Met vallen en opstaan – mijn verhaal

Rond 1997 ben ik voor het eerst opgenomen. Ik blowde veel, verkocht wiet en begon ook met pillen en speed te verkopen en voornamelijk te gebruiken. Ik bezocht regelmatig house feesten, maar werd vaak paranoia. Ik baalde hiervan, maar ik liet me daardoor niet uit het veld slaan. Ondanks mijn gebruik en slechte invloeden die het paranoia gevoel, stemmen en hallucinaties triggerden, bleef ik het drugsleven leuk vinden. Mijn hoofd drug was nog steeds wiet, waar ik vaak ook van hallucineerde. Dit speelde door mijn gehele opnames heen, Ik heb denk ik 3 keer 2 Rechtelijke machtigen doorleefd. Dit had o.a. te maken met mijn slechte invloed van wiet en evt. andere drugs.

Na de laatste keer was ik het zo zat om steeds opgenomen te worden dat ik dacht wat moet ik met mijn leven. Ik besloot weer naar school te gaan. Na een misser om in het toerisme te gaan studeren,  liet ik me ook vrijwillig opnemen. Kwam ik op het idee om verpleegkundige te gaan doen. Dit vond ik leuk en kreeg succes verhalen. Ik ging naar de stemmen poli om met mijn stemmen  leren om te gaan. ik kwam door mijn opleiding al snel in aanraking met mensen met een verstandelijke beperking. Hier moest  ik mezelf zijn om mijn werk uit te voeren, deze werkwijze beviel me wel en ik floreerde. Iets wat me al jaren niet gelukt was. Ik leerde steeds beter met mijn symptomen om te gaan. En in gesprek met de sociaal psychiatrisch verpleegkundige sprak ik mijn klachten uit en vond ik vaak zelf oplossingen. Ik kende hem al van tijdens mijn eerste opname. Hij kwam me opzoeken toen ik nog op gesloten zat.

Tijdens mijn opleiding, stages en na mijn eerste opleiding verzorgende, kreeg ik een baan en kreeg mijn waardigheid en identiteit weer langzaam terug . De symptomen gingen naar de achtergrond en ik kreeg het gevoel iets goed te kunnen. Het zorgde ook na mijn verpleegkundige opleiding dat ik kon leren en stroomde door naar het HBO.

Mijn vertrouwen was weer hersteld, dit zorgde ook voor dat ik weer eens drugs ging gebruiken. Ik had de theorie dat ik ook binnen het drugs gebruik moest kunnen functioneren. Ik gebruikte, maar zorgde goed voor mezelf en bleef gewoon werken en naar school gaan. Ook hier kreeg ik succes verhalen in. Ik was ondertussen gestopt met blowen omdat dit niet samen ging met mijn leven die ik had opgebouwd. Maar speed ging prima, al gebruikte ik nooit op mijn werk of op school. Dit zorgde ervoor dat ik steeds meer verschillende middelen ben gaan gebruiken en verkopen, wat weer zorgde voor een terugval. Maar door het opgebouwde werk en school ervaringen kon ik razend snel weer herstellen. Waar ik vorige keer een jaar of 7 over gedaan had, deed ik nu 2 jaar over.

Eigen regie

Zoals eerder aangegeven  besloot ik voor mezelf dat het zo niet langer kon. Ik moest wat gaan doen aan mijn toekomst. Mijn vader heeft altijd het belang van opleidingen aangekaart. Dit heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat ik dacht dat ik weer naar school moest gaan om in ieder geval een diploma te verkrijgen. Ik was 21 jaar geweest en had nog niet veel succes ervaringen in het leven gehad. Vanuit de kliniek ben ik eerst weer thuis gaan wonen, dit was nog wel een dingetje omdat mijn ouders best veel met me meegemaakt hadden. Van daaruit ging ik weer naar school, eerst in Zwolle, maar dat mislukte. Dit omdat de opleiding niet paste en omdat ik bij een vriend sliep wat zorgde dat ik geen rustige omgeving had om te studeren. Maar vooral omdat de opleiding niet bij me paste.

Vervolgens ben ik weer een keer vrijwillig opgenomen. Tijdens deze opname was ik erg gericht op mijn personal medicijn. Ik ging jongleren om rustig te worden en kon goed vertellen wat er met me aan de hand was. Ik doseerde de slaapmedicatie zelf en kon gesprekken met andere cliënten hebben.  Nu terug denkend over herstel.  Op een andere manier dan nu, maar het ging wel over wat iemand bezighield en hoe diegene daar mee om kon gaan.  Op een gegeven moment gaf de verpleging me een tip dat ik wel de opleiding verpleegkundige kon gaan doen. En of ik daar over had nagedacht. Dat had ik nog niet maar ben ik gaan doen, wat resulteerden dat ik me had aangemeld voor de opleiding verzorgende IG.

Voordat ik was opgenomen had ik ook net mijn rijbewijs gehaald en kreeg mijn eerste auto, een Renault 4. Dit zorgde dat ik met de auto naar school kon en dit me meer vrijheid gaf. Tijdens mijn opleiding voor verzorgende kwam ik er al snel achter dat ik kon leren als ik er maar energie in stook en dat ik kon functioneren ondanks dat ik nog verschillende klachten had. Ik ging naast mijn opleiding dan ook naar de stemmen poli in Groningen. Na twee jaar thuis te hebben gewoond kreeg ik een eigen woning, die was niet ver van mijn ouders en zorgde voor een nieuw begin. Ik had nog nooit een echt eigen woning gehad, ondanks dat ik met mijn 17 jaar uit huis was gegaan.

Tijdens mijn opleiding kwam ik in aanraking met de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Dit was voor mij het begin van een succes verhaal in het werken. Daarvoor hield ik een baan nog geen 3 maanden vol. Maar omdat ik mezelf kon zijn en daar gelijk mensen mee hielp ging het redelijk vanzelf. Ik bouwde een band op met cliënten en collegae.  En al snel had ik een betaalde baan. Ook ging ik naar de verpleegkundige opleiding. En ik ging me geheel richten op de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Ook ging ik me verdiepen in mijn eigen ziektebeeld en leerde steeds beter om te gaan met de psychotische klachten. Dit doordat ik ook gesprekken had met de sociaal psychiatrische verpleegkundige. Zo zorgde ik er voor dat ik een visie op werken met een psychische beperking creëerde. De manier van leven zorgde ervoor dat ik weer leefde en niet zo geremd werd door mijn psychische achtergrond. Ik moest zelfs herkeurd worden vanuit de Wajong en deed mijn best om goed gekeurd te worden. Dit lukte en kon hierdoor weer een hoofdstuk afsluiten.

Na jaren van vooruitgang, gaf me dat hoop dat ik soms ook weer drugs kon gaan gebruiken. Dit ging goed, ik kon blijven functioneren. En stelde me als doel om het gevoel van niet kunnen functioneren met drugs in mijn leven om te zetten in dat ik dat wel kon, dit om de negatieve lading ervan af te halen die ik er aan heb opgeplakt.  Ik zeg niet dat drug goed voor je zijn, maar dat ze door de eeuwen heen gebruikt worden om verschillende redenen. Ik denk dat drug dan ook door de maatschappij zijn veroordeeld. En snap dit ook, maar wil hier zelf niet aan mee doen. Maar het drug gebruik zorgde ervoor dat ik steeds meer verschillende drug ging gebruiken en uiteindelijk zorgde dat ik binnen mijn leven niet staande kon houden. Een terugval was een feit en ik werd weer opgenomen.

Ik herinnerde me de momenten van eerdere opnames nog, dus besloot om speed te blijven doorgebruiken om de verveling tegen te gaan. Ook zocht ik snel een eigen plek in Heerenveen waar ik was opgenomen. Ik was uit huis gezet dus moest sowieso een andere plek zoeken. Ik deed dit snel zodat ik een plek had om heen te gaan als ik vrijheden had. Dit zorgde ervoor dat ik niet doelloos rond hoefde te lopen en kon ik deels mijn eigen dag invulling regelen. Ik wist ook dat als ik weer uit de kliniek was, ik mijn opleiding zou gaan afmaken. Op dat moment een HBO opleiding. Ik had me altijd wel voorgehouden dat ik niet onder schooltijd en werktijd kon gebruiken. En dat ik eigenlijk beter niet kon gebruiken als ik moest presteren.  En besloot dan ook na mijn opname te stoppen met speed en me te richten op mijn toekomst.  Dit lukte, wel met vallen en opstaan, maar ik zorgde ervoor om mezelf te herpakken. Ik maakte mijn opleiding af, en ging naar werk zoeken. Iets wat ik ook al besloten had toen ik nog opgenomen was.  Ik had dus al een plan gemaakt om mijn herstel in te zetten toen ik net in de kliniek was opgenomen en heb dit ook zo uitgevoerd.

Veranderde inzichten in mijn ziekte beeld

In het begin wilde ik me niet conformeren aan mijn ziekte beeld. Ik was niet ziek en wilde niet ziek zijn. Ik wilde mijn oude leven behouden en oppakken. Ik was het niet eens wat er met me gebeurde en wat ik ervaarde. Ik wilde geen medicijnen want ik was niet ziek. Ik wilde me niet zien als een psychiatrisch patiënt en ook niet geassocieerd worden met een psychiatrisch patiënt. Ik heb dan ook geen vrienden gemaakt in de kliniek en was continu bezig om zo snel mogelijk weer uit de kliniek te komen. Continu aan het vechten tegen de instelling en  tegen de klachten die ik ervaarde. Het gevecht met de kliniek uitte zich in verweer tegen de behandeling en het gevecht tegen de klachten uitte zich in het niet aanpassen van mijn levensstijl.  Deze combinatie zorgde ervoor dat ik steeds weer een terugval ervaarde.  Tot ik op een geven moment besefte dat ik zo niet verder kon leven.

Ik besloot me te conformeren aan de behandeling en langzaam mijn leven zo in te richten dat ik mezelf kan helpen. Ik ging praten over mijn belevingen en wat dat veroorzaakte. Dit zorgde ervoor dat toen het weer wat slechter ging ik mezelf kon helpen door een vrijwillige opname. Binnen deze opname had ik, zoals eerder gezegd, meer inzicht in mijn personal medicijn.  Ik kon aangeven waar ik rustig van werd. Waardoor ik minder valium achtige medicijnen hoefde te nemen. Tijdens mijn opname ben ik ook meer gaan zorgen voor mensen die ook in de kliniek verbleven. Het maakte me niet zo veel meer uit dat ik onder de doelgroep psychiatrisch patiënten viel. Dit omdat ik het gevoel had dat ik beter kon functioneren en mezelf kon helpen. Dit werd gezien door de verpleegkundigen en die gaven aan dat ik een goede verpleegkundige zou zijn. Ik had gesprekken met de sociaal psychiatrisch verpleegkundige, waar ik mijn klachten en problemen die ik in het dagelijks leven tegen kwam mee besprak. Dit zorgde ervoor dat ik leerde leven met mijn klachten en problemen. Maar daarnaast ben ik wel gaan zoeken naar mogelijkheden om mezelf in levensonderhoud te verzien. Dit zorgde ervoor dat ik automatisch weer nut kreeg in mijn leven.

De invloed van mijn aandoening op de relatie met anderen.

In mijn psychotische periodes zijn al mijn relaties onder druk komen te staan.  Tijdens mijn eerste psychoses waren dat voornamelijk mijn relaties met familieleden. Ik woonde samen met mijn broer en die heeft op een gegeven moment veel met mij te verduren gehad. Dit omdat hij tegen over mij kwam te staan doordat hij niet met mijn ideeën kon conformeren. Dit leverde wrijving op en zorgde ervoor dat er strijd ontstond. Dan zijn er mijn ouders, voornamelijk mijn vader. De relatie met mijn vader stond al op spanning omdat er vroeger veel ruzie thuis was. Ik koos er voor om de kant van mijn broer te kiezen en de ruzies uit de weg te gaan door uit huis te gaan. En ging samen met mijn broer wonen. Tijdens de aanloop naar mijn eerste psychoses was mijn vader bezig om te onderzoeken waar ik last van had. En kwam zo ook met de stemmen poli aanzetten, omdat ik last van stemmen zou hebben. Ik zag daar het nut niet van in omdat ik daar geen last van had. Ook vormde ze een front naar mij toe dat ik hulp nodig had. Omdat ik en de stemmen in complotten dacht, waar mijn ouders een onderdeel van uitmaakte wuifde ik elke vorm van hulp af. Ik vond dat iedereen tegen mij was. Een aantal vrienden uitgezonderd. Zo had ik een aantal vrienden die als ik paranoïde was, me ondersteunde tot ik weer helder kon denken. Ze bleven bij me als ik dat vroeg ook al was het voor hun ook zwaar om me in die toestand te zien. Ook werd ik geaccepteerd door verschillende mensen, door voornamelijk me te laten en te blijven helpen als ik daarom vroeg. Me ook niet de deur te wijzen, wat door sommige wel gebeurde.  Die mensen die dit voor me deden ga ik nu nog mee om. Mijn familie wilde me helpen en vonden dat ik opgenomen moest worden. Dit zorgde voor extra spanningen. In mijn laatste opname kwam er door verschillende oorzaken een tweedeling in de strijd. Mijn moeder en mijn middelste broer tegenover mijn vader en oudste broer. De laatste twee waren dan ook niet welkom toen ik was opgenomen en mochten niet mee denken in mijn herstel. Wat ik van de andere twee wel accepteerde. Al was dit voor hun wel spannend omdat ik voor hun onbetrouwbaar gedrag vertoonde en ik hun soms bang maakte. Maar desondanks konden zij wel bij me terecht en accepteerde ik voor in die toestand veel van hen.  In relatie tot vrienden koos ik steeds afstand van hun tot ik weer beter functioneerde, ik maakte mijn telefoon kapot en zorgde dat ik geen contact met hun kon zoeken om niet meer kapot te maken dan me lief was. Vervolgens als het dan weer goed ging zocht ik ze weer actiever op. Dit betekende niet dat ze me nooit vaag gezien hadden, maar dat als ik opgenomen was, ik vandaaruit geen contact zocht. Dit heeft mede te maken met het feit dat ik voor mezelf schaamde en ik toch weinig kon ondernemen met hun, vanwege mijn vrijheidsbeperkingen.

Inzichten vanuit de training meer dan verslaafd

Op dit moment heb ik een baan op een woonlocatie. Dit is een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Binnen deze organisatie is het aanbod voor traingingen groot, ze vinden dat je daar je eigen instrument bent in de begeleiding. Vanuit die visie vind de organisatie het dan ook belangrijk dat je jezelf blijft ontwikkelen door in een voor de werknemer  vaak gerichte cursus aanbod aanbied. Zo hebben we een aantal cliënten die zich met drugs bezig houden. Nu heb ik wel affiniteit en eigen ervaring met de doelgroep en drugs gebruik. Dit heeft mij en het team geholpen om beter te kunnen aansluiten bij deze cliënten. Maar omdat er recent een training binnen de organisatie was ontwikkeld, meer dan verslaafd, vond de teamleider het belangrijk dat we deze training gingen volgen. De training is ontwikkeld door iemand binnen de organisatie die zelf een alcoholverslaving heeft.  Deze persoon geeft aan dat ze elke dag nog bezig is om hiermee om te gaan. In deze training kwam een stuk theorie naar voren die voor mij een “eye opener” is geweest.  Verslaving is een ziekte van het beloningsysteem.  Het beloningsysteem werkt als volgt. Je ziet een appel en je krijgt zin in die appel, dit komt door dopamine. Je hersenen maken dopemine aan als je die appel ziet, zodat je weet: die appel is goed voor mij en wil ik op eten. Het geeft je een goed gevoel als je er aan denkt en je krijgt een drang om de appel te pakken. Als je de appel gegeten hebt dan verdwijnt de dopemine in je hersenen, doordat er serotonine wordt aangemaakt. Je pakt geen tweede appel omdat de dopemine verdwenen is. Ook van het doen van een hobby, het doen van sport of het doen van een activiteit  zoals afwassen of koken krijg je dopemine. Bij een persoon die verslavingsgevoelig is, wordt er steeds weer opnieuw dopemine aangemaakt, veel sneller dan bij mensen die niet verslavingsgevoelig zijn. Dit zorgt ervoor dat zij steeds meer willen en geen verzadigd gevoel krijgen.

Als je drug neemt denken je hersenen dat dit goed voor je is, en maakt dus dopemine aan. Maar de percentage dopemine is vele malen hoger dan wanneer je de appel ziet. Dit zorgt er voor dat je een grote drang krijgt naar het bepaalde middel, zelfs meer dan het eten van een appel of doen van een sport.  Als iemand verslavingsgevoelig is zorgt dit er voor dat je steeds sneller behoefte hebt aan een nieuwe shot. Door veelvuldig te gebruiken, zorg je voor een disbalans van je dopemine huishouding.

Deze inzichten hebben voor mij duidelijk gemaakt waar die drang vandaan komt om weer opnieuw drug te gaan gebruiken. En waarom die drang zo sterk is en geeft me verklaringen waarom ik steeds meer drug ging gebruiken. Ook verklaart het dat het me gelukt is om van de drugs af te blijven toen ik weer actief bezig ging met school en mijn leven oppakken. Ik bleef namelijk actief bezig door naar school te gaan die ik altijd als positief heb ervaren en me een goed gevoel(dopemine) gaf. Ik ging weer theatersport uitoefen en zocht weer werk. Ik begon met vrijwilligers werk en kreeg later een baan bij deze organisatie. Dit heb ik na mijn eerste opnames ook zo gedaan, ik haalde voldoening uit school, stage, werk en ging me met theater bezighouden. Met andere woorden ik haalde me dopemine ergens anders vandaan om me goed te voelen. En ik bracht mijn dopemine huishouding weer in balans. Dit zorgde dat ik minder drang had naar drug en kon ik er makkelijker vanaf blijven.