Mijn Herstelverhaal – Richard

Mijn herstelverhaal staat, zoals denk ik bij iedereen, in het teken van up’s en down’s. Ik zal proberen terug te gaan naar mijn, achteraf bezien, eerste herstelmoment, en daar chronologisch herstelmoment na herstelmoment aan toe te voegen.

Na een intensieve gebruiksperiode van 25 jaar, een relatiebreuk en een flinke depressie daarop volgend, stortte ik eind mei 2013 volledig in. Dit resulteerde in een suïcidepoging. Daar zouden nog enkele op volgen.

Ik verkeerde in een totale toestand van ontreddering. Vanaf mijn 16e was ik al in gebruik, begonnen met alcohol, geëindigd met alcohol, en daar tussenin zo’n beetje alles gebruikt wat God verboden had. Mijn leven en mijn carrière opgebouwd in gebruik. Maar na dit alles, en een relatiebreuk en daarna, min of meer volkomen vereenzaming, stortte ik in. De verstandhouding met mijn ex was slecht, ik zag de kinderen niet meer, zakelijk ging het natuurlijk ook niet zo lekker meer en ik was aan het eind van mijn Latijn. Ik liep al langere tijd met de gedachte: Hoe kom ik uit deze impasse, hoe kom ik hier uit, hoe geef ik dit een wending ten goede? Ik had al het hoogst haalbare op mijn vakgebied wel behaald, maar had in mijn werkzame leven ook nog een slordige 25 jaar te gaan. Eigenlijk stelde ik mezelf steeds maar dezelfde vraag: Wat moet ik doen, wat kan ik doen en wat wil ik dan eigenlijk. Ik kwam er niet uit en besloot, uitgeput en murw geslagen, er maar een eind aan te maken. Ik kon niet meer, ik wou niet meer.

Toen ik weer bij mijn positieven kwam op de IC in het Scheperziekenhuis in Emmen was ik eerst teleurgesteld. KUT! Het was mislukt! Had ik niet genoeg pillen ingenomen, niet genoeg sterke drank erbij? Ik had toch ook nog een paar ferme slokken spiritus ingenomen? Ik snapte er helemaal niets meer van.

Doorverwezen naar de open afdeling van de GGZ te Emmen herstelde ik lichamelijk vrij snel van de door mijzelf toegebrachte schade. Geestelijk was ik nog lang erg verward maar de beschermde omgeving van de afdeling deed me goed. Hierop terugkijkend was dit voor mij een eerste stap in mijn herstelproces. Ik wist nog niet hoe, ik wist nog niet wat, maar een eerste stap was gezet. Ik wilde eigenlijk helemaal niet dood, ik wilde leven. Maar niet meer zo als ik daarvoor mijn hele leven had geleefd, en kon nog niet precies handen en voeten geven aan ‘hoe dan wel’ maar er was iets heftigs gebeurd, het ijs was gebroken. Ik had nog totaal geen zicht op hoe ik dit vorm zou gaan geven maar ik kon weer iets dóen.

Ik werd doorverwezen naar de VNN-kliniek in Leeuwarden. Observatie en diagnostiek. Na daar 4 weken te hebben doorgebracht kreeg ik het advies voor een langdurige klinische opname. HoogHullen. Mijn eerste reactie was: Geen denken aan! Ik had immers een eigen bedrijf en moest weer aan het werk. Er moest weer geld binnenkomen. Na enig overleg kreeg ik uiteindelijk het advies mee om dan toch op z’n minst de KD te gaan doen. Kortdurende dagopname in Leeuwarden. 9 Weken te gaan, dat kon ik nog wel overzien. Ik ging dan op de vrijdagmiddag naar huis, lees: vrijdagavond weer aan het werk, zaterdag de hele dag klanten, zondagochtend even uitslapen en  zondagmiddag, eind van de middag, weer terug naar Leeuwarden. Hoewel ik de behandeling met goed gevolg heb afgesloten, “het beste jongetje van de klas”, was dit scenario natuurlijk gedoemd om te mislukken. Na met ‘eervol’ ontslag te zijn gegaan zou ik deel gaan nemen aan de 3-daagse deeltijdbehandeling in Emmen. Die 3-daagse nam ik niet zo serieus, ik was immers “genezen”! Daar van uitgaande dacht ik: Het kan wel weer, af en toe een borreltje. Met als gevolg dat ik na pakweg 5 weken weer gewoon terug was bij af!

Na mijzelf weer volledig te hebben overschat, inmiddels al weer overwerkt, én in gebruik, heb ik eind November op een avond, in een soort van paniekaanval, mijn moeder gebeld. Ik was bang dat ik, net als een half jaar daarvoor, mijzelf weer iets aan zou doen. En, zonder dat zelf echt door te hebben, wou ik dat kennelijk  helemaal niet. Mijn moeder heeft me toen opgehaald en, er was inmiddels al weer contact met VNN, Fact-team, ben ik een weekje bij haar geweest om vervolgens door te stromen naar de IC-detoxafdeling in Beilen. Ook hier kan ik nu op terugkijken als zijnde een tweede stap in hertstel. Totale ontreddering en wanhoop, maar geen doodswens meer. Ik wou mezelf niet nog eens iets aan doen. Hoe bizar en onwerkelijk het ook voelde, ik wilde leven!

Na de detox in Beilen te hebben doorlopen kreeg ik het advies nu toch maar wel een langdurige klinische opname te gaan doen. KD was leuk geprobeerd maar voor een verslaving van 25 jaar was een opname van 4 maanden toch  ‘iets’ te kort. Eenmaal gearriveerd op HoogHullen dacht ik: Wat er ook gebeurt, ik maak dit af! Hoe moeilijk ik het hier ook zal krijgen; Ik was natuurlijk allang op de hoogte van al de horrorverhalen over HoogHullen, ik maak het af. Dat is achteraf een héél goed besluit geweest.

HoogHullen was, zoals ik was geïnformeerd, een soort van heropvoedingskamp. Je zou helemaal tot op je enkels worden afgebrand om daarna, stukje bij beetje, weer te worden opgebouwd. Zo heb ik het allerminst ervaren. Geloof het of niet. Ik heb er een fantastisch jaar gehad. Ik hoefde niet te worden heropgevoed, ik kwam immers niet van de straathoek, en had al een heel sociaal, beschaafd, leven achter de rug. Wat ik daar wel weer heb teruggekregen is mijn eigenwaarde en zelfrespect, welke  na zo’n hachelijke periode natuurlijk waren gereduceerd tot 0. Het kunnen herstellen van mijn zelfbeeld was denk ik de 3e grote stap in herstel.

Wederom was ik als snel weer het beste jongetje van de klas, totdat!!?! Tijdens een weekend naar huis, ergens begin Juli, werd ik geconfronteerd met het onbegrip, aangaande de ziekte verslaving, van mijn achterban, mijn familie. Mijn familie was ’s zaterdags op HoogHullen geweest voor de familiedag en ik zou met hun terugreizen naar Z.O.-Drenthe om daar mijn vrije weekend door te brengen. Ik was in die tijd al opgeklommen tot Gangmaker van de Commune en deed het eigenlijk héél erg goed. En toch was er een soort van ontevreden, onbestemd gevoel. Ik had als laatste de avond voorafgaand, alles nog eens gecheckt. De tafelrokken nog eens rechtgetrokken, de boeketten nogmaals geschikt, en toch voelde ik me niet lekker, ontevreden. Tijdens de familiedag kreeg ik van mijn moeder en mijn broertje te horen dat ik na zo’n tijd in opname te zijn geweest, het ook maar eens klaar moest zijn. Ik moest maar eens weer flink zijn. Help??!? Flink zijn deed ik al mijn hele leven. De volgende dag, ik was bezig mijn weekendverslag te schrijven, mijn zusje en mijn broertje nog even langs. En bij binnenkomst kreeg ik gelijk een hele stapel ongeopende post van mijn zus onder de neus. Ik moest het zelf maar weer oppakken, zij had genoeg gedaan en wist ook niet meer hoe hier mee aan te moeten. Eenzelfde soort van paniek, net als eind mei 2013, kon ik nog maar één ding denken: Wég van hier, wég van deze aardbodem. Een tweede suïcidepoging volgde. Opnieuw ontwaakte ik op de IC-afdeling van het Scheperziekenhuis te Emmen.

Nadat ik weer een beetje bij mijn positieven kwam werd ik overgebracht naar het IMC te Eelde. Eerst om weer een beetje op verhaal te komen, om daarna weer terug te keren in de Commune. Ik kreeg een plaats in de bezinningshoek om een schrijfopdracht te maken die betrekking had op mijn terugval. Voorts kreeg ik de opdracht om met alle communeleden een gesprek te hebben van minimaal 15 minuten. En tijdens zo’n gesprek mocht het enkel over mij gaan, dus niet over degene met wie ik het gesprek voerde. De staf was van mening dat ik mijzelf veel te veel wegcijferde, omwille van een ander.

Ik heb met alle communeleden een gesprek gehad van wel minstens 30 minuten, en van wat ik van de Commune terug heb gekregen heeft mij enorm gesterkt. Zoveel  zorgen, zoveel betrokkenheid, zoveel energie, en zoveel liefde! Daar ondervond ik mijn 4e stap in herstel.

Ook heb ik, nadat mijn zus de hele boekhouding voor mijn neus neerkwakte, zakelijk gezien de draad weer opgepakt. Wat mijn zus niet lukte, lukte mij wél. In no time had ik een betalingsregeling getroffen met alle schuldeisers. Ik kon de zaken weer overzien! Herstelstap 5!

Na een maand langer te hebben doorgebracht in de Commune verhuisde ik naar fase 3. Daar leerde ik weer een beetje op eigen benen te staan. Nog wel de  veiligheid van het huis, maar wel in een veel kleinere zetting dan in de Commune. Ieder had zijn eigen dagbesteding en eigenlijk had je alleen de avondmaaltijd als gezamenlijk moment. Dat was voor mij ook het moment dat ik besloot niet meer terug te keren naar mijn oude omgeving. Het bedrijf verhuren was een gunstige optie. Maar mét het besluit om mijn bedrijf te verhuren moest ik ook afscheid nemen van met identiteit. Met het verhuren van het bedrijf was ik ineens ook kapper en ondernemer af! Maar hoe moest het nu verder, nu ik ineens geen kapper meer was? Toen pas realiseerde ik me dat ik vanaf mijn 16e mijn identiteit volledig had ontleend aan mijn ambacht. Nu ik niet meer kon leunen op mijn “oude” identiteit moest ik mijzelf weer helemaal opnieuw uitvinden. Dat was behoorlijk schrikken.

Dankzij de 2-daagse deeltijd, die bestond uit inzichtbiedende Schema-therapie en, meer gevoelsbeleving georiënteerde Pesso-therapie, kon ik mijn identiteit weer opnieuw vormgeven. Waarom ben ik wie ik ben, waarom doe ik wat ik doe en waarom reageer ik zo op de wereld en reageert de wereld zo op mij. Ik had mijn verblijf op HoogHullen inmiddels afgerond, een fantastisch  afscheid gehad en woonde aan het begeleidwonen-traject Coendersweg in Groningen. Ik deelde daar een unit met mijn maatje van HoogHullen. We hadden hier samen voor gekozen, mede om elkaar ondersteuning te bieden in moeilijke tijden. Nou, die moeilijke tijden kwamen! Na een goede start te hebben gemaakt, viel mijn maatje bij herhaling terug. Ik heb alles uit de kast gehaald om, zowel hem, als mezelf staande te houden. In deze periode heb ik mijn eigen kracht ontdekt als het gaat om clean te blijven. Iedere terugval van mijn maatje was voor mij een stimulans om het wel clean te houden. Om, op deze manier, voor ons beide het hoofd boven water te houden. Een 6e stap in herstel.

Mijn verblijf aan de Coendersweg zat er, na een half jaar, op. Ik was druk bezig mij aan te melden voor de opleiding tot Ervaringsdeskundige in de Zorg aan de Hanzehogeschool. Omdat mijn vooropleidingen niet voldoende waren na te gaan, ik heb een particuliere opleiding tot Hairstylist gedaan aan het Hairstylistencollege te Enschede, heb ik mij aangemeld voor een 21+assesment. Een  soort toelatingsexamen om toe te worden gelaten tot het HBO-onderwijs.

Het schrijven van mijn portfolio, het maken van de MC-intelligentietest en het criteriumgericht interview waren voor mij heel duidelijke stappen in het terug winnen van mijn autonomie. Vanuit de klinische zetting en het begeleidwonen-traject kon ik eindelijk zelf weer mijn pionnen uitzetten. Groei! Ook dit heeft zéker bijgedragen aan het vervolmaken van mijn zelfbeeld. De 7e stap in herstel?

Toen was het moment aangebroken om de Coendersweg te verlaten. Ik had zelf al stappen ondernomen om huisvesting te vinden. Met een vriend ben ik bij de VVV een hofjesroutekaart gaan halen om, aan de hand, daarvan mij te gaan oriënteren naar woonruimte. Ik kende het St.Anthonygasthuis al van het voorbijgaan als ik boodschappen deed voor mijn vrijwilligerswerk bij Ixta Noa. Telkens als ik daar eens naar binnen gluurde dacht ik: Dat gaat mij toch nooit lukken. Toen ik eenmaal op weg was langs allerlei hofjes in de binnenstad dacht ik: Waarom een ander wel, en ik niet. En zo ben ik, door mezelf goed te verkopen, terecht gekomen in bovengenoemd hofje. Eigen initiatief, eigen regie, en mezelf even in een goed daglicht stellen! Herstelmoment nr. 8.

Mét dat ik echt mijn plekje had gevonden kwam ook de onheilstijding. Achteraf was de verhuizing mij net iets te snel gegaan. Ik had aan de Coendersweg een goede staat van dienst en kon, als het moest, nog met gemak een half jaar blijven. Maar de aanbieding van de hofjeswoning kon ik niet laten schieten, dus, min of meer, overhaast vertrokken. Als of dat nog niet genoeg was kwam ik, twee dagen na mijn intrek, ten val met de fiets. Een fikse hersenschudding was het resultaat. Tot overmaat van ramp werd mijn maatje, na de zoveelste terugval, van de Coendersweg weggestuurd en stond ie met een armvol kleren bij mij op de stoep. Berooid en volop in gebruik. Na hem  tot twee keer toe onderdak te hebben geboden, waarbij hij  de fatsoensregels met handen en voeten bedrad, knakte ik, een nervous- breakdown. En de verhuizing, en het 21+assesment, de hersenschudding en de belediging/minachting die men mij ten deel viel zorgden er voor dat ik emotioneel volledig aan de grond zat. Ik wist niet meer hoe dit te verwerken. Totdat mijn ambulant begeleidster Ellen weer opnieuw met het voorstel kwam om toch maar eens het besluit te nemen om ondersteunende medicatie te gaan gebruiken. Ik was tijdens mijn verblijf aan de Coendersweg, door alle omstandigheden, soms al aardig aan het wiebelen, maar deze keer had ik eigenlijk geen keuze meer. Ik moest wel, wilde ik voordat school begon, de benen er weer onder krijgen. Een verademing! Ik had telkens een antidepressivum afgehouden omdat het mij, gezien eerdere ervaringen, te veel vervlakte. Ik wilde juist bij mijn gevoel komen, maar dit was kennelijk iets te veel van het goede. Vanaf het moment dat ik begon met het antidepressivum voelde ik al verlichting. Gelijk! Eindelijk kon ik de dingen weer met iets meer afstand bekijken, zonder dat het er gelijk inhakte. Ook dat heb ik ervaren als een overwinning, toegeven dat ik het niet altijd op eigen kracht red. Mijlpaal nr. 9!

Op dit moment ben ik nog bezig met psychotherapie. Deze is  voor mij voornamelijk bedoeld om langzaam afscheid te nemen van klinische- en therapeutische zettingen. Ik weet van mezelf dat ik er nog niet ben, maar ik werk wel naar het einde toe. Ik ben inmiddels 44 jaar, heb een bewogen leven achter de rug, en met dat ik dit schrijf, breek ik even…

Ook dit is herstel! Mijlpaal nr. 10?

Wordt vervolgd.