“….gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren”

De gynaecoloog lag op zijn rug met zijn benen in de beugels. Zijn grote, harde handen machteloos langs zijn lichaam. Tussen zijn gespreide benen zat zij en stopte de slang in zijn anus. De motor van het curettageapparaat bromde zacht. Het zoog de buik leeg. Langzaam stond zij op en keek hem recht in de ogen. Ze was tevreden. Hij wilde haar nog zeggen dat het zijn schuld niet was. Ze knikte slechts, streek het weinige haar dat hij nog had uit zijn verhitte gezicht, gaf hem een kopje warme thee en werd wakker.

Het bed met het kleurige dekbed voelde opmerkelijk zacht en warm. De muren van haar kamer hingen vol met posters van idolen. Haar schooltas had ze in een hoek gegooid. Ze was alleen. Het huis was donker. De ouders waren gisteren op reis gegaan. Voor hun schaamte gevlucht. Ze legde haar handen op haar lege buik. Ze was nog slaperig van de narcose. Ze schrok van een fluittoon. De thee, ze had net water opgezet. Warme, zoete thee.

De thee die ze aangereikt kreeg was koud en zonder suiker. Geen woord. “Agnes de Wit” stond er op het naamplaatje. Agnes had hetzelfde uniform als de zuster van de ochtenddienst. IJsblauw. Een wit kapje op het hoofd. Geen make-up. Geen glimlach. De mond verraadde misprijzen. Na de thee mocht ze opstaan en naar huis. Alleen de lange gangen door. Weer zou ze de bus instappen. Nu echt alleen.

Niemand was er op de kamer toen ze ontwaakte uit de narcose. Ze had het koud. Slechts een dun wit laken lag over haar heen. Haar voeten lagen bloot. Er was niemand geweest om ze te bedekken. Haar buik deed pijn. Het raam stond open. Een ijzige winterwind speelde met de gordijnen. Ze hoorde mensen lopen op de gang. Ze wist niet wat te doen. Ze wilde al half opstaan toen de deur van de zaal openging. Een verpleegster kwam binnen lopen met een glas in haar handen.

Hoewel ze onder narcose was zag ze wat er gebeurde. Alsof ze klinisch dood was en boven de operatietafel zweefde. Ze had er vaak verhalen over gelezen. Vorig jaar, in 4 Atheneum had ze er een werkstuk overgemaakt. Ze zag zichzelf liggen. Haar benen in beugels, wijd gespreid. De gynaecoloog ertussen. Hij floot als een fluitketel met kokend water, de motor van het afzuigapparaat overstemmend. Ze kon bovenop zijn hoofd kijken. Hij was kaal. “Zou hij ook op jonge meisjes vallen?”, vroeg zij zich af. En zou hij ze ook verleiden met zoete woordjes en in de steek laten als ze zwanger waren?

Demonstratief trok hij zijn witte, latex handschoenen aan nog voor zij onder narcose ging. Het laatste nauwe stukje ketste tegen de polsen van zijn grote, harde handen. “Ik hoop dat je avontuurtje dit waard was”, zei hij terwijl zijn blik over haar lichaam ging. Ze draaide net als toen haar hoofd weg. Ze was door de verpleegster de operatiekamer binnen gebracht en achtergelaten. In haar blote billen had ze daar gestaan, de vloer ijskoud onder haar blote voeten. Het witte papier kraakte onder haar billen toen ze op de operatietafel klom. De gynaecoloog in zijn lange witte jas klopte op de beugels, als teken dat ze daar haar benen in kon leggen. Het duurde nog lange minuten voordat het spuitje van de narcose kwam. Ondertussen lag ze daar maar.

Schrapend ging het scheermesje. De verpleegster gebruikte geen water en geen zeep. Terwijl ze geschoren werd stond de gynaecoloog schaamteloos aan het voeteneinde en had haar kort en bondig de procedure uitgelegd. Een infuus, een roesje, afzuigen en klaar. Het bed waarop ze lag was smal en hard. Een poster over soa’s hing aan de muur.

“Kleed je hier maar helemaal uit” zei de verpleegster. “Je krijgt een operatiehemd”. Ze keek om zich heen. Er was niets om zich achter te verschuilen. Ze moest het in deze ruimte doen terwijl twee schoonmaaksters de vloer dweilden. Hulpeloos zocht ze de blik van de verpleegster. Die stond met haar rug naar haar toe. Zuster Gretha opende het raam. De koude lucht verspreide zich met de lucht van dethol.

Ze liep door de lange, lange gangen. Haar boekentas zwaar op de rug. In de gangen klonken haar voetstappen hol. De witte wanden ontdaan van elke versiering. Het linoleum op de grond grijs. Alle deuren waren gesloten. Zij liep daar alleen, de bordjes E5 volgend. Daar zou zuster Gretha haar opwachten. Traag liep ze door de gangen. Haar handen klam van zweet.

De hal van het ziekenhuis was vol mensen. Wanhopig keek ze om zich heen. Tevergeefs hoopte ze een blik van iemand te vangen die haar moed zou toeknikken. Ze viste haar agenda uit haar schooltas. Achter de bladzijde waar haar cijfers stonden had ze geschreven: Afdeling E5. Het bord in de hal wees haar de richting.

De bus stopte voor het ziekenhuis. Haar moeder had een afspraak voor haar gemaakt met gynaecoloog Oud. Haar moeder had de touwtjes in handen genomen. Ze had rond gebeld met wat vriendinnen en had de naam van dokter Oud gekregen. Hij wilde en zou “de klus” klaren. Zo had haar moeder dat gezegd en ze had er vervolgens geen woord meer over vuil gemaakt. Geen woord. Nooit meer.

Ook niet toen de ware schuldige jaren later in Brazilië werd opgepakt wegens misbruik van minderjarige meisjes. Het was op het journaal. Of was het Zembla? Ze hadden er samen nog naar gekeken. Het was winter geweest, buiten vroor het ook.

Anoniem