Mijn herstelverhaal – Koos

In mijn herstelverhaal beschrijf ik wat ik tot nu toe in mijn herstelproces gedaan heb, hoe ik dat ervaarde, wat ik er bij voelde.

Voor mijn gevoel is het herstelproces begonnen bij het auto ongeluk wat ik veroorzaakt heb. Het eerste wat ik deed was vluchten, weglopen van mijzelf en als een tweede ik verder gaan leven. Dit heb ik een kleine dertig jaar volgehouden. Dit was eigenlijk een passieve periode, tenminste grotendeels. Er zijn in die dertig jaar twee uitzonderingen geweest. De eerste kwam na ongeveer vijf jaar. Ik durfde op een gegeven moment niet meer in de auto te stappen, zomaar van uit het niets. Ik kreeg steeds dezelfde beelden voor mijn ogen. Hier volgden al snel nachtmerries op. Ik kwam al snel bij een psycholoog terecht die mij vrij direct voorstelde om een nieuwe behandeling uit te proberen, EMDR. Ik stond overal voor open, als ik die beelden maar kwijtraakte en weer kon slapen. Zij gaf aan dat er nog niet zoveel over bekend was, maar dat het mij zeker kon helpen. Ik heb één behandeling van haar gehad. Zeer succesvol, ik raakte het beeld en de emoties daarbij kwijt. Helemaal geweldig vond ik toen. De tweede keer was in 2001, januari. Ik kreeg een telefoontje op mijn werk dat iemand die ik kende, om het leven was gekomen bij een auto ongeval. Ik ben naar huis gegaan en ben begonnen met huilen. Dit heeft ongeveer een maand geduurd, ondertussen naar de huisarts gegaan. De diagnose was een burn out. Eerst aan de medicijnen en dan proberen de rust te vinden. Weer naar een psychiater, slechte keuze deze keer. Na twee sessies kwam hij met de oplossing, ik was teveel met mezelf bezig en kon absoluut niet tegen kritiek, te groot ego. Voor mij en iedereen die mij kende totaal onherkenbaar. Dus afscheid genomen van deze, in mijn ogen, kwakzalver. Het zelf maar gedaan. In het totaal ben ik toen ruim een half jaar uit de running geweest.

De actieve periode begon nadat ik ben gaan scheiden. In die periode kreeg ik last van enorme emotionele uitbarstingen, ik kon het allemaal niet thuisbrengen en besefte dat ik hier iets mee moest doen, dit was zo niet ik. Ik ben toen onder behandeling gegaan bij een haptotherapeut. Met behulp van haar probeerde ik mijn geest en lichaam weer met elkaar in contact te brengen zodat ik kon werken aan mijn probleem. Want dat er een probleem was, was wel duidelijk. Alleen wat de oorzaak was wist ik niet. Tijdens de sessies werd al snel duidelijk dat het te maken had met mijn auto ongeluk. Ik ben er bij haar achter gekomen wat er met mij aan de hand was.

Toen zij me tijdens een sessie opeens vroeg wanneer ik voor het laatst blij was geweest vertelde ik zonder na te denken dat het zeker dertig jaar geleden was geweest. Daarna brak ik en ik ben begonnen te huilen. In de behandelingen die volgden kwam ik tot de ontdekking dat ik eigenlijk al dertig jaar geen emoties heb ervaren. Niet bij mijn huwelijk, niet bij de geboorte van mijn kinderen, nergens bij. Ik dacht dat ik gelukkig was, maar eigenlijk was ik diep ongelukkig. Maar waarom? Waarom had ik geen emoties, waarom was ik ongelukkig, waarom leefde ik al zolang met een spanning in mijn lijf?

Het werd duidelijk toen ik samen met mijn therapeut mijn fotoalbum ging bekijken. Dit moet ik even uitleggen om het duidelijk te maken. Ik heb een fotoalbum, een witte multomap met zwarte fotobladen, met daarin de foto’s, krantenknipsels en overlijdensberichten van het ongeluk. Ik weet altijd precies waar het album ligt en ik wil niet dat iemand er aan komt.

Maar nu ging het dan gebeuren, ik ging het samen bekijken met mijn therapeut. We bekeken de foto’s en knipsels, licht geëmotioneerd maar wel rustig. We bekeken de rouwkaarten van de overleden jongens en toen vroeg ze mij waarom ik de volgende bladzijde leeg had gelaten. Ik hoefde niet na te denken, die plek had ik gereserveerd. Voor mijn kaart, ik had dood moeten zijn, niet zij. Het was mijn schuld, dus waarom leefde ik nog en zij niet. Meteen viel er een heel groot puzzelstuk op zijn plek, zowel bij mij als bij mijn therapeut. Ik had mezelf doodverklaard, ik vond dat ik geen recht had om verder te leven.

Het hiervan bewust worden was best een enorme schok, zo had ik het nog nooit beleefd, nog nooit ook maar enigszins die richting op gedacht. Totdat ik het nu zomaar hardop uitsprak.

Mijn therapeut gaf tijdens een van de volgende sessies aan dat zij mij niet alleen meer kon helpen, zij wilde graag dat ik bij een psycholoog de behandeling verder voortzette. Ik ging hiermee natuurlijk akkoord, ik wilde toch “beter” worden? Maar dan wel naar een psycholoog die zij voor mij uit zou zoeken, eentje die bij mij paste. En dat heeft zij gedaan. Het was ongeveer eind oktober/begin november en de eerste afspraak kon niet eerder dan begin februari. Jammer, maar ik wilde per se naar deze psycholoog dus nam dat voor lief. Ik bleef gewoon zolang onder behandeling van mijn therapeut.

Ik probeerde mijn leven weer op de rit te krijgen, financieel alles geregeld en gladgestreken. Mijn werk was zeer onprettig, maar wel draagbaar. En mijn relatie met mijn familie werd steeds beter. De feestmaand dan ook goed doorgekomen, maar wel erg moe, geestelijk moe. Ook de maand januari goed doorstaan. Januari is een maand vol verjaardagen, mijn moeder, mijn vader, mijn zoon en de tweeling. Het is dus ook een erg drukke sociale maand geweest en ik had het best wel gehad met alle drukte.

Op dinsdag 4 februari was ik in de avond aan het chatten met mijn zus en ik vertelde haar dat ik binnenkort even met mijn ouders wilde praten. Zij vroeg toen of er wat aan de hand was. Ik vertelde haar dat er volgens mij niks aan de hand was, maar dat het meer om een gevoel ging. Een half uur later stond zij bij mij op de stoep. Op dat moment brak ik, ik besefte mij ineens waar ik mee bezig was geweest de afgelopen weken. Ik was afscheid aan het nemen, ik had financieel alles geregeld en had de afscheidsbrieven al geschreven. De volgende dag werd ik opgenomen op de KIZZ, kritische opvang van de GGZ, vanwege grote kans op zelfmoord. Ik had mijzelf dertig jaar geleden al geestelijk doodverklaard en wilde dat nu ook lichamelijk doen.

Ik heb zes weken op de KIZZ gezeten. Het heeft mij goed gedaan. Ik kreeg rust, medicatie en er werd gezorgd, ik hoefde mij nergens druk over te maken. Ik heb in die tijd misschien twee gesprekken gehad met mijn persoonlijk begeleider, meer hoefde ik ook niet. Wat ik wel erg fijn vond was het contact dat ik toen opbouwde met een van de medecliënten. Het klikte goed en er was al snel een vertrouwensband. Door de gesprekken die wij voerden kwam ik tot rust, terwijl aan de andere kant de waardering die zij mij gaf mijn zelfvertrouwen goed deed. Tot op de dag van vandaag hebben wij nog steeds contact en dat zal ook zo blijven. Ik heb daar ook ervaren hoe fijn het is als je niks moet, maar wel mag. Ik heb er zelf voor gekozen om mee te doen aan creatieve therapie en aan groeps pmt. Later tijdens de opname heb ik ook persoonlijke pmt gehad. Deze therapie heeft ervoor gezorgd dat mijn denken weer begon, positief deze keer. Het moment dat ik ontslag kreeg was even slikken, maar wel oké. Ik wist dat ik thuis goed opgevangen zou worden. Mijn zus is bij mij in komen wonen (voor meer dan een half jaar) en ik kreeg ambulante hulp vanuit de GGZ met de mogelijkheid tot een eventuele heropname als dat nodig zou zijn.

Tijdens mijn opname ben ik een aantal keer met mijn zus op stap geweest, wandelen of ergens terrasje pakken. Op een van de uitstapjes zijn we op mijn verzoek naar een stenenwinkeltje geweest. Ik was opzoek naar een bijzondere steen, hij moest een bepaalde kleur blauw hebben. Waarom? Ik weet het niet. Misschien gevoel? Ik had sinds kort in ieder geval iets met de kleur blauw. We hebben veel stenen gezien maar geen voelde goed. Tot de mevrouw van de winkel met een drietal stenen aan kwam, ik pakt er een van en wist meteen dat dit DE STEEN was. Hij voelde warm en prettig. Sindsdien heb ik die steen altijd bij mij, hij voelt warm als mijn energie te laag is, koud als ik teveel energie heb. Hij veranderd in temperatuur zoals mijn emotie veranderd. Soms is hij zo warm dat ik hem niet vast kan houden. Anderen voelen deze energie niet, een enkeling daargelaten.

Mijn kinderen woonden een week bij mij en een week bij hun moeder, met uitzondering van mijn zoon, die woont gewoon vast bij mij. Om mij thuis de rust te kunnen geven die ik nodig had zijn mijn drie dochters volledig bij hun moeder gaan wonen. Voor mij best wel een zware beslissing, het voelde niet goed. Alsof ik ze wegjoeg. Maar ik heb duidelijk uitgelegd dat ik voor mij zelf moest kiezen om door te kunnen gaan. De meiden vonden het helemaal goed, “beter dat wij je niet elke dag zien dan dat wij je nooit meer kunnen zien”. Ik weet nu dat ik toen de enige goede beslissing heb genomen, onder andere daardoor ben ik al zover gekomen.

Mijn zus is in die tijd, en nog steeds, erg belangrijk voor mij geweest. Zij heeft er niet alleen voor gezorgd dat mijn opname geregeld werd, maar ook na mijn opname is zij diegene geweest die ervoor gezorgd heeft dat ik de rust kreeg die ik nodig had. Zij ontzorgde, maar wat veel belangrijker was is de ruimte die zij mij gaf. Wij hebben veel met elkaar gepraat en dat is voor mij erg verhelderend geweest. Zij gaf aan dat zij het niet begreep, maar wel accepteerde wat er met mij aan de hand was. Mijn vertrouwen in haar is dan ook enorm. Dat is nog extra versterkt toen zij aangaf dat als ik het wilde, ik moest doen wat ik op dat moment wilde (dood dus). Zij zou het accepteren, maar wilde wel graag dat ik haar een berichtje zou doen als het zover was. Door haar aanwezigheid, haar manier van reageren en het inspelen op wat ik wilde, kon ik mij verder ontwikkelen in mijn herstelproces.

Mijn dochters hadden een vriendin die ook erg goed met mijn zoon omging. Ik ben met haar gaan praten, zij was toen 17 jaar. Door er met haar over te praten kreeg ik voor mijzelf veel duidelijkheid, het fijne was dat het voor haar ook veel goed heeft gedaan. Zij komt nog steeds dagelijks bij mij thuis. Zij is voor mij eigenlijk als een dochter, soort pleegdochter dus.

In de eerste tijd na mijn ontslag uit de KIZZ leefde ik eigenlijk niet voor mijzelf. Ik bleef nog even leven voor mijn zus, mijn pleegdochter en mijn kinderen. Heel langzaam is dit overgegaan in het blijven leven voor mijzelf. Dit punt heb ik bereikt vlak voordat ik opgenomen werd op de Hezenberg.

Ik ben tijdens mijn opname in behandeling gegaan bij een psycholoog (buiten de GGZ), wat een geweldige ervaring. Het klikte direct en voelde erg vertrouwd, de gesprekken hebben mij veel stof tot nadenken gegeven en er zijn erg veel kwartjes gevallen. Hij is ook diegene met wie ik samen tot de conclusie ben gekomen dat het tijdens de eerste EMDR behandeling waarschijnlijk niet goed was gegaan. Wij kwamen erachter dat ik geen eigen herinneringen over al die jaren had. Alles wat ik wist waren dingen die mij verteld waren. De eerste EMDR behandeling zorgde ervoor dat ik de plaatjes niet meer kon koppelen aan de bijbehorende emoties. Maar had ook tot gevolg dat ik in de jaren die volgde geen emoties kon koppelen aan ervaringen. Achteraf gezien klopt dit wel, afgezien van die twee eerder beschreven situaties heb ik al die tijd geleefd zonder echte emoties. Deze vaststelling heeft voor mij wel veel duidelijkheid gebracht, ik kon nu een boel dingen verklaren. Hij stelde in augustus 2014 voor om een GGZ opname te doen op de Hezenberg in Hattem. We hadden beiden het gevoel dat ik stil stond. Ik heb het toen afgewezen, mijn gevoel gaf aan dat het niet het goede tijdstip was. Dat bleek ook wel. Doordat ik thuis was en niet in opname ben ik in de gelegenheid geweest om mijn kinderen te ondersteunen toen zij te horen kregen dat hun moeder borstkanker had. Nadat het bij hun verwerkt was en de rust weergekeerd was, heb ik aan mijn psycholoog gezegd dat het wat mij betreft nu tijd was. Ik kreeg de gelegenheid om vlak voor kerst met het traject te beginnen en die kans heb ik aangenomen.

Vlak voordat ik naar de Hezenberg zou gaan heb ik nog een gesprek gehad met een naaste. Deze bedankte mij in dat gesprek voor wat ik voor hem gedaan had, deze persoon gaf aan dat hij zonder mij niet zover gekomen was, dat ik hem de persoon liet zijn die hij was. Dit heeft mij erg aangegrepen, ik vond het zo moeilijk om dit bedankje te ontvangen, dat ik in een crisis raakte en op het punt heb gestaan om mijn polsen door te snijden (letterlijk het mes er al op hebben staan). Ik ben zelf in staat geweest om mij hiervan te weerhouden, een zware innerlijke strijd met hoog schrikgehalte voor mijn omgeving. Dit punt heeft echter ook iets positiefs, het is ook het punt waarop mijn zelfwaardering zich weer iets begon te ontwikkelen, te bevrijden.

Op de Hezenberg, pastorale instelling voor GGZ, vond ik het heerlijk. Ik volgde daar leuke therapie en had een goede klik (en daardoor goede gesprekken) met mijn vaste therapeut. Ook kwam ik terecht in een hele mooie groep mede gasten. We hebben ook buiten de therapie veel met elkaar over ervaringen gepraat, het heeft mij veel waardevolle ervaringen gebracht. Ik heb hier kennelijk ook wat bij mijzelf veranderd. Mijn rust nam toe, mijn innerlijke rust, mede door de meditatie en de gesprekken en in mijn hoofd vond ik rust. Tijdens deze weken op de Hezenberg zochten mijn medegasten mij ook op om te praten. Mijn aanwezigheid tijdens bepaalde groepstherapieën had ook een bepaalde positieve invloed. Dit was dusdanig dat de therapeuten begonnen te vragen wanneer ik bij hun aan het werk ging. Dit heeft mij erg aan het nadenken gezet, over mij en wat ik eigenlijk wilde.

Ik ben gaan nadenken over het helpen van mensen, kon ik dat en vooral was dit echt wat ik wilde? Ik ben dit uit gaan proberen. Ik ben vrijwilligerswerk gaan doen voor de Stichting Welzijnswerk in Hoogeveen. Hier ben ik betrokken geraakt bij de opzet van een ontmoetingscentrum en dementheek. Dit beviel wel goed, maar de organisatie paste niet goed bij mij en over de doelgroep twijfelde ik. Dus ben ik verder gaan zoeken. Ik kwam de opleiding Ervaringsdeskundige in de zorg tegen, dit voelde direct goed en ik heb mij direct ingeschreven. Daarnaast ben ik mij in gaan zetten voor de Depressie Vereniging, lotgenootgroepen opstarten in Drenthe.

Al deze activiteiten geven mij een goed gevoel, geven waarde aan mijn leven. Soms is het erg druk, ik moet dan echt oppassen. Ik maak dan wel de keuze om bezig te zijn met dat wat ik leuk vind. De huishoudelijke werkzaamheden komen dan als eerste op een laag pitje. Ik ben in de prettige omstandigheden dat ik een aantal mensen om mij heen heb die mij erop wijzen dat ik tegen mijn grenzen aan zit, dat ik even pas op de plaats moet maken, mijn rust moet pakken. Nou ben ik best eigenwijs en heb de neiging dan toch even door te gaan, maar als ze het gaan koppelen aan hun bezorgdheid raakt het mij toch elke keer weer. En dus neem ik wat extra rust en laat de opleiding, de depressie vereniging en stage even voor wat het is.

Wat de toekomst mij gaat brengen weet ik niet, gelukkig niet. Wat ik wel weet is dat ik mij niet druk maak, ik doe wat ik wil doen, leef zoals ik wil leven. Ik leef in het nu, niet in het verleden, niet in de toekomst maar in het heden. En dat maakt het leven een stuk dragelijker.

Mis ik nog iets? Ik weet het niet. Soms mis ik een sociaal leven, vrienden, voel ik mij alleen. Aan de andere kant mis ik het totaal niet, is het goed zo.

Ik sluit het verhaal hier af. Er is natuurlijk nog veel meer te vertellen, er komen steeds weer nieuwe dingen bij. Misschien maak ik het ooit nog eens af, voorlopig is dit genoeg. Er is veel gebeurd en ik had mij het leven anders voorgesteld. Maar toch ben ik blij dat ik het meemaak, ik zou het niet willen missen, het heeft mij teveel gebracht.