verschrikkelijk, ik had net gehoord hoeveel hulpverleners zij al had gesproken, en het feit dat ze zich nooit gehoord voelde, dat dit de eerste keer was zorgde bij mij voor kippenvel. Wat heb ik toch een mooi beroep.

Ik vraag mijn gesprekspartners ook altijd om zichzelf in te schalen, 0=geen gedachten 10=actief bezig. Het valt mij dan altijd op dat ze zichzelf meestal inschalen zoals ik hen ook inschaal. In de loop van de gesprekken die ik voer zie ik ook dat de inschaling langzaam naar beneden zakt. Zeker niet alleen door de gesprekken die ik met ze voer, maar ook door de openheid die zij steeds meer tonen bij de hulpverleners. Ze maken het op alle fronten meer bespreekbaar, en dat zorgt voor de verlaging.

En wat doet het met mij?

Wat het met mij doet is zeer wisselend. Soms word ik geraakt door de plotselinge omslag in emotiebeleving, maar dat zou iedereen hebben lijkt mij. Meestal geeft het mij voldoening. Het geeft mijn leven zin, betekenis. Wat is er nou mooier dan het inzetten van je eigen kwetsbaarheid om daar anderen mee te kunnen ondersteunen. Voor mij niks, dit is waar het omgaat bij ervaringsdeskundigheid wat mij betreft. Daarom is het voor mij ook belangrijk dat ik deze contacten heb ook al horen ze niet in mijn functieomschrijving (regiocoördinator herstel en herstelactiviteiten). Ze motiveren mij om het andere aspect van mijn werk zo goed mogelijk uit te voeren.

Het praten over, bezig zijn met, suïcidaliteit is ook voor mijn eigen belevingen goed. Het geeft mij ruimte in mijn hoofd om ook met andere zaken bezig te zijn. Het heeft dan ook geen negatieve invloed op mijn eigen suïcidaliteit. Die wordt door hele andere zaken geprikkeld en zijn op dit moment niet meer te voorspellen.

Ik word wel altijd emotioneel als ik weer hoor dat er iemand uit het leven gestapt is. En dan maakt het niet uit waar of wie, want iedere zelfdoding is er een teveel. Het feit dat deze actie altijd iets is wat iemand alleen moet doorstaan vind ik verschrikkelijk, en dat maakt mij emotioneel. De eenzaamheid die je voelt als je op het punt staat om uit het leven te stappen. Die eenzaamheid is zo groot en zo pijnlijk dat het je gedachte alleen maar kan bekrachtigen. Probeer dan maar eens, in je eentje, uit die koker te komen.

In de documentaire ‘een onvergetelijk afscheid’ zegt een van de mensen “dat zij het alleen heeft moeten doen is veel pijnlijker dan mijn eigen pijn”. Iemand die beseft hoe erg het is om daar alleen voor te staan. De documentaire vind ik überhaupt erg mooi. De uitspraken die de mensen doen zijn veelzeggend en vanuit het hart. En het gaat niet alleen om de personen die suïcide hebben gepleegd, er komen ook nabestaanden en naasten aan het woord. De documentaire is wat mij betreft zeker de moeite van het kijken waard.

De kritische noot.

Natuurlijk is er ook een kritische noot. Als ik kijk naar mijn ervaringen met deze gesprekken, waarvan ik weet dat er meer ervaringsdeskundigen dat doen en hetzelfde ervaren als mij, dan snap ik niet dat er vaak voor gekozen wordt om geen ervaringsdeskundigen in te zetten op het moment dat er iemand met suïcidale gedachten te maken krijgt of heeft. Niet dat elke ervaringsdeskundige dit soort gesprekken aankan, er moet zeker gekeken worden of de betreffende ervaringsdeskundige dit kan en wil (in onderling overleg), maar het op voorhand uitsluiten van de inzet vind ik erg triest. Volgens mij komt dit voort uit angst. Zou de ervaringsdeskundige dit niet erger maken? Zou de ervaringsdeskundige hier zelf niet een terugval krijgen (want we moeten ze niet te veel belasten want ze zijn wel kwetsbaar en ex-cliënt). Als dit de vragen zijn waarmee men kampt, dan denk ik dat de betreffende personen nog niet goed beseffen wat een ervaringsdeskundige is. En dat is jammer, hierdoor ontstaan veel gemiste kansen, gemiste kansen die invloed hebben op het herstel van de cliënt.

Koos